Eén voorwaarts, twee terug

DE UITSLAG van de Russische parlementsverkiezingen is spectaculair. Dat de nationalistische en/of bolsjewistische oppositie de verkiezingen voor de Doema in morele zin zou winnen, was voorspeld. Maar dat de erfgenamen van Jeltsins democratisch-economisch hervormingsbeleid het zo beroerd zouden doen, is verbluffend. Hun achterban mag geen naam hebben. Als de laatste berekeningen niet bedriegen, zal de partij van ex-premier Gajdar, die aan de wieg van de shocktherapie heeft gestaan, het parlement niet halen. Zelfs het traditionele verlangen naar stabiliteit - hetgeen in Rusland iets heel anders is dan democratie - heeft zich in de stembus niet vertaald. Nog geen tien procent voor premier Tsjernomyrdin: het illustreert dat ook de centrale macht in het land geen gezicht meer heeft.

De kiezers, die zondag in relatief groten getale zijn opgekomen, hebben meer vertrouwen gehad in het protest. Ze hebben daarom eerst en vooral tégen gestemd: door te kiezen voor de communisten, voor Zjirinovski dan wel hun stem te vergooien aan allerlei andere groeperingen die de kiesdrempel van vijf procent wellicht niet zouden halen. Door dit laatste fenomeen weet nu vijftig procent van de Russen zich niet in de nieuwe Doema vertegenwoordigd. Dit argument zal ongetwijfeld door Jeltsin worden gebruikt om het gesprek met het nieuwe parlement op het lage pitje te houden dat zijn presidentiële grondwet mogelijk maakt.

HET ZOU NIETTEMIN te eenvoudig zijn om de uitslag louter en alleen af te doen als een golf van protest van mensen die groot geworden zijn in een cultuur van sado-masochistisch lijden. De onderstroom van frustratie, wantrouwen en nostalgie moet wel degelijk serieus genomen worden. De voortschrijdende sociale tweedeling tussen winnaars en verliezers alsmede de uitzichtloze oorlog in het geminachte maar tegelijkertijd gevreesde Tsjetsjenië en de tweede-rangsstatus die Rusland nu op het wereldtoneel bezet, liggen daaraan ten grondslag. Dit alles wordt bovendien versterkt door het klassieke idee onder Russen dat politici alleen hun eigen, particuliere, belang behartigen en niet het algemene. Wie weet dat de zittende macht van Jeltsin zichtbaar wordt gesteund door de nieuwe financiële instituties, een patroon dat op de lagere regionen is gekopieerd, mag met recht vermoeden dat ook elders in de bestuurszetels de ene hand de andere wast. Het zijn emoties die niet worden weggenomen met fraaie statistieken die moeten bewijzen dat het land door het dal heen is.

RUSLAND KENNENDE zullen de parlementsverkiezingen van zondag daarin niet snel verandering brengen. Maar achter de coulissen is het grote spel wel begonnen, het spel dat in juni volgend jaar moet uitmonden in een nieuwe ronde, dit keer voor het presidentschap. Het warmlopen van de verschillende kandidaten daarvoor gaat nu beginnen. Maar wie oh wie wordt het straks? De communisten hebben de afgelopen jaren een sterke organisatie in het land opgebouwd - hetgeen ze zondag geen windeieren heeft gelegd, ook niet in de afzonderlijke kieskringen waar ze een kwart van de zetels hebben verworven - maar hebben in aanvoerder Zjoeganov vooralsnog geen echte Russische leider.

ALS JELTSIN zich fysiek én politiek herstelt, als, ja dan zal hij vermoedelijk in staat zijn zich herkiesbaar te stellen en de oppositie zo te verdelen dat hij uiteindelijk weer als enig alternatief overblijft. Lukt hem dat niet, dan ligt alles open. De hervormingen tot nu toe mogen zich dan wel niet makkelijk laten terugdraaien - daarvoor zijn er te veel belangen met het wilde kapitalisme gemoeid geraakt - dat wil nog niet zeggen dat Rusland niet kan kiezen voor een introverte en nationalistische koers. Zo'n wending zal ook het Westen raken. Om over echte politieke chaos nog maar te zwijgen.