Verbranding mestformulieren 'voorbode' van boerenboycot

MARKELO, 19 DEC. Rijen dik staan ze wat lacherig om de brandende olieton. Papieren worden onder veel commentaar op de vlammen gesmeten: “Hier, pak an.” En: “Nu op naar Assen, dat Bureau Mestheffingen brandt veel beter!”

Op de parkeerplaats van Dancing Dieka aan de Kruusweg in de donkere velden bij Markelo hebben zich deze maandagavond tussen de honderd en tweehonderd boeren verzameld om uit protest tegen de mestplannen van de overheid hun mestformulieren te verbranden. Actie Opstoken, zo worden de activiteiten genoemd door het organiserend comité Wij zullen doorgaan. Op acht plaatsen in het land worden formulieren verbrand, een actie waaraan honderden boeren deelnemen. De boeren komen onder andere bijeen in Tiel, Borculo en Rheden. Een concurrerende actiegroep, Wij zijn het zat, voerde op dezelfde dag actie bij een waterzuiveringsinstallatie bij het Gelderse Waardenburg.

Van een wilde actie is in Markelo geen sprake. We mogen geen enkel risico lopen, zegt regionaal actieleider J. Brok om negen uur tegen de boeren in een van de zalen van Dancing Dieka, voorafgaand aan de papierverbranding. Dus wordt iedere deelnemende boer geregistreerd, voor het geval hij later alsnog zijn mestboekhouding wil opgeven.

De boeren in de zaal luisteren nauwelijks naar Brok. De stemming wil er maar niet in komen. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de aankondiging dat 'de grote actieleider', Wien van den Brink zelf, later op de avond de verbranding zal bijwonen. De boeren wachten liever daar op. En dus hebben ze meer trek in het bier uit Dieka's tap dan in het slecht verstaanbare praatje van Brok over het hoe en waarom van de actie. “We zullen doorgaan met onze acties”, roept Brok hard in de microfoon. Veel respons levert dat niet op.

Een van de boeren legt zijn papieren vast klaar. Dit is een sein dat we tot veel meer in staat zijn, zegt hij, dat de boeren ook het beleid helemaal kunnen boycotten. “En dan is de overheid nog verder van huis. Laat ze toch luisteren.” Met zijn fokzeughouderij in het Overijsselse Lattrop heeft hij een jaarlijks mineralenoverschot van 5.000 kilo fosfaat. Maar hij begrijpt niet waar de overheid zich druk over maakt: “Al die mest wordt verantwoord afgezet. Waar zeuren ze toch over? Er is geen enkele reden het mestbeleid strakker aan te trekken.” Nu betaalt de man, die zijn naam niet in de krant wil, jaarlijks 2.000 gulden aan mestheffingen. “Als we op ons bedrijf terug moeten naar een fosfaatoverschot van twintig kilo per hectare in het jaar 2010, zoals de overheid wil, bestaat de kans dat ik failliet ga. Mijn bedrijf is twee hectare groot.” De boer maakt zich boos. Hoe is het toch mogelijk, zegt hij in de snikhete dancingzaal, dat Den Haag de boeren al jaren als een soort milieucriminelen ziet? “We hebben al veel gedaan, veel geïnvesteerd. Het mestbeleid moet op een reële manier worden doorgevoerd. Haalbaar en betaalbaar, daar gaat het om.”

In de zaal klinkt wat gejuich. Brok komt met nog een actie. Laten we de ministers Van Aartsen van landbouw en De Boer van milieu een kerstkaart sturen, zegt hij. “Op die kaart zetten we dan: Wij wensen u net zulke beroerde kerstdagen als wijzelf hebben en een uitzichtloos 1996'. Die kaarten sturen we naar de privé-adressen van de ministers.” Van een briefje leest Brok de adressen voor. Daar willen de meeste boeren wel aan meewerken. Helemaal als Brok met zijn pointe komt: “Op elke kaart plakken we een postzegel van vijf cent. De ministers betalen de strafport.”

Om kwart over tien komt Van den Brink aanzetten. De actieleider komt net uit Borculo, waar een soortgelijke actie plaatsvond. Hij houdt een kleine toespraak, waar de boeren doodstil naar luisteren. Hij vertelt dat deze acties niet het begin van een boycot zijn, maar een voorbode. Dat er onder de boeren absoluut geen draagvlak is voor het mestbeleid en dat de Tweede Kamer daar nu eens naar moet luisteren. “De boeren hebben geen mestprobleem, dat heeft alleen de overheid. En die probeert nu de boeren met die problemen op te zadelen. Het overschot is door de overheid zelf tot stand gebracht. Daar in Den Haag creëert men z'n eigen problemen.”

Dan gaat het in optocht naar buiten, naar de parkeerplaats waar de brandende olieton klaarstaat. Lang duurt het ritueel niet: Een kwartiertje later is de formulierverbranding voorbij. Na afloop zijn er nog broodjes met knakworst en mosterd, aangeboden door een toeleverancier uit de agribusiness. Om kwart voor elf is het feest vooorbij. De boeren zoeken hun auto's op en rijden door de donkere velden naar huis. Morgen is het weer vroeg dag.