Bemiddelaar in zaak Oltmans tegen Staat

DEN HAAG, 20 DEC. Een bemiddelaar gaat in de zaak-Oltmans werken aan een schadevergoeding voor de journalist. Dit heeft het ministerie van buitenlandse zaken vanochtend bevestigd. Het departement heeft de voormalige president van de Amsterdamse rechtbank B. Asscher benaderd.

De zaak 'Oltmans tegen de Staat der Nederlanden' diende gisteren voor de Haagse rechtbank, waar ook voormalig minister-president Lubbers getuigde. Oltmans wil volledig eerherstel en een financiële tegemoetkoming van 2,8 miljoen gulden. Hij liet echter weten dat een vlotte minnelijke schikking ook welkom is.

Lubbers sprak gisteren van een “niet verkwikkelijke, niet verheffende gang van zaken”, maar voegde er aan toe dat Oltmans dat gedeeltelijk over zichzelf heeft afgeroepen. “Zijn manier van optreden leidt gemakkelijk tot irritatie”, aldus Lubbers.

Oltmans heeft zijn eis tot schadeloosstelling ingediend omdat de BVD en het ministerie van buitenlandse zaken het hem onmogelijk zouden hebben gemaakt als journalist in Nederland te werken. De oorzaak van deze tegenwerking ligt volgens de journalist in zijn vriendschap met Soekarno en zijn uitgesproken mening in de kwestie Nieuw Guinea, dat volgens Oltmans moest worden opgegeven. Verder zouden zijn veelvuldige bezoeken aan Moskou met name de BVD-agenten “op scherp” hebben gezet. Oltmans raakte echter vooral in conflict met de voormalig minister van buitenlandse zaken Luns.

Door zijn lange verblijf in het buitenland had Oltmans geen AOW opgebouwd, waardoor hij in de bijstand dreigde terecht te komen. Lubbers zei daar gisteren over: “Ik geloof niet dat de Staat hier fout heeft gehandeld, maar het is niet goed dat er een situatie kon ontstaan waardoor de heer Oltmans geen recht had op AOW.” De oud-premier heeft in 1993 persoonlijk ingegrepen om te bereiken dat de journalist alsnog een AOW-uitkering zou ontvangen. Bovendien bood hij een tegemoetkoming van 100.000 gulden aan, hetgeen Oltmans weigerde. Later op de dag bezocht Oltmans het ministerie van binnenlandse zaken om de over hem aangelegde BVD-dossiers te bestuderen, maar hij trof volgens eigen zeggen niets bijzonders aan. “Dit is geen dossier, dat moet ergens anders liggen.” Hij kondigde aan opnieuw naar de Raad van State te gaan om alsnog alle stukken over hem bij de veiligheidsdienst op te eisen.