De heilige familie hangt in de kelder

De Heilige Familie is door de eeuwen heen een geliefd onderwerp geweest voor beeldende kunstenaars. Bijgaand schilderij is een van de interpretaties. Het bestaat overigens niet uit de gebruikelijke samenstelling van Jozef, Maria en het Kind, maar uit Jezus, Maria en, naar men veronderstelt, Anna, de moeder van Maria. Waar is Jozef dan? Die scharrelt in het donker, nauwelijks zichtbaar onder de trap. Eigenlijk is er veel te zien op het schilderij, maar alles is dusdanig door het duister verhuld dat alle aandacht op het drietal valt, een aandacht die versterkt wordt door de spookachtige schaduw van de lezende vrouw en van het spinnewiel.

Maar nu de lotgevallen van het schilderij. Het bevond zich lang in Brits particulier bezit en stond bekend als een werk van Rembrandt. In 1965 werd het door het Rijksmuseum aangeworven met de gebruikelijke steun uit verschillende fondsen, onder andere dat van de Vereniging Rembrandt. In een bescheiden ceremonie, in aanwezigheid van Prinses Beatrix, werd het in de collectie van het museum opgenomen. Er verschenen lovende artikelen over van de hand van onder andere de kunsthistorici Van Gelder en Van Thiel. Kortom, iedere kunstminnaar was in zijn nopjes met deze aanwinst.

In 1948 was er evenwel een eerste stem opgegaan die betwijfelde of dit werk aan Rembrandt toegeschreven kon worden. Dit was het begin van een tientallen jaren lange discussie over de authenticiteit van het werk, waarbij stijlelementen en datering in het geding waren. In de schilderijencatalogus van het Rijksmuseum (1976) stond het niettemin nog onder de Rembrandts vermeld; in het Supplement van 1992 is het daarentegen afgevoerd naar de School van Rembrandt. Het gevolg was catastrofaal: het werd van de expositieruimte naar de studiezaal verbannen. Nu is 'studiezaal' een eufemisme voor opslagplaats: een sousterrain dat berstensvol hangt met waardevolle schilderijen waarvoor bovengronds geen plaats is. Degene die nu de 'Heilige Familie bij avond' wil bewonderen, dient daarin door te dringen. Als hij het werk na enig zoeken gevonden heeft, moet hij zich op handen en voeten opstellen, want het hangt een paar decimeter boven de grond. Wat een verguizing na zijn glorieuze entree in 1965! En dan houd ik me nog maar verre van de kwestie waar de particuliere fondsen hun goeie geld aan weggeven.

Of het nu op een ereplaats hangt of in de kelder, het doet niets af aan de indrukwekkendheid van de uitbeelding. Hier zijn niet slechts mensen op het doek gebracht, maar de verpersoonlijking van de Pasgeboren onschuld, de Sereniteit, de Vrede van geest. En daartoe, evenals tot een dergelijke conceptie van de voorstelling, zijn alleen de allerbegaafdste kunstenaars in staat. Er zijn meer werken van Rembrandt waarvan men vermoedt dat leerlingen in de bijzaken een handje geholpen hebben; dat zou eventueel voor dit schilderij ook kunnen gelden. Naast de term 'School van Rembrandt' zou daarom misschien de signatuur 'Rembrandt en zijn School' gebezigd kunnen worden. Onder wiens verantwoordelijkheid dit intieme werk ook tot stand gekomen moge zijn, ik hoop het eens weer te kunnen aantreffen op een plaats waar het thuis hoort.