Kerkvernieuwer Berkhof overleden

Op zondag 17 december is in Leiden de hervormde theoloog dr. Hendrikus Berkhof overleden. Berkhof werd 81 jaar oud. Van 1960 tot 1981 was hij hoogleraar voor de opleiding van hervormde predikanten aan de Leidse Universiteit. Ook was Berkhof bijna tien jaar voorzitter van de Raad van Kerken in Nederland.

Berkhof speelde een belangrijke rol in de vernieuwing van de Nederlandse Hervormde Kerk na de Tweede Wereldoorlog. Als rector van het Theologisch Seminarium, van 1950 tot 1960, en als theologisch docent in de systematische of dogmatische theologie (1960-1981) diende hij die kerk op sleutelposities. Ook was hij nauw betrokken bij de oprichting van de Wereldraad van Kerken in 1948 in Amsterdam en bij de ontwikkeling van deze wereldwijde oecumenische beweging waarvoor na de oorlog onder Nederlandse christenen heel lang veel enthousiasme heeft bestaan.

Zeer actief was Berkhof op het terrein van de apartheidsbestrijding en in de kerkelijke vredesbeweging. Als voorzitter van de Raad van Kerken heeft hij zich intens ingespannen voor het destijds in kerkelijke kring bijzonder omstreden Programma van de Wereldraad van Kerken ter bestrijding van het racisme, vooral in Zuid-Afrika. Volgens zijn vriend en oud-collega H.M. de Lange heeft Berkhof op dit terrein heel goed en krachtig leiding gegeven.

Door zijn - ook voor buitenstaanders en andersgelovigen heel goed leesbare - studieboek Christelijk Geloof (Nijkerk, 1973) lreeg prof. Berkhof grote bekendheid. Met dit boek over christelijke dogmatiek, waarvan steeds weer nieuwe drukken verschenen, wilde hij informatie en inspiratie geven en zowel vakmensen als groter publiek bereiken. Hij was van mening dat geloofsleer niet alleen een wetenschap, maar vooral ook een kunst is. Op die manier probeerde Berkhof zijn lezers duidelijk te maken hoe hij 'de waarheid van God' verstond.

Volgens dr. K. Blei, secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk die destijds bij Berkhof promoveerde, viel diens in 1973 gepubliceerde inleiding tot de geloofsleer in zo goede aarde omdat de Leidse hoogleraar naast en tegenover veel moderne theologie weer een theologisch verantwoorde mogelijkheid bood om de bijbel als een echt geschiedenisverhaal te lezen. Ook was het volgens Blei in Berkhof te prijzen dat hij als theoloog in de lijn van de klassiek-gereformeerde traditie bleef staan.

Andere theologen vonden echter dat Berkhof in zijn theologie 'de soevereiniteit van God' te weinig liet uitkomen en dat hij er een te optimistisch en daarom te weinig calvinistisch mensbeeld op nahield.

Professor Berkhof was in zoverre een typisch Leidse theoloog dat hij zich voortdurend afvroeg of God wel voorwerp van wetenschapsbeoefening kan zijn. Zowel in zijn inaugurele rede in Leiden in 1960 als bij zijn afscheid in 1981 stelde hij zich die vraag. Een van Berkhofs aanhangers stelde dat bij theologie weliswaar sprake is van wetenschap, maar dan vooral in de zin van verstandelijk te werk gaan, van “God liefhebben met je verstand” zodat geloven meer is dan een kwestie van emotie of van onbewust instinct.