Burgers bellen met Kamerleden via de Milieutelefoon

AMSTERDAM, 20 DEC. Ze beginnen onwennig, maar raken gaandeweg op dreef. In de nok van een pand aan het Damrak te Amsterdam zitten vijf Kamerleden van verschillende partijen aan de telefoon: de Milieutelefoon, een consumenten-informatielijn van de Vereniging Milieudefensie. Ze hebben voor één uur de taak van het reguliere personeel overgenomen en beantwoorden vragen van burgers die streven naar milieuvriendelijk gedrag en consumptiepatroon. Of die gewoon wat te klagen hebben.

F. Crone (PvdA) krijgt een vrouw uit Drenthe aan de lijn. Ze was op zoek naar onbespoten bloembollen, maar kon die in de buurt niet vinden. De dichtstbijzijnde plek waar het ecologisch verantwoorde artikel verkrijgbaar was, bleek de markt in Groningen. Een wijdverbreid probleem, zegt T. Wams, coördinator van Milieudefensie: “Wie biologische produkten wil kopen, moet vaak afstanden van 25 kilometer of meer afleggen. De teleurstelling van de mensen is begrijpelijk.”

B. Esselink (CDA) heeft telefonisch contact met een boer die zijn gal spuwt over de mestwetgeving. Een bewoonster van Heiloo ergert zich aan voortijdig afgestoken vuurwerk. J. Klein Molenkamp (VVD) maakt melding van overlast door houtkachels en allesbranders. Een Rotterdammer klaagt over de hoge-rendementsketel van zijn buurman, omdat de dampen in zijn tuintje neerslaan. M. Vos (GroenLinks) krijgt vragen over wespennesten en stinkende sloten, Crone over bestrijdingsmiddelen in het gemiddelde voedselpakket.

De parlementariërs, die allen voor hun fractie het milieu behartigen, zijn uitgenodigd ter gelegenheid van de honderdduizendste vraag die de Milieutelefoon onlangs te beantwoorden kreeg. De informatielijn dateert van mei 1987, heeft twaalf medewerkers (betaald en onbetaald) in dienst en draait grotendeels op subsidie van VROM.

Het ministerie is van plan een nieuw informatiepunt voor de consument op te zetten, onafhankelijk van overheid en bestaande organisaties, maar Milieudefensie is daar sceptisch over: “Dat is alleen zinvol als er meer mensen worden bereikt. Het nieuwe systeem mag ook niet los staan van de milieubeweging. Onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat 70 procent van de consumenten milieu-organisaties een betrouwbare informatiebron vinden. Daar steken overheid en industrie met elf en één procent schamel bij af.”

Uit een rapportje, dat de Kamerleden na afloop aangeboden krijgen, blijkt dat de aard van de vragen aan de Milieutelefoon in de loop van de tijd is veranderd. Begin jaren negentig bestond nog veel onduidelijkheid over de gescheiden inzameling van klein chemisch afval. Men wist niet wat er wel of niet in de chemisch bak moest en dat was bij de Milieutelefoon te merken. Het aantal vragen nam pas af, toen het ministerie een duidelijke 'welles-nietes'-lijst verspreidde.

Ook kringlooppapier roept minder vragen op dan voorheen. Een afdoende verklaring hiervoor is moeilijk te geven. Wellicht speelt een rol dat steeds meer papierleveranciers het kringloop-alternatief in hun assortiment hebben en daar hun klanten ook op wijzen.

Andere onderwerpen die geleidelijk uit de belangstelling verdwenen, zijn verpakkingen, asbest en reclamedrukwerk, maar daar kwamen nieuwe issues voor in de plaats, bijvoorbeeld luiers (wegwerp of zelf wassen), computers en koelkasten. De introductie van de koelkast zonder schadelijke cfk's zorgde vorig jaar voor aan aanzwellende stroom verzoeken om informatie. De campagne van de milieubeweging voor onbespoten bloemen en bollen had een soortgelijk effect.

Door de problemen rond mestoverschotten valt een groeiende vraag naar de voortbrengselen van biologische landbouw (zonder gif en kunstmest) te signaleren. Tegelijk zijn er veel klachten over de hogere prijs van biologische produkten. Gegronde klachten, vindt Wams onder verwijzing naar een biefstuk van een pond, die ongeveer een tientje meer kost dan hetzelfde artikel uit de gangbare veehouderij. “Wie de moeite neemt milieuvriendelijk te leven, betaalt meer dan de vervuiler”, stelt hij bitter vast.

“Maar daar kan de politiek wat aan doen”, houdt Wams de Kamerleden voor, “door te spelen met de BTW. Schone produkten zouden onder het lage tarief moeten vallen en vervuilende produkten onder het hoge.” Hij vindt gehoor bij de aanwezige politici, ook staatssecretaris Vermeend (financiën) zou er veel voor voelen, maar de zaak stuit af op de Europese regelgeving. Crone: “In Brussel krijgen we helaas geen bijval voor zo'n plan.”