Geplaagd door 'kissing spines'; Verre van vrolijk afscheid voor de danser Alan Land

AMSTERDAM, 19 DEC. Toen danser Alan Land begin '94 tijdens een voorstelling van Glen Tetleys Voluntaries zijn partner Nathalie Caris op zich zag afkomen kreeg hij, versuft door pijn, een black out. “Ik wist niet meer wat ik met haar doen moest, kon me niet herinneren wat de volgende pas was of dat ik haar moest liften. Ik was in paniek.” Het ging nog net goed, maar het werd de laatste keer dat Land dansend op het toneel was te zien. Volgende week sluit hij, na bijna twee jaar tevergeefs op verbetering te hebben gewacht, zijn danscarrière bij Het Nationale Ballet definitief af. Twee avonden, op 27 en 30 december, staat hij dan in de produktie Romeo en Julia van Rudi van Dantzig. Als Tybalt, Julia's neef die door Romeo wordt gedood. “Ik weet het”, grijnst Land een beetje cynisch. “Erg toepasselijk.”

Een vrolijk afscheid is het dan ook niet. “Ik ben niet uitgedanst”, zegt Land (35). “Na je tweeëndertigste begint het juist eens lekker te gaan. Je raakt de zenuwen kwijt, krijgt meer zelfvertrouwen. Dat moet je als danser in jaren, stap voor stap opbouwen. Ik heb bij Het Nationale Ballet kunnen doen wat ik wilde. Maar niet lang genoeg.” Al ruim acht jaar, terwijl hij als eerste solist grote rollen bleef vertolken en dus ook Romeo zelf danste, wordt Land dagelijks gekweld door wat zijn artsen kissing spines noemen; rugwervels die bij iedere beweging pijnlijk langs elkaar knarsen. Met ontstekingen en beknelde zenuwen als gevolg. Aan de pijn is niets te doen, Land slikte zoveel pijnstillers dat zijn maag en darmen die inmiddels niet meer kunnen verdragen. “Maar het is relatief”, zegt hij bijna verontschuldigend. “Soms voel ik me een egoïst. Altijd maar klagen over die rug.”

Alan Land werd geboren in de Verenigde Staten, en groeide op in een arme streek in Minnesota, waar de scholen niet erg goed waren. Daardoor werd pas laat opgemerkt dat hij dyslectisch was. Lezen en schrijven lukte niet, en ook praten was moeilijk. “Ik moest lezen van mijn stiefvader. Hij was een ramp, agressief.” Zo gauw het kon, op zijn vijftiende, verliet hij daarom het ouderlijk huis. Eerder al had Land auditie gedaan bij de Children's Theater School in Minnesota, waar hij de dans ontdekte. “Ik was altijd al erg goed in sport, maar met dans kon ik ook eens iets vertellen.” Hij volgde een opleiding aan de National Ballet School in Toronto, en ontmoette daar in 1979 Rudi van Dantzig, de toenmalig artistiek leider van Het Nationale Ballet. Na een auditie mocht hij naar Amsterdam komen.

Land vertolkte hoofdrollen in Giselle, Assepoester en Het Zwanenmeer, en danste modernere stukken van onder meer Hans van Manen, Rudi van Dantzig, Toer van Schayk, George Balanchine en William Forsythe. “Soms heb je voorstellingen waarin je niet hoeft te denken. Dat het die ene avond gewoon gaat, zonder aan passen en spanning te denken. Dat is echt dansen. Maar de mooie momenten zijn ook de simpele. Naar je collega's kijken. Repetitietijd. Of Het Zwanenmeer dansen in Heerlen, en dat het dan net leuk gaat.”

Land werd veel geprezen om zijn acteertalent. “Het ballet begint tegenwoordig soms een beetje op gymnastiek te lijken. Technisch heel goed, maar persoonlijkheid is niet meer zo belangrijk. Ik kijk juist altijd naar de ogen. Als ik daar niets zie gebeuren kan het me niets schelen of het lichaam dat eraan vast zit een mooi lichaam is. Het gaat altijd om de ogen. Anders is het mooi en pffft, weg.”

Hij beschouwt zich niet als 'zo'n hele echte' danser: “Sommige dansers willen liefst hele dagen en nachten in het theater staan. Ik wil alleen dansen wat ik leuk vind. Op het toneel verveel ik me al snel.” Assepoester, maar ook sommige werken van Balanchine vindt hij 'showballetten'. “In een echt kunstwerk is de spanning op het toneel zelf te vinden. In showballetten moet je altijd aan het publiek laten zien hoe leuk je het wel niet vindt. Dat het zo héérlijk is om mooie stapjes te zetten op het toneel. Maar dat moet uit de dans zelf blijken. De opwinding moet in de passen zitten. In Romeo en Julia is zulke spanning er. Ik heb die ruimte nodig voor mijn eigen interpretatie. Anders wordt het ballet een aardig behangetje, meer niet. Ik heb nog steeds dans nodig om me uit te drukken.”

“Ik wilde er eigenlijk gewoon mee ophouden. Maar mijn collega's zeiden dat het voor mijn zelfvertrouwen goed zou zijn om nog even terug te komen. Ik zie tegen die laatste voorstellingen op. Iedere dag twijfel ik of het me wel zal lukken.” Er kwam nog een blessure bij, want een paar weken geleden viel Land van de trap, waarbij hij een slagader in zijn voet scheurde. “Een bloedbad, krukken, ik kan er gewoon niet zoveel meer bij hebben.” Over zijn leven na de dans heeft Land dan ook nog nauwelijks gedacht. Hij doceert al aan de Nationale Ballet Academie, maar weet nog niet of dat ook op fulltime-basis kan. “En met choreograferen ben ik nog nauwelijks bezig geweest. Ik had het te druk met die rug.” Veel rust nemen wil hij eerst, minder gespannen worden en zijn onzekerheid onder controle krijgen: “Niet meer Alan 'met-de-rug' Land zijn, maar weer wat meer plezier hebben.”