Ex-commune van sekskeizer Mühl verkoopt kunstbezit

De Oostenrijks kunstenaar Otto Mühl leidde een zakelijk succesvolle commune die in opspraak kwam door orgieën, incest en vrije seks. De inmiddels opgeheven commune biedt een derde van het kunstbezit te koop aan. Dat brengt naar schatting enkele miljoenen guldens in het laatje.

De Oostenrijkse commune Friedrichshof, 50 kilometer ten oosten van Wenen in het dorpje Zurndorf gelegen, raakte in 1991 internationaal bekend omdat haar leider, de kunstenaar Otto Mühl, werd veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf wegens het seksueel inwijden van dertien- en veertienjarige meisjes, het laten meedoen door kinderen aan commune-orgieën, het uitdelen van hasjiesj en nog enige vergrijpen. Met verbluffing berichtte de wereldpers toen over de man die eerst met o.a. Penis- en Vagina- Aktionen schandaal gemaakt had en tenslotte een commune van 300 volwassenen en 150 kinderen had gesticht, waarin de leden zich via bio-energetische Selbstdarstellungen bevrijdden door (gespeelde) oermoorden op hun ouders, zo kwamen tot overwinning van het incesttaboe om daarna hun genitale en sociale identiteit te ontwikkelen, waarin vrije seks, gemeenschappelijk eigendom en totale democratie konden worden gepraktiseerd.

De commune was zakelijk succesvol, maar als sociaal-utopisch experiment een mislukking. Van democratie was geen sprake, leider Mühl ontwikkelde zich tot dictator en sekskeizer. In 1989 werd de gemeenschap ontbonden. Sinds enige tijd beheert nu een 'Wohnungsgenossenschaft Friedrichshof' de zakelijke belangen van de oud-communeleden, die met elkaar grote gebouwencomplexen op het vroegere communeterrein bezitten, landerijen daaromheen, een prachtig vakantieoord op het Canarische eiland La Gomera en een grote in drie delen uiteenvallende kunstcollectie van werk van Mühl, van zijn Aktionistische vrienden Brus, Schwarzkogler en Nitsch en (tot voor kort) ook van werken van bevriende kunstenaars die op Friedrichshof of La Gomera op bezoek kwamen zoals Josef Beuys, Dieter Roth, A.R.Penck, Rabinowitsch enz.

De 'Wohnungsgenossenschaft Friedrichshof' heeft tot taak de gemeenschappelijke bezittingen 'winstgevend' productief te maken. Dit heeft ertoe geleid dat men de werken van de bevriende kunstenaars al verkocht heeft. Die van de in de gevangenis schilderende en schrijvende Mühl houdt men vast, maar de collectie van 'de Aktionisten' (1960-1972, Mühl, Brus, Schwarzkogler en Nitsch) wil de Genossenschaft nu ook verkopen, zeer tot verdriet van de oud-communeleden Theo Altenberg en Jo Rob, die deze collectie totnutoe beheerd hebben en ooit hadden gehoopt dat op Friedrichshof een museum, archief en studiecentrum van het 'Aktionisme' zou kunnen worden ingericht.

Door de ongelukkige locatie van Friedrichshof (50 kilometer van Wenen aan de Hongaarse grens in een kaal onherbergzaam deel van het Burgenland) en ook wel door gebrek aan belangstelling van de andere ex-communeleden, die eigenlijk al meteen na het debâcle van 1989 de collectie in bare munt hadden willen omwisselen, is van dit laatste niets gekomen. Ook de Oostenrijkse staat wil niet tot aankoop van de collectie (bijvoorbeeld voor het op stapel staande museum van moderne kunst) overgaan, ook al wordt het Aktionisme met Mühls en Brus' Materialaktionen en Totalaktionen, waarbij niet zuinig werd omgesprongen met bloed, sperma, urine, poep en naakte lijven, en Hermann Nitsch' Orgiën-Mysteriën-Theater, ook door de Weense autoriteiten erkend als een belangrijke stroming in de Oostenrijkse kunst van onze tijd. Reden: de collectie is wel groot, maar niet evenwichtig omdat bijna alle Schwarzkoglers in de collectie-Ludwig zitten.

In overleg met de Weense kunsthandelaar en Aktionisme-expert Hubert Klocker (het door hem samen met de Albertina in Wenen en het Museum Ludwig in Keulen uitgegeven Wiener Aktionismus 1960-1970 is de beste documentatie van de stroming) heeft de Genossenschaft nu maar besloten ongeveer een derde deel van de collectie internationaal te verkopen, bij voorkeur aan musea. De opbrengst voor de ex-communeleden kan in de miljoenen lopen, want naar schatting zou de totale Aktionisme-collectie tussen de acht en tien miljoen gulden moeten kunnen opbrengen. De 'conservator' sinds 1989 van de collectie, Theo Altenberg, is overigens, maar zonder succes, al naar de rechter gelopen om de 'uitverkoop en versnippering van de collectie' tegen te houden.