Prijs van tarbot uit kwekerij blijft te laag

EEMSHAVEN, 19 DEC. Nog langer geld in een gat in de grond stoppen is niet meer te doen. Een proefproject met een tarbotkwekerij in de Eemshaven is biologisch-technisch geslaagd, maar economisch niet. “Geldschieters verdienen meer als ze hun geld op de bank zetten”, zegt bedrijfsleider M. Nijhoff.

Nijhoff is met zijn laatste werkzaamheden bezig in de tarbotkwekerij die Scomax BV heet. Scomax was een proefproject van de IJmuidense visgroothandel Interfish en de energiemaatschappijen EDON en EPON. Nijhoff ontwikkelde het concept naar aanleiding van een promotieonderzoek bij het Rijksinstituut voor Visserij Onderzoek. Doel was na te gaan of tarbot goed gedijt in het koelwater van de Eemscentrale. Nijhoff: “Dat kan heel goed. Zelfs het dubbele van wat we hadden verwacht.” De ideale groeitemperatuur voor tarbot is zeventien graden. Het koelwater van de energiecentrale bleek goed geschikt, de zeevissen groeiden als kool. In goede tijden produceerde Scomax 65 kilo vis per vierkante meter water, terwijl 30 kilo was verwacht.

Toch wordt de kwekerij niet voortgezet. Binnenkort komt de sloper. “De garantieprijzen voor tarbot zijn te laag. Investeerders durven het daardoor niet aan”, zegt Nijhoff. Scomax-aandeelhouder EDON maakte vorige week bekend de bijdrage van twee ton per jaar te stoppen. Andere investeerders zijn niet gevonden.

De prijs van de delicate platvis is te laag, hoewel die sterk fluctueert. “Gisteren was de prijs nog 13 gulden per kilo, nu al 17 gulden. Richting de feestdagen stijgt het snel. Maar investeerders willen goede garantieprijzen en die waren te laag.” Nijhoff sluit niet uit dat in de toekomst toch een particulier met succes een tarbotkwekerij kan opzetten bij de Eemscentrale. Nijhoff vindt het teleurstellend dat zijn concept niet wordt gebruikt, maar echt rouwig is hij nu ook weer niet.

Een woordvoerder van EDON laat weten dat het mislukken van de tarbotkwekerij de ontwikkeling van het toekomstige 'energiepark' niet in de weg staat. EDON wil energie-intensieve ondernememingen naar de Eemshaven halen, zodat deze van de (rest-)energie van de Eemscentrale kunnen profiteren.