Het wijsje van het leven zegeviert

Voorstelling: Winters door de PaardenKathedraal en Speelteater Gent, vanaf 6 jaar. Concept en regie: Eva Bal. Teksten: Heleen Verburg. Muziek: Paul Carpentier. Gezien: 17/12, De Manege Utrecht. Aldaar nog t/m 30/12. Eerste kerstdag geen voorstelling. Info: 030-2730736.

Na Pieter Tiddens' indrukwekkende solo Wonderkanker is Winters van Eva Bal binnen een jaar de tweede voorstelling over kinderen met kanker. Hoewel totaal anders van sfeer en karakter zijn beide stukken van een vergelijkbare integriteit en zeggingskracht. Waar Tiddens een hecht gestructureerde compositie neerzet die vooral verwijst naar de concrete werkelijkheid van de ziekte, is Bal met een collage van tekst-, muziek- en bewegingsflarden vooral op zoek naar de gevoelens van de zieke. Waar Tiddens de zaken klein en haarscherp tekent, kiest Bal voor de brede penseelstreek, wat leidt tot fraaie, naar eigen inzicht te interpreteren beelden.

Winters past op de weg die Eva Bal met De tuin en Achter Glas bij haar eigen gezelschap Speelteater Gent insloeg. Beide produkties probeerden iets zichtbaar te maken van de voor volwassenen verborgen kinderwereld, wat naast indrukken van eenzaamheid en hardheid vooral ook die van grote vitaliteit achterliet. Voor Winters geldt dit in verhevigde mate. Ook al doorkruist de dood, vermomd als een sjofel groepje muzikanten, met regelmaat de voorstelling, zolang het publiek getuige is, wint de levenslust.

De regisseuse voerde gesprekken met jeugdige kankerpatiënten, die door Heleen Verburg werden verwerkt tot poëtische, fragmentarische teksten. Hier en daar duiken vermoedelijk authentieke uitspraken op over wat kanker is, over de nachten die zo alleen zijn, de angst voor de vreselijke prikken en vooral in de verzuchting van de zieke hoofdpersoon: 'Er is nog zoveel te doen!' Ook al is ze beroerd, bang en moe, ze wil dansen in een feestjurk, marcheren op de muziek, verliefd worden en uit het ziekenhuis weglopen. Dat laatste is onmogelijk, want de zieke is veroordeeld tot haar bed, waar de voorstelling dan ook begint en eindigt.

Bij aanvang zien we ver weg in een enorme ruimte de patiënt, die wat met haar vingers ligt te spelen. De vloer is bedekt met een veld van wit gaasdoek wat een adembenemend beeld van kilte en verlatenheid oproept. Dan verschijnen er rimpels, bulten en dansende zaklantaarns onder de witte vlakte, waaruit tenslotte twee wonderlijke mannen met veel lawaai en praatjes opduiken. Het komisch duo helpt om de verlangens van het meisje mee vorm te geven. Ze plagen, troosten en zorgen en barsten te pas en te onpas uit in vette levensliederen:'Ik heb geen water nodig en ook geen zout/ Ik heb enkel iemand nodig die van me houhouhoudt.' En tenslotte zetten ze het bed op hoge girafachtige poten. Hun vriendin is vrij om de muzikanten achterna te gaan. Misschien blazen die het wijsje van de dood, misschien dat van het leven.

Ondanks het onderwerp en de witte leegte is Winters een warme, bruisende voorstelling, waaruit compassie spreekt en bewondering voor kleine mensen die met hun ziekte moeten leven. Hier en daar wreekt zich de collagevorm, waar een bepaald onderdeel te lang wordt uitgewerkt en het tempo stokt. Het gaat vooral om de sfeerwisselingen die worden opgeroepen door het spannende gebruik van de ruimte, de stuwende muziek en het intense spel. Die sfeer moet je ondergaan, zonder altijd precies te begrijpen wat er gebeurt. Kinderen zullen daar waarschijnlijk over willen praten, zodat dit een uitgelezen familievoorstelling is, in een heel andere betekenis dan die van glitter en kabaal waar we in deze maand aan gewend zijn.