Cerebrale voorstelling over vier deserteurs

Voorstelling: De ondergang van de egoïst Johann Fatzer van Bertolt Brecht en Heiner Müller door theatergezelschap Leger. Vertaling en regie: Max van Engen; vormgeving: Maarten Evenhuis e.a. spelers: Cahit Ölmez, Willem Kwakkelstein, Maureen de Jong e.a. Te zien Toneelschuur, Haarlem 19 en 20 12. Frascati, Amsterdam 4 t/m 13/1.

Toneelvoorstellingen kunnen op een bepaalde manier heel 'stil' zijn. Niet dat er gezwegen wordt, wel dat de speelstijl buitengewoon verstild is, ingetogen, op de grens van het minimale. Theatergezelschap Leger brengt met De ondergang van de egoïst Johann Fatzer een uitvoering die verloopt zonder noemenswaardig theatrale heffingen. De acteurs staan zo dicht bij zichzelf dat het lijkt of er niet wordt geacteerd, maar gespeeld alsof ze zich in een huiskamer bevinden. Tussen acteur en personage is geen enkele scheiding.

Brechts De ondergang van de egoïst Johann Fatzer is hier nooit eerder opgevoerd. Rond zijn dertigste werkte hij eraan, zonder dat het tot voltooiing kwam. Dat was in dezelfde periode als Koning David, dat enkele maanden terug in Berlijn zijn wereldpremière beleefde. Brecht was toen de schrijver die grote morele dilemma's op het toneel bracht. De ondergang gaat over vier deserteurs in een niet nader genoemde oorlogssituatie. Enerzijds is hun desertie een teken van moed om voor zichzelf te kiezen, anderzijds geven ze blijk van lafheid. Ze zijn bang voor wat er na de oorlog zal gebeuren, als hun verraad ontdekt wordt. Johann Fatzer (gespeeld door Cahit Ölmez) is een gevaarlijk personage, vertolkt door een acteur die even ongrijpbaar als slim is. Hij tart de anderen door hen onophoudelijk met vragen te confronteren, als: is eten belangrijker dan soldatenmoed? Behoort een vrouw toe aan haar echtgenoot of aan allen die haar begeren? Is burgerlijkheid deugd of waanzin? Moet de heersende orde omver worden geworpen of juist in stand gehouden?

Fatzer komt er niet uit, tenslotte. Met de anderen wordt hij in het huis waarin ze zich hebben verschanst geëxecuteerd. Maar het verhaal is volstrekt onbelangrijk in de voorstelling, het gaat om de discussies. Regisseur Max van Engen heeft elke handeling gebannen. Nog rigider dan Maatschappij Discordia spelen de acteurs frontaal, zonder enig rekwisiet. De vloer is kaal; een neergeschoten soldaat gaat eenvoudigweg af alsof er niets aan de hand is. Van realisme is geen sprake. Buiten de fictieve werkelijkheid van de voorstelling staat een vertelster die, geheel in stijl van Brecht, de situatie becommentarieert.

Hoofdrolspeler Cahit Ölmez weet met zijn tartende, zuigende speelstijl de tegenspelers goed uit te dagen. Ze zijn aan zijn grillige gedachten en zijn radde tong uitgeleverd. Willem Kwakkelstein had ik lange tijd niet zien acteren; hij biedt dramatisch tegenwicht aan Fatzer waardoor hij in het schaakspel dat de voorstelling uiteindelijk is steeds meer in het nauw wordt gedrongen. De regie vergt veel van zowel spelers als toeschouwers; alles is geconcentreerd op het woord, de voorstelling is statisch en cerebraal. Wie zich concentreert op de tekst vindt verrassende bewijzen van dialoogkunst. Brecht is hier nog niet de theaterman van latere, verbeeldingsrijke stukken maar de noeste, hardop denkende man voor wie theater een methode is om op dialectische wijze levensvragen te analyseren.