100 JAAR; 15 Apocalypse Now

In westerns spiegelen jongens als Billy the Kid zich aan oude revolverhelden, maar ze doen er alles aan om niet oud te worden. Jong sneuvelen is een oplossing, 'settlen' het einde van de film. In oorlogsfilms gaat het anders: de dood is zelden heroïsch, de jonge soldaat mist thuis en als hij overleeft, is hij gedurende de film volwassen geworden. Zijn initiatie is een leerzaam overgangsproces.

In de jaren vijftig en zestig wilden Sam Fuller en een handvol andere toonaangevende regisseurs van oorlogsfilms vooral realistisch zijn. Hoe smeriger en goedkoper de Tweede Wereldoorlog - of de Koreaanse - eruit zag in zwart-wit, hoe beter het resultaat: een soort van existentiële beproeving met veel modder en bloed, en weinig glorie, al was goed nog wel eenvoudig van kwaad te onderscheiden.

De Vietnamoorlog bracht een verwarring teweeg, die het genre definitief zou veranderen. Eerst negeerde Hollywood Vietnam, omdat het in geen enkele kraam te pas kwam; sporadische eigentijdse films over de oorlog dienden slechts propagandadoeleinden (The Green Berets) of losten het dilemma - hoe heroïek en realisme te verenigen - niet bevredigend op. Platoon (Oliver Stone, 1986) was de eerste en de laatste film die de Vietnamoorlog in al haar absurditeit wilde laten zien zoals het werkelijk geweest was: een kwadratuur van de cirkel.

Om die werkelijkheid te filmen moet je het realisme laten varen en diep in de mythologie van het Kwaad graven. 'The horror, the horror', kan Marlon Brando - 'jenseits von Gut und Böse' - slechts mompelen aan het slot van Francis Coppola's Apocalypse Now (1979), waartoe Joseph Conrads roman Heart of Darkness de sleutel vormde.

Geen zichzelf respecterende oorlogsfilm kan die les van Coppola meer ongestraft negeren. De initiatieroute van Martin Sheen, die stroomopwaarts naar zichzelf zoekt en de incarnatie van God èn de duivel vindt, is bezaaid met misleidende identificatiemodellen. Het mooiste en meest geïmiteerde is dat van luitenant-kolonel Kilgore (Robert Duvall), die houdt van de geur van napalm in de morgen, surft tussen de mijnen en zijn vliegtuigen op de klanken van Wagners Walkürenrit verderf laat zaaien. Duvall speelde in Coppola's Godfather-cyclus tegenover God-de-vader Brando al net zo'n kille manipulator, de 'consigliere' Tom Hagen, die niet bij de familie hoorde, maar wel het vuile werk opknapte. Duvall is de valse vaderfiguur, die geen genade of introspectie kent: 'The man you love to hate'.