Buitenlandse politiek na Kozyrev

Precies drie jaar geleden hield minister Kozyrev een rede die zijn collega's uit het Westen aan het schrikken maakte. Het was op de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa die in Stockholm bijeen was. De Russische minister waarschuwde op agressieve toon dat het uit moest zijn met de inmenging van het Westen. Het deed aan de beste dagen van Gromyko denken, maar het bleek een retorische truc te zijn, een grap van de Russische minister, een 'retorische truc' om het gezelschap duidelijk te maken wat er zou kunnen gebeuren als in Moskou de nationalistische conservatieven aan de macht kwamen. Hij nam alles terug. De Amerikaanse minister Eagleburger verweet de Rus dat dit soort humor slecht was voor zijn gezondheid. De Conferentie werd voortgezet en heeft verder niets opgeleverd dat nog het vermelden waard is.

Inmiddels is Rusland aanzienlijk verder op de weg van de vrije markt en de democratie gevorderd. Het gecombineerde resultaat daarvan is bij de verkiezingen vastgelegd. Een vijfde heeft 'neocommunist' gestemd, bijna tien procent laten weten dat het van Zjirinovski de beste toekomst verwacht. Neocommunist is iets anders dan ouderwets communist. De neo's zijn een democratische partij die naast de ander opereert, geen revolutionaire bedoelingen koestert maar alleen herstel wil van de oude zekerheden die op de vrije markt verloren zijn gegaan. Geen inflatie, volledige werkgelegenheid, waardevast pensioen, orde, veiligheid en vooral rust. Eigenlijk dus het paradijs van nette armoe zonder de Goelag, of desnoods een kleine Goelag met een menselijk gezicht. Wat de partij van Zjirinovski wil is vaak datgene wat de leider die ochtend te binnen is geschoten. Wie hem langer aan het woord heeft gezien moet tot de conclusie komen dat deze politicus, om het zacht te zeggen, niet helemaal normaal is.

De oorzaken zijn bekend en voorzien. De economische shocktherapie verloopt snel zoals het hoort en maakt daardoor slachtoffers. Dubbele handicap: de therapie wordt toegepast op een samenleving die vier tot vijf generaties niets anders heeft gekend dan de totale verzorgingsstaat. 'Het socialisme is erin geslaagd een andere mensensoort te kweken die met minder werken minder geld verdient en toch tevredener is dan de Westerse die met harder werken meer verdient', luidt de formule. En voltooide handicap: de nieuwe Russische maatschappij, en die van de andere vroegere communistische landen, moeten zich handhaven tegenover een nieuw Westen dat zelf, al moderniserend, privatiserend, globaliserend, de krampen van de aanpassing ondervindt en daaraan bijvoorbeeld in grote stakingen uitdrukking geeft. Wat in Rusland gebeurt, viel dus te voorzien, is eigenlijk normaal en daarom geen reden om ons ongerust te maken. De nieuwe Doema heeft even weinig te vertellen als de oude. Premier Tsjernomyrdin heeft de verkiezingen opgevat als een van staatswege ondernomen opinie-onderzoek en zal zich van de uitslag zo weinig mogelijk aantrekken.

Dit kan alleen betekenen dat de therapie op nagenoeg dezelfde voet wordt voorgezet, en een andere mogelijkheid is er trouwens niet. Het zou lang duren voor zo'n reusachtige operatie als de bekering van een commando-economie, na op gang te zijn gekomen, weer werd omgekeerd. En wat dan? Terug naar de enorme subsidiëring van de staatsondernemingen, kunstmatig drukken van de prijzen der consumptieartikelen, terug naar een distributiesysteem dat in de tijd van Gorbatsjovs perestrojka al bezweken is? Een neocommunistisch bewind dat dit zou proberen, zou de oorzaken waaraan het communisme ten onder is gegaan, herstellen. Het zou zijn kiezers feitelijk bedriegen, zoals het dit nu al theoretisch doet. Het zou chaos en armoe vergroten en daarmee het risico van grootscheeps geweld dichterbij brengen.

Wat heeft het Westen nog met Rusland te maken? In de buitenlandse politiek op het ogenblik weinig. Even leek het een factor in het Bosnische vraagstuk te zijn, door de betrekkelijk bescheiden bluf van minister Kozyrev, maar zijn politiek is in augustus in Bosnië zelf en later in Dayton door de Amerikanen als bluf ontmaskerd. Voor het Westen was hij een goede gesprekspartner en een kundig diplomaat, die de partijen aan de andere kant van de tafel dikwijls gewaarschuwd heeft voor de grenzen van zijn eigen mogelijkheden.

Of dit is gewaardeerd? Het resultaat zal vermoedelijk zijn dat hij binnenkort wordt ontslagen (zoals zijn president een poosje geleden met een gebaar van nek-breken al heeft duidelijk gemaakt). De verkiezingsuitslag verplicht ertoe, een meer geharnaste persoonlijkheid tot zijn opvolger te benoemen. Die zal snel moeten laten zien wat hij waard is en wel op de gebieden waar de buitenlandse politiek van Rusland en die van het Westen elkaar raken: de uitbreiding van de NAVO en de belangen van de Russische minderheden in de Baltische staten. Dat de communisten of neocommunisten de verkiezingen hebben gewonnen kan natuurlijk niet betekenen dat 'de Koude Oorlog terugkeert'. Die tweedeling van de wereld is voorgoed voorbij; de ideologie inspireert de Russische kiezers tot massaal nationaal heimwee. De opvolger van Kozyrev zal de eerste zijn die het Westen laat weten wat dit voor de Russische buitenlandse politiek betekent. Meer substantieels en minder goeds en in ieder geval iets waarop het Westen nog een begin van een antwoord moet gaan zoeken.