Op en onder duiken als een fuut

Ineens lag het begrip op de lippen van elke Haagse ouder met kinderen in de schoolzwemleeftijd: wakzwemmen.

Meteen gewonnen waren we door dit beeldend neologisme. Bij toverslag verdwenen alle angstvisioenen die gaan spoken zodra de graden onder nul zakken. Welke badmeester of badjuffrouw van het Haagse Schoolzwemmen had dit prachtig initiatief genomen? Wat een realiteitszin en slagvaardigheid. Maar met het naderen van de dag waarop de vaardigheid geleerd zou worden, maakte de ene angst plaats voor een andere. In klam zweet werd menig ouder wakker uit een droom waarin de langs de kant patrouillerende badmeester net te laat doorhad dat een paar kinderen niet vanonder het plastic ijs vandaan kwamen. Natuurlijk zaten we afgelopen vrijdag ruim voor de tijd dat groep zes te water zou gaan ter inspectie aan de waterkant. Enorm was de opluchting toen we zagen hoe het onderwijzend badpersoneel in bijna overdreven aantal de wallekanten en wakgaten bevolkte. Vooral de met badmutsen en onderwaterbrilletjes getooide alligators die in de gaten ronddreven waren erg geruststellend. En dat gevoel werd alsmaar groter toen eenmaal het wakzwemmen in volle gang was. Op het zelfde moment dat een onfortuinlijk schaatsenrijdertje-in-spé onder het zwarte landbouwplastic verdween dook de mees of juf in het kunstwak onder en bleef daar net zo lang tot de kleine zwemmer veilig was aangekomen. Ha, die van ons dook op en onder als een kleine fuut, maar ach, dat te dikke ventje, wat een paniek. Een ander kind raakte zelfs helemaal de weg kwijt onder water en moest spartelend omhooggehaald worden uit het deinend vlies, als betrof het een buitenproportionele bevalling. Maar intussen groeide de twijfel op de oudertribune over de zin van deze oefening. We keken naar die bibberende lijfjes die uit het water klommen en badpak werd dikke trui en winterbroek, de blote voetjes kregen zware schaatsen aan. Het zwarte plastic werd wit ijs en iedereen weet toch dat ijs aan de onderkant heel wit is en een wak heel zwart en dat je altijd instinctief naar het licht zult zwemmen? Waarom zei niemand daar iets over, waarom zwommen ze niet met kleren, waarom was het plastic niet wit en het licht niet getemperd? Dit was zo erg zwembad en zo weinig bevroren vijver. En daar kwam de oude angst weer terug, nu in nieuwe gedaante: kinderen door het ijs gezakt op een grijze winternamiddag, reddeloos verloren want nergens een badmeester om ze tegemoet te zwemmen.