Philips sluit televisiefabriek in Zuid-Afrika

KAAPSTAD, 19 dec. Philips sluit begin volgend jaar een televisiefabriek in Zuid-Afrika, die door het wegvallen van de tariefmuren niet meer concurrerend is. De sluiting illustreert dat de Zuidafrikaanse economie internationaal niet mee kan na het einde van het langdurige isolement.

Het gaat om een televisiefabriek van Philips Zuid-Afrika in Johannesburg. De verlaging van importtarieven voor elektronica, waarmee de regering Mandela dit jaar is begonnen, maakt het goedkoper televisietoestellen van een Philips-fabriek in Singapore in te voeren. De sluiting zal ongeveer tweehonderd banen kosten.

In de fabriek in Johannesburg worden televisietoestellen geassembleerd. De onderdelen worden ingevoerd. Philips Zuid-Afrika maakt ongeveer 60.000 toestellen per jaar. De fabriek draait op de helft van haar capaciteit en lijdt al zes jaar verliezen.

Hoewel de televisiefabriek een marginale activiteit is, illustreert de beslissing van Philips een aantal zwakheden in de Zuidafrikaanse economie waarover het bedrijfsleven en de regering zich zorgen maken. Nu het economische isolement ten einde is, blijkt Zuid-Afrika internationaal niet mee te kunnen. Uit een recente vergelijking die Philips maakte met een televisiefabriek in Thailand, bleek dat de produktie in Johannesburg weliswaar op hetzelfde peil was, maar dat de salarissen in Zuid-Afrika twee keer zo hoog lagen.

De bescherming van hoge importtarieven, die het apartheidsbewind had ingesteld om de lokale economie te beschermen, valt weg. Op 1 oktober dit jaar werd het tarief voor consumentenelektronica verlaagd van 70 naar 40 procent. In 1997 zal het tarief terugvallen tot 25 procent. In de kleine Zuidafrikaanse markt, met een verkoop van 450.000 toestellen die naar verwachting in het jaar 2000 tot een miljoen per jaar kan oplopen, wordt import van produkten goedkoper dan lokale produktie. “Het is een van de realiteiten van het nieuwe Zuid-Afrika: het land kan niet concurreren op de wereldmarkt”, aldus MacKenzie. “Het kan mogelijk nog wel in kleine niche markten, maar niet in de massaproduktie van consumentengoederen”.

Een andere reden voor Philips om tot sluiting over te gaan, is de enorme grijze markt in consumenten-elektronica. Sinds Zuid-Afrika weer deelneemt aan de internationale handel, worden op grote schaal produkten het land in gesmokkeld. Philips besloot om die reden enkele maanden geleden zich terug te trekken uit de markt van video-recorders en audio-apparatuur. In Zuid-Afrika worden nu jaarlijks naar schatting 150.000 video-recorders illegaal ingevoerd. “Je kunt hier simpelweg niet meer tegen een reële prijs verkopen”, meent directeur MacKenzie. “De regering geeft toe dat het er absoluut niet in slaagt om de invoer te controleren. De douane kan niet voldoende competente mensen krijgen. Daardoor is Zuid-Afrika een onstabiele markt”.

Philips blijft actief in Zuid-Afrika, onder meer met de verkoop en assemblage van huishoudelijke, medische en indstriële apparaten. “Dit is niet meer dan een natuurlijke aanpassing. Het betekent niet dat we ons terugtrekken uit Zuid-Afrika”, aldus MacKenzie.