'Eindelijk hebben we ons blauwe baretje afgezet'

Over Srebrenica willen de soldaten van de Limburgse Jagers het liever niet meer hebben. Dat was nog 'blauw', nu wordt het 'groen'. Over drie weken gaan ze naar Bosnië.

SEEDORF, 20 DEC. De Limburgse Jagers, het 42ste pantserinfanteriebataljon uit het Noordduitse Seedorf, stonden in juli van dit jaar helemaal klaar voor aflossing van de blauwhelmen in Srebrenica. De moslim-enclave was ervoor nagebouwd, maar Srebrenica viel en voor de militairen in Seedorf begon volgens plaatsvervangend commandant K. Nouwens “een verschrikkelijke periode”. Sommige mannen hebben tot vier keer toe afscheid genomen van hun vrouwen, maar stonden na een paar dagen weer op de stoep.

“Eindelijk hebben we ons blauwe baretje afgezet”, verzucht soldaat M. van de Pieterman. Hij vertrekt op 2 januari als chauffeur met de Jagers naar Bosnië. Dit keer gaan ze zeker en in de kleur die hun het beste past: groen.

“De mannen zijn bijna niet tegen te houden”, zegt luitenant-kolonel T. Damen trots. Hij is commandant van bijna 900 Nederlandse landmachtmilitairen die in het gebied rond Vitez, een stadje in het hart van Bosnië, worden gestationeerd. Het gemechaniseerde bataljon moet in een gebied van 250 vierkante kilometer toezien - en zonodig afdwingen - dat het vredesakkoord van Dayton wordt nageleefd.

De omstandigheden waar de militairen mee te maken krijgen zijn barbaars. De temperatuur kan tot -50 graden dalen en het gebied ligt vol mijnen waarover een pak sneeuw ligt, wat de opsporing van de explosieven vrijwel onmogelijk maakt. De wegen waar tanks en pantserwagens over moeten rijden kunnen hooguit als geitenpad worden gekwalificeerd. En dan zijn er nog de strijdende partijen die elkaars gebieden betwisten en door de zwaar bewapende internationale troepenmacht uit elkaar gehouden moeten worden. Minister Voorhoeve (defensie) acht de kans op slachtoffers dan ook groter dan bij de VN-operatie.

“Waarom zou ik angst hebben”, vraagt de 21-jarige beroepsmilitair E. Noorman zich af, “het is mijn werk. Maar als op tien meter van mij een mortier inslaat, blijf ik echt niet staan. Dat is ook mijn werk.” Noorman heeft een 'bud', soldaat R. Wiskie, met wie hij al anderhalf jaar lief en leed heeft gedeeld. Ze moeten wel, want samen zijn ze ook in Bosnië verantwoordelijk voor een 'dragon', een draagbaar antitankwapen dat je niet in je eentje kunt torsen. “We kennen elkaar door en door, dat geeft een veilig gevoel”, zegt Wiskie, “want met die kou moet je elkaar steeds in de gaten houden.” Noorman knikt: “Als ik zie dat mijn 'bud' bevriezingsverschijnselen krijgt, breng ik hem meteen naar het kamp.”

Nu het vertrek nadert neemt het aantal gesprekken over Srebrenica toe. De kazerne in Seedorf biedt weinig Nederlandse tv-zenders, maar het is de militairen niet ontgaan dat de media er bovenop zijn gedoken. “De pers probeert de mannen zwart te maken die daar goed werk hebben gedaan”, zegt sergeant E. Verhoeven. “Terwijl het door de VN misging.” Daarom is hij achteraf wel opgelucht dat de voorgenomen uitzending van de Jagers als aflossers van de blauwhelmen niet is doorgegaan. “Omdat je daar eigenlijk niks mocht van de VN hadden we het niet eens gekund, dat 'blauwe' optreden. Nu zijn we groen en wel goed opgeleid”, aldus Voorhoeve

“We hebben nu het voordeel dat we niet meer met een VN-vlag hoeven op te treden”, zegt eerste luitenant G. Strick. Hij leidt drie antitankpantserwagens en vindt Srebrenica niet te vergelijken met de nieuwe missie in Vitez. “We bestrijken nu een groter gebied, dat bovendien niet is afgesloten zoals die enclave.” Voor Strick heeft meedoen aan een VN-missie nooit gespeeld, want zijn antitankwapens waren te zwaar voor het VN-mandaat.

Soldaat Noorman zal zich juist veel veiliger voelen in de wetenschap dat zwaar materieel een aanval van Serviërs of Kroaten kan beantwoorden. “Als er zo'n Leopard-tank van ons op je af komt, dan denk je wel twee keer na of je zal schieten.” De inzet van die met een 120 mm-kanon uitgeruste tank - “de beste ter wereld” - was onder de VN-vlag ondenkbaar.

Majoor J. de Bruijn is ingeschakeld om de 'rules of engagement' van de aanstaande actie in Bosnië aan de bataljonsstaf uit te leggen. Hij bevestigt het verschil met de VN-operatie: “Toen was het zelfs mogelijk dat iemand die met een luchtbuks midden op de weg ging staan, een bewapend pantservoertuig tot terugtrekken kon dwingen. Simpelweg omdat dat de VN-regels waren.”

Het omgekeerde is nu niet het geval: de Leopard-tank mag niet het vuur openen op de eenzame man met de buks. De Bruijn: “Het kernbegrip van de 'rules of engagement' voor groenhelmen is proportionaliteit: je mag niet meer geweld gebruiken dan strikt noodzakelijk is.” Een verschil met de VN-operatie is dat de militairen die zichzelf of anderen bedreigd achten, zonder toestemming tot actie kunnen overgaan.

Bataljonscommandant Damen geeft een voorbeeld van de nieuwe regels: “Een Engelse soldaat kreeg in Bosnië een doorgeladen pistool op zijn hoofd gericht, een tweede Brit schoot de bedreiger dood.”

Drie weken voordat Seedorf door een groot deel van zijn bewoners zal worden verlaten, blijkt er nog veel onduidelijk te zijn over de missie in Vitez. “Ik weet in ieder geval waar we naar toe gaan”, vertelt commandant Damen monter. Verder is de opdracht die hij heeft gekregen summier. Het belangrijkste is dat zijn troepen erop toezien dat een door Serviërs veroverd gebied wordt teruggegeven aan de moslims.

Een ingelaste voorlichtingsavond over zaken als verlof heeft wat de kantinejuffrouw betreft niet het gewenste effect gesorteerd. Ze weet nog minder dan ervóór. Hoe zit het bij voorbeeld met de betaling van de jongens, had ze willen weten. “Hoewel, dat is eigenlijk niet belangrijk”, beseft ze, “als ze maar heelhuids terugkomen.”