'Het was een ramp dat de Fransen uit Algerije verdwenen'

Na de door het leger afgedwongen vrede rond de presidentsverkiezingen hebben de Algerijnse moslim-extremisten hun moordcampagne hervat. De Algerijnse burgers wachten intussen af, de een vol optimisme, de ander in de overtuiging dat er toch niets zal veranderen.

ALGIERS, 19 DEC. 's Morgens verdringen de hongerige matrozen van de Algerijnse Admiraliteit elkaar bij het ontbijt voor de met koper beslagen toog van het prachtige Café des Marins. Het café ligt recht tegenover de marinebasis, vlakbij de oude Grote Moskee in het hart van Algiers. In de middag komen ook de buurtbewoners naar dit overblijfsel van de Franse koloniale tijd.

De volkscafés in de buurt van de haven zijn haarden van maatschappelijke verandering en politiek verzet. Zij vormen het centrum van ondergrondse activiteit; elk café is een ontmoetingsplaats voor dissidenten van een bepaald slag. “Ik heb niet aan de komedie van de presidentsverkiezingen deelgenomen”, bromt Mohammed. Hij is 53 jaar oud en woont vlakbij in het fundamentalistische bolwerk Bab el-Oued. “De laatste keer heb ik het FIS (het fundamentalistische Front van Islamitische redding) gestemd - het FIS dat ìs de islam! Maar dit keer, nee!”

“Het FIS is in orde, en ook Hocine Ait Ahmed (de in ballingschap levende leider van het Berberse FFS dat samen met de vroegere eenheidspartij, het FLN, de verkiezingen boycotte). En het FLN eveneens. De mensen zijn niet spontaan gaan stemmen, en al evenmin spontaan gaan feestvieren in de straten van Algiers. Het waren allemaal politieagenten en militairen die in de lucht schoten en feestvierden in de rijkere woonbuurten. Maar hier in Bab el-Oued was er van al die feestvreugde niets te merken. 's Avonds lagen de straten er hier net zo verlaten bij als voor de verkiezingen en het uitgaansverbod bleef voor ons gewoon van kracht. De politie was bijna nog schichtiger dan anders. Er is dus niets veranderd”, aldus Mohammed.

In het café is de stilte om te snijden. De mannen die voorheen in kleine groepjes heftig zaten te praten, stralen nu vijandigheid uit. Zo dichtbij de gevaarlijke Kasbah lijkt het opeens niet zo veilig meer.

In de buurt van het grote hotel El-Safir ligt het café Tantanville en op het enorme terras met uitzicht op de palmbomen rond de Place Mohammed Touri zitten veel mensen. Op het eerste gezicht oogt het café stijlvol en de clientèle bestaat uit mannen in grijze pakken: ambtenaren en employés van omliggende kantoren. Maar ze zitten op verkleurde plastic stoelen en de ammoniak-stank uit de toiletten verdringt het sterke aroma van de espresso-koffie.

Nouréddin en Ali hebben elk een zaak en komen hier vaak om over zaken te praten en de 'beurs' te raadplegen. Dit café, vroeger trefpunt van voorvechtsters van vrouwenemancipatie, is nu de ontmoetingsplaats van de zwarte handel in deviezen. Nouréddin werkt in het export/importbedrijf van zijn vader; Ali doet in textiel. Zijn winkel is dicht vandaag. In de stoffige ruimte liggen op een lange tafel en op rekken langs de muren massa's goedkope, synthetische kledingstukken, vooral fel-gekleurde nylon-dameslingerie: fuchsia-kleurige en gifgroene slipjes en nachtjaponnen. Allemaal fabriqué en Syrie of gekocht in de Souq el-Kebir in Damascus. Tientallen Algerijnse kooplui trekken iedere dag met de directe vluchten van Air Algérie naar de Syrische hoofdstad, waar zij goedkope spullen opkopen en in enorme koffers meezeulen op de terugvlucht. De douane in Algiers heeft de handen vol met deze moderne variant op de zijderoute.

Op een primus zetten Nouréddin en Ali mierzoete muntthee. Verder hebben ze maar één boodschap: “We zijn optimistisch, en eigenlijk heel blij met de verkiezingen.” Yahia, uitbater van Café el Rais, is ook optimistisch. “Er kunnen nu veranderingen komen. Maar de dreiging van het terrorisme is niet verdwenen. Het gevaar is niet bezworen, je moet op je hoede blijven.” Hij verkoopt bij de koffie zoete koeken op basis van griesmeel en honing. “Ik heb deze dagen jammer genoeg niet zo'n grote keus”, zegt hij. Maar het gebak is zeer populair onder de zeelieden en dokwerkers die uit de pakhuizen toestromen.

We passeren de Porte du Sahel en de in opvallend wit-en-geel geschilderde moskee op de Place Kennedy. “Die moskee is een geschenk van Jacky Kennedy toen zij hier in 1963 op bezoek kwam”, legt de chauffeur, Hocine, uit. “Madame Kennedy hield van Algerije. Ik zag van de week nog een korte film over haar op de parabole”, zegt Hocine. La parabole is Algerijns voor satelliet-televisieprogramma's die alle bezitters van een schotelantenne kunnen ontvangen. De Algerijnse overheid legt de kijkers geen beperkingen op, zodat ook de meest expliciete porno beschikbaar is, zoals Le Journal du Hard op Canal+ voor wie er ook nog een decodeertoestel en dus een abonnement bij kan en wil nemen.

Hocine, 55 en afkomstig uit het Berberse Kabylië, is vader van zes kinderen tussen de tien en 25 jaar oud. De oudste vier zijn allemaal werkloos. “Ik ben er zeker van dat het land er ook na de verkiezingen niet op vooruit zal gaan. We hebben de boot gemist. Met Said Sa'adi (de Berberse presidentskandidaat) hadden we kunnen afrekenen met de achterlijkheid en de corruptie. Maar zoals het nu gaat, kunnen mijn kinderen niet eens behoorlijk Franse les krijgen. Ze spreken haast alleen het Algerijns van de straat. Dat is wat ons nu nog rest. Het was een ramp dat de Fransen hier in 1962 verdwenen. Ik heb er ook voor gevochten, en ik huilde van blijdschap toen ons land onafhankelijk werd, maar nu zijn de meeste oud-strijders even teleurgesteld als ik. Toen ze de straat opgingen om Zérouals overwinning te vieren, dachten ze alleen op die manier hun eigen hachje te redden, terwijl ze goed wisten dat er niets verandert en ons land verder in de achterlijkheid en onderontwikkeling zal blijven wegzakken”, klaagt hij.

Abdellatif en Leila zijn al jaren goede vrienden. Vroeger ontmoetten zij elkaar ook wel 's nachts in de oude stad, maar dat is nu niet meer denkbaar. Ze leven al vier jaar met de angst voor de terreur, en er is natuurlijk ook het uitgaansverbod. Leila, al jaren gescheiden, werkt bij Air Algérie. “Ik ben islamiet, maar ik vind dat de godsdienst buiten het onderwijs en het bestuur moet worden gehouden. Maar in Algerije mag je je geen illusies maken, het is hier alles of niets.”

Abdellatif is voor het FIS, en hij heeft niet gestemd in de presidentsverkiezingen. “Wie niet heeft gestemd, is geen Algerijn”, roept Leila. “Abdellatif is laf. Het kan hem niets schelen dat we in een dergelijke situatie zijn terechtgekomen.” Zelf woont ze in Eucalyptus, een van de ergst door het geweld getroffen wijken van Algiers: “Elke avond horen we schoten en ontploffingen. Maar de laatste tijd is het kalm, te kalm. Het is als de stilte voor de storm. Iedereen houdt zijn adem in. Mijn vrienden zijn altijd gewapend als ze de straat opgaan.”

“Ja, in Eucalyptus gaat het er hard aan toe”, bevestigt Abdellatif. “Maar wat weet jij daarvan”, snauwt Leila. “De Algerijnse mannen hebben maar één probleem”, voegt ze eraan toe, “en dat is de vrouw. Ze zijn zo schijnheilig. Stomdronken gaan ze zeuren dat hun vrouw de hejab moet dragen.”

Abdellatif blijft er koel onder. “Voor mij is het duidelijk. In 1991, bij de parlementsverkiezingen die door de autoriteiten zijn afgebroken, heeft het Algerijnse volk voor het moslim-fundamentalisme gestemd. De Algerijn is fundamentalistisch! Weet je wel waarom de mensen toen voor het FIS hebben gestemd? Het FIS zei hardop wat er voor frustraties onder de mensen leefden.”

“Het FIS bestaat niet meer”, merkt Leila grijnzend op. “Maak dat maar aan Zéroual wijs”, reageert Abdellatif. “Als we het aan jullie overlaten worden morgen alle moskeeën in discotheken veranderd.”

“Weet je waarom zoveel rijke Algerijnse industriëlen, zoals mijn vriend Abdellatif hier, voor het FIS of (zijn legale tegenhanger) Hamas zijn”, vraagt Leila. “Om dat het hun een zorg zal zijn wat er fout gaat. Zij denken alleen aan hun portemonnee en het FIS en Hamas beloven voor iedereen de belastingen te verlagen. Voor mij moet het FIS voorgoed verboden blijven, om zijn haat en zijn geweld tegenover vrouwen.”