Politisering

In NRC Handelsblad van 12 december, spreekt Thom de Graaf, Tweede-Kamerlid voor D66, uiterst bezorgd over het 'politieke activisme' in de senaat. Daarmee zoekt hij aansluiting bij een traditie van kritiek op wat wordt genoemd een te sterke politisering van de Eerste Kamer.

De roep om wat minder te politiseren klinkt vooral op als Eerste-Kamerfracties uit de regeringscoalities dwars liggen of dreigen dat te doen. Dan wordt gezegd dat de senaat zich zou moeten concentreren op de kwaliteit van voorgestelde wetten. In zulke gevallen is de oproep om niet tezeer te politiseren begrijpelijk, maar ook gegarandeerd vruchteloos. Want natuurlijk hebben de kritische senatoren naar hun zeggen juist het oog op kwalitieve gebreken. Maar het motief van Eerste-Kamerfracties om zich politiek te profileren tegenover een coalitie moet niet worden overschat. Wanneer binnen een regeringscoalitie opwinding ontstaat over een politiserende Eerste Kamer, dan zijn vriend en vijand het doorgaans met elkaar eens dat het betreffende wetsvoorstel inderdaaad ernstige gebreken vertoont op het punt van kwaliteit, effectiviteit en uitvoerbaarheid. De Graaf bedoelt dus waarschijnlijk iets anders dan hij zegt. De coalitiefracties moeten juist wel politiseren, zij het natuurlijk niet zelfstandig. De Eerste Kamer moet zich - op enige afstand van de politieke actualiteit - bezig houden met de kwaliteit van wetgeving, zegt De Graaf. Zijn betoog oogt zakelijk en ontstegen aan politieke voorkeuren. Maar hij moet beseffen dat zijn stuk een politiserende strekking heeft.