Geldboetes geëist tegen journalisten

AMSTERDAM, 20 DEC. De journalisten Peter R. de Vries en Feike Salverda hebben alleen hoge kijkcijfers en sensatiezucht voor ogen gehad toen ze vorig jaar besloten in televisieprogramma's gebruik te maken van bij justitie en politie gestolen informatie.

Dit betoogde de Amsterdamse officier van justitie L. Dun gisteren in een rechtszaak tegen de twee verslaggevers. Beiden moeten volgens hem worden veroordeeld tot geldboetes van tweeduizend gulden. De strafzaken zijn door het openbaar ministerie vooral aangespannen in een poging jurisprudentie te krijgen over de vraag hoe ver een journalist mag gaan bij het gebruiken van wederrechtelijk verkregen materiaal, aldus justitie.

Dun haalde vooral fel uit naar De Vries, die de afgelopen maanden steeds betoogd heeft dat het openbaar maken van gestolen justitiedocumenten - die volgens hem in de woning van officier van justitie Valente waren buitgemaakt - zijn journalistieke plicht was. Zijn onthullingen over de ongebruikelijke opsporingsmethoden die de Amsterdamse politie vooral in het onderzoek tegen hasjhandelaar Charles Z. toepaste, zouden mede hebben geleid tot de parlementaire enquête.

Dun vermoedt dat De Vries last heeft van “Napoleontische wanen”. De man die begonnen is met het “aan de kaak stellen van ongeoorloofde opsporingsmethoden”, aldus Dun, was immers geen journalist maar de Amsterdamse hoofdofficier van justitie J.M. Vrakking. Hij nam het initiatief - “zonder hulp van enige journalist” - het IRT op te heffen toen hij van de politie hoorde dat er eigenaardige dingen gebeurden.

Justitie liet de aanklacht van heling van gestolen stukken vallen. Wel is De Vries volgens het OM schuldig aan het opzettelijk inbreuk maken op het auteursrecht van Valente door tegen zijn zin teksten van de officier van justitie te openbaren. Dun zei ook dat uit analyse van de gestolen computerfloppy's is gebleken dat dit materiaal niet, zoals De Vries beweert, uit Valentes woning is gestolen maar gekopieerd is op het parket in Amsterdam.

De raadsman van De Vries, C. Korvinus, ziet in het proces “een poging van het openbaar ministerie in Amsterdam om kritische en ongevallige kritiek te muilkorven”. Hij vergeleek zijn cliënt met “de kleine held David die met steentjes geschoten heeft op reus Goliath”.

Salverda heeft zich volgens justitie wel schuldiggemaakt aan heling. Over Salverda - die evenals De Vries zegt niet te weten van wie hij de gestolen documenten heeft gekregen - zijn belastende verklaringen afgelegd bij de onderzoeksrechter. Hasjhandelaar Brown en journalist Van Hout hebben gezegd dat Salverda heel nadrukkelijk op zoek is geweest naar gestolen documenten.

Brown beweert ook dat Salverda in samenspraak met de criminele leveranciers afspraken heeft gemaakt over de exacte inhoud van het te maken tv-programma dat ontlastend moest worden voor Charles Z. Salverda noemde die aantijging “diep en diep gelogen”.

De advocaat van Salverda, G. Kemper, zei niet te begrijpen waarom justitie waarde toekent aan de verklaring van Brown en daarmee “stof blijft geven aan de gedachte dat op de moraliteit van Salverda iets valt aan te merken”. Het feit dat Salverda na de uitzending van het bewuste programma maandenlang met de dood is bedreigd - naar zijn zeggen onder anderen door Brown - bewijst de onafhankelijke positie die zijn cliënt heeft ingenomen.

De rechtbank doet 2 januari uitspraak.