De trots van een peer van Pyke Koch

Tentoonstelling: Stilleven. Werken van het Kunstenaars Genootschap De Ploegh. Zonnehof, Amersfoort. T/m 7/1. Geopend: di t/m za 10-17 uur, zon- en feestdagen 13-17 uur. Nieuwjaarsdag gesloten.

Wat is eigenlijk een stilleven? Die vraag dient zich aan bij het zien van de tentoonstelling die door het Amersfoorts Kunstenaars Genootschap De Ploegh werd samengesteld rond het thema 'stilleven'. Achttien kunstenaars van dit genootschap exposeren in De Zonnehof recent werk onder deze noemer. Wat daarbij vooral opvalt is dat het stilleven van nu vele vormen aanneemt en soms buiten de grenzen van het traditionele genre treedt. Alleen al de materiaalkeuze toont een grote verscheidenheid; te zien zijn keramische objecten, schilderijen, aquarellen, collages en sculpturen. Maar ook de opvatting van wat een stilleven is wisselt sterk. Dat zorgt voor de nodige verwarring; als de grenzen van het genre vervagen, waar staat de term 'stilleven' dan nog voor?

Zo maakt bijvoorbeeld Anki van der Kamp sculpturen waarin ze natuurlijk materiaal verwerkt, zoals vogelveertjes en bot, maar haar werk herinnert nergens aan het klassieke genre. Wat heeft bijvoorbeeld haar Mantel der liefde te maken met een stilleven? Het is een levensgrote geplooide cape, gemaakt van polyester en van binnen bedekt met vogelresten, die statig op de grond staat. Haar voorkeur voor het symbolische beheerst ook haar andere twee geëxposeerde werken.

Hoe bescheiden en precieus zijn daarmee vergeleken de abstracte, uit kleine stukjes hout en roestig ijzer samengestelde objecten van Kees Streefkerk. Zij hebben wél iets bewaard van wat het stilleven zo bijzonder maakt; de kracht om het meest gewone belang te verlenen. Hoe belangrijk deze kracht is blijkt wanneer ze ontbreekt, zoals in de houtdrukken van Vincent van Ojen. Zijn schalen met vruchten zijn louter decoratie en krijgen geen meerwaarde.

De even klassieke stillevens van Hendrik Jan Visser en Willemijn van Dorp laten zien dat het wèl kan. Van Dorps Morandi-achtige potten met bloembollen krijgen door simpele kleuren en vormen een ongewoon, schilderachtig bestaan. Vissers bonte fruitschalen zijn heel anders. Ze zijn kleurig en ongegeneerd opgewekt, maar het weidse uitzicht op de helblauwe zee en lucht achter hen geeft aan hun zorgeloze eenvoud grootse proporties.

Vreemd genoeg komt de betekenis van het genre het sterkst naar voren in een sculptuur die niets met het klassieke stilleven gemeen heeft. De drie glazen objecten van Vincent van Ginneke, variaties op de ronde vorm, herinneren nergens aan etenswaar of keukengerei, en zelfs niet aan de natuur of de mens. Toch heten de dikke matglazen vormen Assortiment stilleven. Ze liggen rustig, zwaar en licht tegelijk, op de grond, en ontlokken aan de kijker de dwingende vraag wat er in vredesnaam zo bijzonder is aan deze zinloze objecten. En je twijfelt geen moment aan het belang van hun bestaan. Op precies deze manier maakten de grote meesters van het 17de-eeuwse stilleven een gedekte tafel, een enkele kool of wat fruit op een schaal tot kleine majesteitjes. En op precies deze manier kan een simpele peer onder de handen van Pyke Koch een ongekende trots uitstralen.

De vraag die deze tentoonstelling vooral oproept, is welke specifieke kracht het stilleven zo bijzonder maakt. Het antwoord wordt echter minder door de werken zelf dan door de vergelijking met de oude meesters gegeven. De kracht om je op een andere manier naar het gewone te laten kijken dan je in het dagelijks leven doet, en om je daarbij te verbijsteren over de schoonheid. Maar die kracht bezitten maar enkele van de hier tentoongestelde werken.