Akkoord over export wapens en technologie

DEN HAAG, 20 DEC. Delegaties uit 28 landen hebben gisteren in Den Haag overeenstemming bereikt over een nieuw internationaal controle-systeem op de export van wapens en goederen die zowel voor civiele als militaire doeleinden kunnen worden gebruikt, zogeheten 'dual-use' goederen. Het controle-systeem met de naam Wassenaar Arrangement, genoemd naar de plaats waar twee jaar lang overleg heeft plaatsgevonden, krijgt een coördinerend bureau in Wenen dat begin april officieel in gebruik zal worden genomen.

Het Wassenaar Arrangement is de opvolger van het op 1 april vorig jaar opgeheven Coordinating Committee on Multilateral Export Control, COCOM. COCOM was gedurende de Koude Oorlog een instrument van zestien NAVO-landen, Japan en Australië om te voorkomen dat communistische staten de beschikking zouden krijgen over goederen met een (mogelijke) strategische functie.

Tot de opheffing van het regime werd in 1993 besloten omdat de exportregels die het stelde als een belemmering werden gezien op de economische ontwikkeling van voormalige communistische staten. Bovendien liepen vooral Amerikaanse computerproducenten voor miljarden aan orders mis omdat zij, in tegenstelling tot producenten uit landen als Zuid-Korea en Taiwan, onderworpen waren aan de regels van COCOM.

In het nieuwe exportregime zijn geen beperkende maatregelen opgenomen ten aanzien van de export van strategische goederen. Volgens F.A. Engering, directeur-generaal buitenlandse economische betrekkingen van het ministerie van economische zaken en voorzitter van de onderhandelingen die sinds 1993 zijn gevoerd, is het voornaamste doel van het Arrangement om helderheid te krijgen in de wereldwijde handel in strategische goederen. Het nieuwe exportregime steunt daarbij op twee pilaren, zo zei Engering. De eerste 'pilaar' betreft de handel in conventionele wapens, de tweede 'pilaar' betreft de handel in dual-use goederen. Over de lijst van dual-use goederen, bijvoorbeeld supercomputers en produkten voor de telecommunicatie, bestaat nog geen volledige overeenstemming.

Om de door de deelnemende staten gewenste 'helderheid' te krijgen, is overeengekomen transacties in strategische goederen te melden bij het bureau in Wenen. Door in kaart te brengen welke transacties hebben plaatsgehad en welke door overheden van leveranciers zijn geweigerd, kunnen concentraties van wapens in specifieke landen tijdig geconstateerd worden. Hierdoor zouden, aldus een Amerikaanse functionaris, “toekomstige Iraks voorkomen kunnen worden”.

Het Arrangement hanteert, in tegenstelling tot zijn voorganger COCOM, geen 'zwarte lijst' van landen die in aanmerking komen voor exportbeperkende maatregelen. In algemene bewoordingen heeft het nieuwe regime, volgens de Amerikaanse functionaris, betrekking op de export naar landen die “een risico kunnen gaan vormen voor de regionale of internationale veiligheid”. De Amerikaanse overheid zou daarbij vooral Irak, Iran, Libië en Noord-Korea op het oog hebben.

Deelnemende staten aan het Wassenaar Arrangement zijn Rusland, Polen, Oostenrijk, Tsjechië, Finland, Hongarije, Nieuw Zeeland, Zweden, Zwitserland en de voormalige leden van COCOM. China, leverancier van wapens aan onder andere Iran, Pakistan en Syrië, is nooit uitgenodigd voor de in Wassenaar gevoerde besprekingen. In de woorden van de Amerikaanse functionaris omdat het eerst “dezelfde politiek als andere staten [met betrekking tot de export van strategische goederen-red.] moet hanteren”.