Succes wapenvermindering Bosnië onzeker

KÖNIGSWINTER, 19 DEC. De gesprekken over wapenvermindering in Bosnië dreigen af te stevenen op een mislukking als Joegoslavië (Servië en Montenegro) en Kroatië het niet snel eens worden over wederzijdse erkenning. Kroatië zal zich uit de onderhandelingen terugtrekken als de regering in Belgrado diplomatieke erkenning blijft weigeren.

Met die dreigende boodschap kwam de Kroatische minister van buitenlandse zaken, Mate Granic, gisteren naar de top van de Petersberg in Königswinter (bij Bonn) voor de aftrap van de internationale onderhandelingen over wapenvermindering en regionale stabliteit in ex-Joegoslavië. De gesprekken, die voortvloeien uit het vorige week in Parijs getekende vredesakkoord voor Bosnië, zullen volgende maand in Wenen worden voortgezet. Maar uit de toon die gisteren werd gezet door de Kroatische en de Joegoslavische delegatie, valt op te maken dat succes niet bijvoorbaat verzekerd is, ook al hebben de strijdende partijen in Bosnië elkaar nu formeel vrede beloofd.

Diplomatieke erkenning van Kroatië blijft vooralsnog uit door een geschil met Joegoslavië over het bezit van de marinebasis Prvlaka bij Dubrovnik. Als de regering in Belgrado niet overgaat tot erkenning van Kroatië zal Kroatië “gedwongen zijn zich geheel terug te trekken uit deze onderhandelingen”, zo verklaarde minister Granic gisteren. De regering in Zagreb hecht groot belang aan erkenning omdat Belgrado daarmee ook impliciet de Kroatische aanspraken zou honoreren op Oost-Slavonië, een gebied dat nu nog in handen is van Kroatische Serviërs. Een “vreedzame re-integratie” van Oost-Slavonië in Kroatië is “de sleutel voor duurzame stabiliteit in de regio”, aldus Granic. “Zonder dat worden we geconfronteerd met een nieuwe ronde van vijandigheden en destabilisatie in de hele regio, die ook hoogst onvoorspelbare consequenties zal hebben voor Bosnië-Herzegowina”.

Granic's opmerkingen - door zijn Joegoslavische collega Milan Milutinovic bestempeld als “propaganda” - legden een schaduw over de ontwapeningsconferentie op de Petersberg, die juist bedoeld was om na de ondertekeningsplechtigheid in Parijs opnieuw een krachtig vredessignaal af te geven. Volgens de Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Hans van Mierlo, laat de woordenwisseling zien dat de partijen in ex-Joegoslavië nog steeds zeer argwanend tegenover elkaar staan en dat er van verzoening nog geen sprake is. Van Mierlo zei ook dat een mislukking van de gesprekken over wapenbeheersing het hele vredesproces in Bosnië in gevaar zal brengen.

De Zweedse oud-premier Carl Bildt, die als Hoge Vertegenwoordiger van de internationale gemeenschap de uitvoering van het niet-militaire deel van het vredesakkoord in Bosnië moet coördineren, verklaarde na afloop van de conferentie in Königswinter evenwel “voorzichtig optimistisch” te zijn over het verdere verloop van de onderhandelingen. Hij sprak over een “zeer constructief begin” en hij zei ook “niets nieuws” te hebben gehoord in de Kroatische opmerkingen. “U moet die in een breder perspectief zien. Beide partijen hebben meer te winnen dan te verliezen bij wederzijdse erkenning. Er zijn nu nog blokkades maar ik verwacht dat men binnenkort tot wederzijdse erkenning overgaat.”

Volgens Bildt zal ook “een oplossing” worden gevonden voor het probleem dat Joegoslavië in 1992 als lid van de OVSE werd geschorst, terwijl die Organisatie voor veiligheid en Samenwerking in Europa volgens de vredesafspraken in Dayton moet gaan toezien op het proces van wapenbeheersing in ex-Joegoslavië. Minister Milutinovic wees er gisteren op dat Joegoslavië zich moeilijk kan voegen naar OVSE-procedures als het land door “een ongerechtvaardigde en oneerlijke beslissing” nog langer wordt uitgesloten van nauwe samenwerking met de OVSE.

Zoals is vastgelegd in het Dayton-akkoord zal vanaf 4 januari in Wenen aan twee verschillende 'tafels' worden onderhandeld. De ene onderhandelingsronde onder de regie van de OVSE gaat over het nemen van “vertrouwenwekkende en veiligheidsversterkende maatregelen”, zoals het opleggen van beperkingen voor het verplaatsen van bepaalde wapensystemen, het elkaar informeren over militaire activiteiten, de uitwisseling van gegevens over hoeveelheden zware wapens en de uitwisseling van verbindingsofficieren. De resultaten van die besprekingen moeten eind januari overlegd worden op een te houden vervolgconferentie.

Volgens de in Dayton gemaakte afspraken moeten de onderhandelingen over begrenzing van de conventionele strijdkrachten en het bereiken van 'regionale stabiliteit' in juni van volgend jaar zijn afgerond. De bedoeling is dat er een akkoord komt waarin “zo laag mogelijke” limieten staan voor de hoeveelheid tanks, artilleriestukken, gepantserde voertuigens, gevechtshelikopters en manschappen, waarover de verschillende partijen mogen beschikken. Joegoslavië moet daarbij naar schatting 25 procent van zijn militaire kracht inleveren. Om de ontwapeningsgesprekken een kans te geven is in Dayton afgesproken dat de partijen in ex-Joegoslavië de eerste drie maanden geen enkel wapen mogen importeren, en de eerste zes maanden geen zware wapens.