Nieuwe moorden betekenen: wij geven niet toe

Algerijnse moslim-extremisten hebben de afgelopen weken met een reeks spectaculaire aanslagen een duidelijk antwoord gegeven op de verkiezingszege van president Liamine Zéroual op 16 november. Wij zijn niet van plan ons over te geven, betekende de moord op onder anderen de commandant van de kustwacht en op een andere hoge officier. En op de journalist Hamid Mahiout van de Franstalige krant Liberté, wiens dochter het hoofd van haar de avond tevoren verdwenen vader 's ochtends gespiest op het hek aantrof. De moslim-extremisten van de Gewapende Islamitische Groep (GIA) hoefden geen woorden te gebruiken. Maar dat spreekt bijna vanzelf voor strijders die zo vaak hebben onderstreept dat “zij die strijden met de pen, door het mes zullen sterven”.

Toch hebben de extremisten een zware nederlaag geleden toen zo'n groot deel van de kiezers - 75 procent volgens de overheid, en als er met de cijfers is geknoeid, voor iedereen zichtbaar heel veel - hun dreigementen negeerde en zijn stem uitbracht. En er zijn aanwijzingen dat hun eenheid lang niet zo hecht is als hun nieuwe moordcampagne lijkt aan te geven. Deze week bij voorbeeld meldde een repenti, een GIA-man die zich aan de autoriteiten heeft overgegeven, dat twee leiders van de organisatie in opdracht van de eigen mensen waren vermoord. In Algiers werd gespeculeerd dat de twee het GIA-geweld hadden willen intomen en het leiderschap mogelijk tot contacten met Zéroual hadden willen overhalen.

Volgens de Algerijnse autoriteiten hebben zich bovendien sinds de verkiezingen honderden GIA-aanhangers overgegeven. Zij profiteren van de clementiemaatregelen voor berouwvolle radicalen van Zéroual, die dit aanbod heeft onderstreept met de sluiting van een concentratiekamp in de woestijn voor (vermeende) moslim-radicalen en de vrijlating van de honderden gedetineerden.

Een soortgelijke verdeeldheid is sinds de verkiezingen geprononceerd te vinden bij het verboden, fundamentalistische Front van Islamitische Redding (FIS). De belangrijkste woordvoerder in het buitenland, Rabah Kébir, toonde zich na de verkiezingen wel zeer verzoenend toen hij Zéroual als “mijnheer de president” toesprak en als “valide onderhandelaar aan de zijde van de effectieve macht” betitelde. 'Leider van de heersende militaire junta' was tot dan onder de vriendelijkere betitelingen door het FIS van Zérouals bewind. Het FIS had de kiezers opgeroepen de verkiezingen te boycotten omdat het enige doel van de regering zou zijn zich legitimiteit te verwerven; Kébir gaf met zijn brief aan dat Zéroual daarin dus was geslaagd.

De veel extremistischere Anwar Haddam lanceerde echter vanuit Washington, waar hij in ballingschap leeft, een tegencampagne: afstand nemen van de 'offers' die de afgelopen jaren door de gewapende groepen zijn gebracht, komt volgens hem neer op 'verraad'. Maar volgens de Arabischtalige krant Al-Hayat gaat het verzet tegen Kébir in FIS-kring veel verder dan Haddam, die altijd al met zijn ene been in het GIA-kamp staat. De krant citeerde onder andere het blaadje Al-Tabsirah van Algerijnen in Groot-Brittannië. Onder de kop: “Zo rijd je niet kameel, Rabah,” schreef Al-Tabsirah: “We waren verbaasd, ja geschokt” door Kébirs brief. “Wat is dit? Ben je gek geworden, of heb je jezelf vergeten?”

In elk geval is na de bewuste verzoenende woorden van Kébir en enkele medestanders de afgelopen weken niets meer vernomen over een officiële toenadering tot het regime. Ook de andere, wel toegestane oppositiepartijen die het FIS in zijn verkiezingsboycot steunden maar vervolgens, opgeschrikt door de houding van de kiezers, wèl de beëdiging van Zéroual bijwoonden, zoals de vroegere eenheidspartij, het FLN, en het fundamentalistische En-Nahda, hebben niets meer van zich laten horen.

Het wachten is kennelijk op concrete actie van Zéroual, die in feite sinds zijn verkiezing alleen in beloften heeft gehandeld. De belofte van een dialoog met de niet-gewelddadige oppositie, de belofte van bestrijding van de corruptie die zovele Algerijnen zo dwars zit, de belofte van democratie. Maar ook Zéroual zit met een verdeelde achterban, van verzoeners en éradicateurs (uitroeiers), die (leger)groepen die nu juist niets meer van dialogen en concessies willen weten. Zeker is eigenlijk alleen dat de moorden zullen doorgaan. Want daarvoor zijn maar enkele toegewijde moordenaars nodig, en die zijn er nog voldoende te vinden, samen met een overvloed aan potentiële slachtoffers.