Artikel 12 levert Den Haag 'weinig' op

DEN HAAG, 20 DEC. Het Haagse college van burgemeester en wethouders is ontevreden over het feit dat Den Haag in aanmerking komt voor een aanvullende bijdrage uit het Gemeentefonds van 30,7 miljoen gulden voor dit jaar. Ook de provincie Zuid-Holland noemt de voorgestelde maatregelen niet toereikend.

De gemeente Den Haag kan voor dit jaar de artikel 12-status krijgen, zo deelde staatssecretaris Van de Vondervoort (binnenlandse zaken) gisteren mee. De Haagse wethouder van financiën L. Engering heeft “met gemengde gevoelens” kennis genomen van het ambtelijk rapport dat de staatssecretaris heeft laten opstellen over de financiële positie van de residentie. De wethouder en haar ambtenaren zijn “tevreden” dat Den Haag in aanmerking komt voor de artikel 12-status, en ook met de erkenning dat de stad met aanzienlijke financiële problemen kampt. Maar ze zijn ontevreden over de aanvullende bijdrage.

Dat bedrag van 30,7 miljoen gulden is voor Den Haag als artikel 12-gemeente het relevante begrotingstekort, zo stelt het rapport, maar het is heel wat minder dan het begrotingstekort van 179,9 miljoen gulden waarmee de gemeente dit jaar zelf zegt te kampen. De Inspectie Financiën Lagere Overheden van het ministerie van binnenlandse zaken spreekt in haar rapport van “correcties” op de door Den Haag gepresenteerde begroting. Op het gebied van bodemsanering, onderhoud aan groen, wegen en water, huisvesting van scholen gaat het volgens het rapport niet aan om aanzienlijke bedragen voor regulier en achterstallig onderhoud op te nemen in de artikel 12-status.

De gemeente Den Haag schrijft de deplorabele financiële situatie vooral toe aan de ruimtenood van de tussen de zee en de randgemeenten ingeklemde stad. Door gebrek aan uitbreidingsgebieden komt er geen geld binnen door grondexeploitatie en bovendien zijn de kosten voor de gemeente om de schaarse ruimte te ontwikkelen relatief hoog. Ook de stadsvernieuwing kost veel geld. De inspectie stelt dat de financiële nood echter niet alleen kan worden toegeschreven aan de ruimtenood. Als belangrijkste oorzaken noemt de inspectie dat een gebrekkige adminstratie jarenlang de groeiende problemen heeft “versluierd” en dat begin jaren negentig enkele malen “bovenmatige uitgaven” zijn gedaan. Ook is het toezicht van de provincie Zuid-Holland op de administratie van de gemeente Den Haag “niet geheel adequaat” gebleken, aldus het rapport.

De inspectie stelt als voorwaarde voor de toekenning van de 30,7 miljoen gulden dat Den Haag een oud tekort van in totaal 516 miljoen gulden in tien jaar saneert. Als oplossing voor de financiële nood suggereert de inspectie de opbrengst van de verkoop van het Haagse kabelnet en de extra gelden die zullen voortvloeien uit de herziening van het Gemeentefonds. Den Haag krijgt de komende jaren vermoedelijk negen procent extra uit dit fonds.

Wethouder Engering meent dat de inspectie een aantal zaken zoals bodemsanering, stadsvernieuwing en geprivatiseerde parkeergarages ten onrechte op de lange baan schuift en onderhoud aan groen, wegen, onderwijsgebouwen en waterbodems “wegdefinieert”.

Volgens wethouder Engering biedt de nu voorgestelde vorm van artikel 12-status geen oplossing voor de structurele problemen. Zo blijven de gemeentelijke investeringen steken op 50 miljoen gulden, vergelijkbaar met die van Utrecht. Toch heeft Den Haag geen andere mogelijkheid dan een verweerschrift op te stellen om vervolgens toch op de voorstellen in te gaan, aldus Engering. “Dit is een eerste stap op weg naar een gezonde financiële situatie. Daarnaast zullen we met het rijk andere oplossingen moeten bedenken voor de problemen in de stad, zoals de ruimtenood. Daar moet extra geld voor beschikbaar komen.”

De gemeente bezuinigt in de periode 1995-1998 in totaal tachtig miljoen gulden. In de periode van 1986 tot 1995 is per inwoner 76 gulden bezuinigd. In Amsterdam werd in deze periode 50 gulden per inwoner bezuinigd, in Rotterdam 45 gulden per inwoner. Engering: “We hebben gemeentelijke bedrijven verkocht, we hebben de lasten voor de burgers verzwaard, er zijn geen andere mogelijkheden meer. We zitten hartstikke klem.”

De staatssecretarissen Van de Vondervoort en Vermeend (financiën) nemen uiterlijk juni volgend jaar een definitieve beslissing over het rapport.