OESO: risico werkloosheid door muntunie

AMSTERDAM, 19 DEC. De lidstaten van de Europese Unie nemen het risico van een blijvend hoge werkloosheid als zij zich in de toekomst aansluiten bij de Economische en Monetaire Unie (EMU), tenzij zij verdere maatregelen nemen om de arbeidsmarkt flexibeler te maken.

Dit schrijft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) vandaag in de halfjaarlijkse Economic Outlook. Omdat in de muntunie de nationale wisselkoers en rente zich niet meer kunnen aanpassen, zal volgens de OESO in de toekomst de last van mogelijke nationale of regionale economische schokken veel meer terecht komen bij de arbeidsmarkt. Grotere flexibiliteit in de loonvorming en grotere arbeidsmobiliteit zijn dan vereist om de arbeidsmarkt het vermogen te geven zich aan te passen.

Tot dusverre, schrijft de OESO, heeft in Europa slechts een beperkt aantal landen vooruitgang geboekt met het streven naar grotere flexibiliteit op de arbeidsmarkt. “Zelf bij de meest optimistische aannames (over de economische ontwikkeling, red.) zal de werkloosheid over de gehele linie hoog blijven.”

De OESO signaleert op dit moment een vertraging in de economische groei, met name in Europa, maar acht de voorwaarden voor verdere groei in de eerstvolgende twee jaar gunstig. Vooral de lage rente en inflatie werken daar aan mee. Het inflatiecijfer loopt voor de Europese OESO-landen (uitgezonderd Turkije) terug van 2,9 procent nu tot 2,6 procent over twee jaar.

Voor dit jaar raamt de OESO de economische groei in de Europese OESO-landen op 2,9 procent. Voor 1996 en 1997 zijn de prognoses respectievelijk 2,6 procent en 2,7 procent. Met name Duitsland blijft daarbij achter, met een groei van 2,1 procent dit jaar 2,4 procent en 2,7 procent in de twee volgende jaren. Ook de Franse economie groeit volgend jaar, met 2,2 procent, onder het Europese gemiddelde.

De werkloosheid in Europa loopt maar mondjesmaat terug, van 10,6 procent in het lopende halfjaar tot 10,2 procent over twee jaar. Duitsland ziet de werkloosheid teruglopen van 9,4 procent tot 9 procent over twee jaar. Voor Frankrijk zijn deze cijfers 11,4 procent en 10,9 procent.

Nederland is een van de gunstige uitzonderingen. Het werkloosheidspercentage in ons land daalt van 7,2 procent dat als gemiddelde is geraamd voor 1995, tot 6,5 procent in 1997. “Sterke werkgelegenheidsgroei zal het werkloosheidspercentage verder terugdringen, ondanks een snelle toename van de beroepsbevolking.” De OESO heeft de raming voor de Nederlandse economische groei verlaagd van 2,7 procent naar 2,5 procent in 1996. Het jaar daarop wordt 2,9 procent groei verwacht.

De Verenigde Staten zullen na de 3,3 procent economische groei van dit jaar licht terugvallen naar 2,7 procent volgend jaar en 2,6 procent in 1997. De OESO heeft haar groeiraming voor Japan in 1995 scherp verlaagd van 1,3 tot 0,3 procent, maar is optimistisch met een verwachting van 2,0 procent in 1996 en 2,7 procent in 1997. Volgend jaar zal Japan, evenals dit jaar last houden van deflatie.

De OESO gaat er van uit dat Frankrijk in 1997 zal voldoen aan het EMU-criterium voor een maximaal begrotingstekort van 3 procent van het bruto binnenlands produkt (bbp), maar waarschuwde dat bij die prognose is uitgegaan van een groeiend consumenten- en producentenvertrouwen en een stabiele of dalende rente. Een tegenvaller in de Franse economische groei ter hoogte van 0,5 procent in de eerstvolgende twee jaar resulteert in 1997 in een 0,5 procent hoger Frans begrotingstekort bij ongewijzigd beleid.