Zuid-Korea: processen om bloedbad uit '80 mogelijk

SEOUL, 19 DEC. Het Zuidkoreaanse parlement heeft vandaag een speciale wet aangenomen die het mogelijk maakt dat twee voormalige presidenten, Chun Doo Hwan en Roh Tae Woo, worden vervolgd wegens de coup van 1979 en het neerslaan van een volkopstand een jaar later in Kwangju. De twee vroegere leiders verblijven al enige tijd in voorarrest.

Chun (64) en Roh (63), beiden ex-generaal, hadden tot nu toe niets te vrezen omdat ze werden beschermd door wetten van verjaring en onschendbaarheid die grotendeels door henzelf waren geregisseerd. De nieuwe wetgeving maakt het mogelijk dat de slachtoffers van de staatsgreep uit 1979 en van het legeroptreden in Kwangju de verantwoordelijken laten vervolgen.

Chun Doo Hwan greep in december 1979 de macht, twee maanden nadat de regerende president Park Chung Hee - een generaal die, sinds hij in 1961 via een staatsgreep aan de macht was gekomen, het land met ijzeren hand regeerde - was vermoord door het hoofd van de Zuidkoreaanse inlichtingendienst. Chun verdreef de waarnemende president Choi en voerde in de maanden daarna de dictatuur op.

In verscheidene steden, onder meer in Seoul, Pusan en Kwangju, was al tijdens het bewind van Park fel verzet van studenten en dissidenten ontstaan tegen de militaire dictatuur en na het aantreden van Chun verhevigden deze acties. In mei 1980 culmineerde dit verzet in een volksopstand in de zuidelijk gelegen stad Kwangju. Chun stuurde zijn leger erop af dat met geweld de opstand beëindigde. Daarbij vielen volgens officiële opgaven bijna 200 doden.

Het harde legeroptreden werkte weliswaar als afschrikwekkend voorbeeld - het burgerverzet tegen het bewind nam af - maar het 'Kwangju-incident' werd voor de Zuidkoreaanse militaire elite een trauma waar 'het volk' haar bij voortduring aan herinnerde. Na de democratisering van Zuid-Korea in 1987 nam de roep om 'de waarheid' over het bloedbad van Kwangju toe, maar Roh Tae Woo, de eerste democratisch gekozen president in decennia, was een naaste medewerker van Chun geweest en hij hield verder onderzoek tegen.

Het duurde tot dit jaar aleer het verleden Chun en Roh weer ging opspelen. Na onthullingen in de pers over grootschalige corruptie tijdens de regering van Roh (1988-1993) werd Roh op 15 november aangehouden. Roh heeft inmiddels toegegeven destijds een fors bedrag (654 miljoen dollar) te hebben ontvangen van het bedrijfsleven, maar hij meent dat het giften betrof, geen smeergeld. Op 3 december werd Chun aangehouden, in verband met de gebeurtenissen van 1979-80. Chun ging twee weken geleden in hongerstaking uit protest tegen zijn hechtenis. (AP, Reuter)