De hardnekkige verleiding van damesondergoed

Wanneer kwamen we meneer Smeenders ook weer voor het laatst tegen? Dat is ongeveer een jaar geleden geweest, bij de Bossche rechtbank. Zijn zaak werd in deze rubriek onder de kop 'De verleiding van damesondergoed' beschreven. Smeenders bleek een bizarre inbreker. Hij had in zijn kleine woonplaats X. liefst 73 maal ingebroken zonder iets van grote waarde mee te nemen. Het ging hem niet om het bezit, maar om de prikkel. Smeenders, nu dertig jaar, is namelijk een fetisjist. Hij pleegt damesondergoed uit andermans linnenkast te halen en er zich ter plekke mee te bevredigen. De lingerie legt hij daarna terug of gooit hij buiten weg.

Doordat hij een nogal onhandige inbreker is, is hij vaak betrapt. Ook veroorzaakt hij veel schrik als hij op zijn nachtelijke zoektochten - bij voorkeur in het weekend - tegen bedden, nachtkastjes en po's aanloopt. Niemand hoeft bang voor Smeenders te zijn, want hij is eerder schuw dan agressief, maar toch groeit in X. de ergernis over zijn gedrag.

Het moet nou maar eens afgelopen zijn, vonden ze vorig jaar bij de rechtbank. De politierechter verwees de zaak door naar de meervoudige kamer, waar enkele uitvoerige zittingen aan de zaak-Smeenders werden gewijd. Smeenders bleek een tragische man te zijn. Vroeger veel gepest op school (“Ik stonk altijd naar urine”) en verwaarloosd door zijn moeder. Hij werkt niet meer en woont bij zijn vader; overdag komt hij nauwelijks buiten.

Een paar jaar geleden is hij tot de Jehova's Getuigen toegetreden, maar dat heeft zijn seksuele verlangens niet geblust. Integendeel, zou je bijna zeggen. De rechtbank zat nogal met Smeenders in haar maag. De man is geen misdadiger, maar een zieke. Hij hoort eerder in een psychiatrisch ziekenhuis dan in een gevangenis. Maar er is één grote moeilijkheid: hij wil niet behandeld worden. Zelfs de reclassering werd er moedeloos van en stelde de rechtbank grimmig voor om Smeenders op te sluiten.

Maar de rechtbank besloot, in haar eindeloze menselijkheid, Smeenders nog één kans te geven. Hij kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden met als bijzondere voorwaarde dat hij de aanwijzingen van de reclassering zou opvolgen. Daartoe hoorde een opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Hij zou dan voor twee jaar op vrijwillige basis worden opgenomen op een gesloten afdeling.

Het is nu een half jaar later, en daar zit Henk Smeenders weer voor zijn drie rechters. Hij maakt een wat gelaten indruk, net als de rechters overigens. Er moeten heel wat juridische manuren in Smeenders zijn geïnvesteerd, maar het heeft niets opgeleverd. Smeenders heeft niet voldaan aan de bijzondere voorwaarde die hem was opgelegd. Hij wil zich nog steeds niet laten behandelen, ook al stemde hij er de laatste keer bij de rechtbank wel schoorvoetend mee in.

“Vertel eens”, zegt de voorzittende rechter, mevrouw mr. B. Stoker-Klein.

“Tja, ik had er geen vertrouwen in”, zegt Smeenders.

“Dus u heeft ons voor de gek gehouden?”

“Ik heb het geprobeerd. Ik heb in die inrichting een gesprek gehad, maar het is niets voor mij. Ik voel me er niet thuis. Het is toch de bedoeling dat ik er geholpen word? Ik heb er alleen maar schrik voor.”

“U heeft al tijdens het intake-gesprek gezegd dat het niets voor u is?” vraagt de officier van justitie, mevrouw mr. E. Oosterwegel.

“Ja.”

“Dus alle moeite is voor niets geweest”, zucht de rechter. “U wist toch dat de behandeling niet makkelijk zou zijn?”

“Ja.”

Dan stelt de rechter de vraag die op ieders lippen brandt: “Gebeurt het nog wel - gaat u nog steeds op pad?”

“Ja”, zegt Smeenders zonder aarzeling, “maar wel in beperktere mate.”

Het is geen antwoord waarmee de vrouwen van X. ècht geruster zullen inslapen. De rechters waren gewaarschuwd. Een onderzoekende psychiater had al voorspeld dat Smeenders er eigener beweging nooit mee zou ophouden. De beste preventiemaatregel, vond de ironische deskundige, was het doen uitrukken van de hele dorpsfanfare, die Smeenders op de hielen zou moeten zitten zodra hij zich buiten begaf.

“Dat is niet de bedoeling”, zegt Smeenders droog als een van de rechters hem met deze uitspraak confronteert. “Ik moet me leren beheersen.”

Maar hoe? Ook Smeenders heeft geen idéé.

De officier wil er geen gedachten meer aan wijden, ze heeft genoeg van Smeenders. “Ik ben enorm teleurgesteld. Hij heeft een relatief lichte straf gekregen. Alles was gericht op de hulpverlening, iedereen heeft zich erg voor hem ingespannen. Het resultaat is nul komma nul.”

Ze eist omzetting van de voorwaardelijke gevangenisstraf in een onvoorwaardelijke straf van negen maanden.

Smeenders kijkt haar neutraal aan, het lijkt hem niet te raken. Zijn gedrag voor de rechtbank is nooit provocerend of brutaal geweest - eerder schuchter. Maar in zijn binnenste moet een uiterst taaie kern van onverzettelijkheid huizen. Hij laat zich zijn afwijking niet afnemen. Zijn plezier. Dat is op deze wereld het enige wat van hèm is, en dat moet zo blijven. Wat zou hem anders nog aan het leven binden?

Langzamerhand heeft Smeenders iedereen van zich vervreemd. Hij staat helemaal alleen op het eilandje van zijn lust. Bij vorige zittingen waren nog een zuster en een zwager aanwezig om hem geestelijk bij te staan. Zij waren ook bereid hem eventueel dagelijks naar een psychiatrisch ziekenhuis te brengen. Vandaag zijn ze afwezig.

“Ik heb ze niet gevraagd”, zegt Smeenders. Schaamde hij zich tegenover hen, of wilden ze zelf niet meer?

Smeenders heeft alleen zijn advocate nog, mr. M. Appünn. Zij doet haar best, maar zal ook het onvermijdelijke niet kunnen keren. “Ik wil het nuanceren”, zegt ze, “het is bij hem geen onwil, het is niet gelukt door zijn ziekte die niet gering is. Daarom was het niet onwaar toen hij zei: ik wil het wel proberen. Bij de uitvoering traden belemmeringen op. Hij heeft niet de verstandigste keus gemaakt.”

“Wat wilt u nog naar voren brengen?” vraagt de rechter aan Smeenders.

“Ik zou het niet weten. Ik hoop maar dat het goed afloopt met mij en mijn problemen.”

“We gaan ons nu beraden of we meer tijd nodig hebben of meteen uitspraak zullen doen.”

Meer dan vijf minuten heeft het college niet nodig. “Ik zal de tenuitvoerlegging gelasten van de voorwaardelijke straf”, zegt de rechter na terugkomst.

Negen maanden cel dus. En dan?

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.

    • Frits Abrahams