CDA zou Vlaamse zusterpartij moeten volgen

De Vlaamse zusterpartij van het CDA, de CVP, vierde het afgelopen weekeinde in Gent haar vijftigste verjaardag. Partijvoorzitter Van Hecke volgt de ontwikkelingen binnen het CDA op de voet en geeft 'actief steun' aan het streven van zijn collega Helgers om de malaise te boven te komen.

GENT, 19 DEC. De voortdurende discussie in de Nederlandse christen-democratie over personen - eerst rondom Brinkman, nu rondom Heerma - moet stoppen. Juist het CDA kan zich zo'n personenstrijd niet permitteren, vindt Johan van Hecke. “Een partij die verzoening en harmonie predikt, kan zich geenszins veroorloven persoonlijke conflicten te hebben die ook nog eens duidelijk worden geëtaleerd. De manier waarop Lubbers en Brinkman elkaar sans gêne voor de voeten liepen heeft de partij grote schade berokkend.”

Van Heckec is partijvoorzitter van de Vlaamse zusterpartij van het CDA, de Christelijke Volks Partij (CVP). “Christen-democraten moeten het hebben van de kracht van een figuur, meer dan van het programma of van de ideologie. Want in tegenstelling tot andere politieke stromingen heeft de christen-democratie geen ideologie. Het is meer een levenshouding die aan de handel en wandel van haar voorlieden wordt herkend. Wanneer wij de C hanteren in onze naam, leggen wij de lat voor onszelf bijzonder hoog, met het risico dat we er onderdoor lopen.”

Van Hecke, een veertiger met een voor christen-democraten ongewoon helder taalgebruik, weet waarover hij het heeft. Zijn eigen partij maakte enkele jaren geleden zelf een personenstrijd door rond voorlieden als oud-premier Wilfried Martens. Die is de CVP inmiddels te boven. Dit voorjaar won de CVP onder leiding van de robuuste Jean-Luc Dehaene bij de landelijke verkiezingen - ondanks een streng bezuinigingsbeleid - enkele zetels.

Met het positieve verkiezingsresultaat zag Van Hecke zijn eigen inspanningen beloond. De afgelopen twee jaar werkte hij hard aan een flinke doorstroming binnen de CVP-fractie in het Belgische parlement. Eenderde werd vervangen door nieuwkomers. Daarmee heeft de fractie de jongste bezetting in de Belgische volksvertegenwoordiging.

Toen CDA-voorzitter Helgers dit voorjaar een zelfde soort vernieuwing van de CDA-fractie bepleitte, oogste hij zo'n storm van kritiek dat hij er sindsdien het zwijgen toe doet. Toch zou hier volgens Van Hecke hetzelfde moeten gebeuren als in Vlaanderen: “In Nederland bestaat een zeker generatieconflict: een nieuwe groep mensen arriveert, die zich niet wil laten afschrikken door de oppositie, terwijl er anderen zijn die niet bereid zijn om de oude gewaden af te leggen. Toch moet de eerste groep meer kansen krijgen. De inhoudelijke vernieuwing die nu bij het CDA goed gestalte krijgt, bijvoorbeeld in het Strategisch Beraad van Frans Andriessen, dringt pas door tot het publiek als ze ook door nieuwe personen wordt uitgedragen.

“Het is - ik geef toe - een risicovolle operatie waarbij jongeren, vrouwen en onafhankelijken een kans moeten krijgen binnen de partij en waarbij nieuwe statuten worden aangenomen die leiden tot een rechtstreekse verkiezing van de voorzitter door de leden. Nieuwe leden moeten niet eerst onderworpen worden aan een uitgebreid christen-democratisch stamboomonderzoek, of ze wel van het juiste geloof zijn en van de juiste organisatie.”

Wie binnen het CDA zou naar Van Hecke's oordeel die operatie moeten leiden? De Vlaming omzeilt de vraag naar de geschiktheid van fractievoorzitter Heerma. “Die ken ik onvoldoende om over hem te kunnen oordelen.” Over partijvoorzitter Helgers is Van Hecke echter ronduit enthousiast. “Ik acht mijn collega Hans Helgers zeker in staat die vernieuwing door te voeren. Die maakt op mij een heel sterke indruk. Hij kan mensen overtuigen omdat hij heel integer is. Hij is geen professional maar daarmee niet belast met erfzonden uit het verleden. Daardoor kan hij een aantal situaties heel nuchter beoordelen. Hans kan op mijn actieve steun rekenen.” In zijn korte toespraak voor de jubilerende CVP'ers bekende Helgers, een generatiegenoot van de CVP-voorzitter, dat hij enkele keren heeft geput uit de brochures van Van Hecke.

Deze publikaties van de CVP-voorzitter waren een vrucht van een inhoudelijke vernieuwingsoperatie waarbij de CVP steeds meer afstand nam van de machtige middenveldorganisaties. In plaats van als doorgeefluik van de wensen van katholieke boerenbonden en andere belangengroepen te fungeren, ontwikkelden Van Hecke en andere CVP-voormannen een eigen politieke boodschap die een breder publiek dan alleen de traditionele achterban diende aan te spreken. Zo bepleitte Van Hecke een actieve gezinspolitiek waarbij werktijden en andere arbeidsregelingen worden aangepast om voor twee werkende partners met kinderen “een voldragen gezinsleven” mogelijk te maken. Ook zouden de christen-democraten een publiek debat moeten entameren over de doelstellingen van het onderwijs: “Dient het onderwijs leerlingen alleen klaar te stomen voor het arbeidsproces, of ook te vormen tot geëngageerde en creatieve jonge mensen?”

Zulke vragen komen volgens Van Hecke voort uit de aandacht die de christen-democratie altijd heeft gehad voor onderwijs, cultuur en samenleven. Met instemming citeert hij de sociaal-democraat Jacques Delors, oud-voorzitter van de Europese Commissie. “Delors schreef in zijn laatste boek dat christen-democraten het voortouw kunnen nemen tegen de verzakelijking in de politiek. Hij schreef: 'Indien ik de voorzitter van een christen-democratische partij was zou ik de stier bij de horens nemen en terugkeren naar de bronnen van de christen-democratische overtuiging.' Ik voelde mij hierdoor aangesproken, dat kunt u raden.”