Staat verliest miljarden aan oninbare leningen

DEN HAAG, 19 DEC. Van de 1,4 miljard gulden aan leningen die de rijksoverheid per jaar verstrekt wordt een groot deel om onduidelijke redenen kwijtgescholden, niet ingevorderd of omgezet in subsidies. Over de periode 1990 tot en met 1992 ging het hierbij om 3,3 miljard. Dit schrijft de Algemene Rekenkamer in het Decemberverslag 1995, dat vanochtend naar de Tweede Kamer is gestuurd.

Eind 1992 stond er bij het rijk voor ruim 64 miljard gulden aan leningen uit, waarvan 48 miljard aan woningwetleningen. Over de mate waarin geleende bedragen aan 'dubieuze debiteuren' worden kwijtgescholden, als rentesubsidie worden verstrekt of buiten invordering worden gesteld, ontbreekt volgens de Algemene Rekenkamer informatie. Uit een inventarisatie van de Rekenkamer bleek echter dat het hierbij om “aanzienlijke bedragen” gaat. Onder de 3,3 miljard gulden die begin jaren negentig werd afgeboekt bevindt zich een vordering op de Rijn Schelde Verolme Machinefabriek (RSV) van 1,2 miljard gulden. In 1994 heeft Economische Zaken hiervan nog 483 miljoen ontvangen en het ministerie verwacht nog enige tientallen miljoenen, maar de hele vordering zal nooit meer binnenkomen.

De Algemene Rekenkamer heeft met name kritiek op het feit dat informatie over de werkelijke waarde van de uitstaande leningen ontbreekt. Zo stonden bij Economische Zaken eind '92 leningen uit voor een totaal bedrag van bijna 3,3 miljard gulden. De werkelijke waarde hiervan bedroeg volgens de Rekenkamer nog niet de helft: 1,5 miljard. Behalve dit ministerie werden ook de ministeries van financiën en verkeer en waterstaat nader onderzocht.