In plaats van potige mijnwerkers lopen er nu Japanners rond

BORN, 20 DEC. Het is alsof de mensen er bleek zijn, maar dat zal wel komen door het onbarmhartige licht. De gemiddelde leeftijd van de werknemers van NedCar, de autofabriek in het Limburgse Born, is zo te zien laag. Er zijn veel “inleenkrachten”, teveel zoals de ondernemingsraad en de vakbonden vinden. Sinds enige tijd werkt een deel van hen in de gisteren officieel geopende nieuwe produktiehal. De aanblik daarvan is zo overweldigend dat de duizenden beelden die op je afkomen nauwelijks zijn te verwerken. Vonken van het lassen spatten alle kanten op. Links en rechts flitst plaatwerk langs je heen. Boven je hoofd bewegen zich de skeletten van in aanbouw zijnde Mitsubishi Carisma's en Volvo's S4 en F4. Honderden robots doen het werk waar vroeger mensenhanden aan te pas kwamen.

Wat eens een fabriekje was waar voornamelijk door de sluitingen van de Limburgse mijnen overbodig geworden “kompels” aan nieuw werk werden geholpen, is nu een sophisticated industrieel complex. Het roept onvermijdelijk herinneringen op aan 1968, toen koningin Juliana de fabriek in Born opende. Mijnwerkers, die gewend waren aan het dragen van eigen verantwoordelijkheid gezien de soms levensbedreigende situatie ondergronds, waren veroordeeld tot het geestdodende werk aan de lopende band. Dat deed pijn. Tot kort voor de opening hadden ze zich teweergesteld tegen de vestiging in Born van de fabriek. Liever hadden ze die in Kerkrade gehad, dichter bij de “vrouw en de kinger” (de kinderen), dichter ook bij oude werkplek, de mijn.

Dat herinnerde zich gisteren een van de mannen van het eerste uur, de toenmalige directeur-generaal J.A.M. Molkenboer van Economische Zaken, die nu 79 jaar is. Hij is nog altijd adviseur van NedCar. Molkenboer: “Het werd Born omdat daar de lucht schoon was. Ze was immers niet bezwangerd door de roetuitstoot van de mijnen, waarvan er toen nog een aantal in produktie was, of door de met kolen gestookte kachels.”

De fabriek was nog eigendom van de Eindhovense gebroeders Hub en Wim van Doorne, de ontwikkelaars van de variomatic, ook wel genoemd “het pientere pookje”, de grondleggers van DAF. Oud-mijnwerkers uit die eerste dagen vertelden me later hoe ze wel eens hadden staan stuntelen waardoor het dak van wat toen nog heette de DAF 44 en 55 soms verkeerd op de carrosserie terechtkwam. Maar met grote onverzettelijkheid hadden ze zich uiteindelijk de kneepjes van het vak eigen gemaakt; als ze niet voortijdig hadden afgehaakt. Bekend is dat velen in die dagen de autofabriek de rug toekeerden om opnieuw af te dalen in de toen nog wèl producerende mijnen in België of Duitsland. Daar immers was de kameraadschap die ze aan de lopende band zo node misten. Oud-mijnwerkers onder de 4300 huidige NedCar-medewerkers zijn er niet meer. Dat geslacht is inmiddels met pensioen of gestorven aan de stoflongen die ze in de mijn hadden opgelopen.

De nieuwe fabriek, die gisteren werd geopend, doet in niets meer denken aan de pionierstijd van de jaren zestig. Er zijn klachten te horen over de “werkdruk”. Hier en daar staat een kerstboom. In de oude produktiehal, waar nu nog de Volvo 400-serie wordt gemaakt, worden kerstpaketten uitgedeeld. Verspreid in de fabriek zijn zitjes ingericht van formicamateriaal. Overal ziet men geschreven oproepen om de fabriek schoon te houden. In plaats van de meestal potige mijnwerkers lopen er nu kleine mannen rond. Het zijn de Japanners van Mistubishi.