Botten en gebit

Het ministerie van justitie zegt 'gestraft' te worden voor haar 'humane' asielbeleid ten aanzien van alleenstaande minderjarige asielzoekers, die wel eens onterecht zouden zeggen minderjarig te zijn (NRC Handelsblad, 7 december).

Een probleem voor justitie, dat de gezondheidszorg mag oplossen door middel van röntgenonderzoek van botten en gebit. Een meerderheid in de Tweede Kamer lijkt dit een acceptabele afschuiving van het probleem van justitie naar de volksgezondheidssector te beschouwen. Het betreft echter een ingewikkeld medisch-technisch en medisch-ethisch probleem, waarover ik graag de mening van de minister van volksgezondheid zou willen horen. De vraag van medisch-technische aard is, in hoeverre röntgenonderzoek van de botten bij nauwkeurigheid de leeftijd van een persoon kan vaststellen. Met name bij jeugdigen uit ontwikkelingslanden, die veelal ontberingen in de vorm van geweld en gebrek aan voeding en medische zorg hebben doorgemaakt. Vaststelling van de leeftijd zou volgens deskundigen slechts met enige nauwkeurigheid kunnen geschieden, indien röntgenonderzoek van de botten gepaard gaat met onderzoek van de ontwikkeling van het gebit en een psychologische test. De vraag van medisch-ethische aard is nog ingewikkelder. Terecht stelt de staatssecretaris van justitie dat het röntgenonderzoek alleen met toestemming van de betreffende persoon mag plaatsvinden. Maar in hoeverre kan de jeugdige asielzoeker overzien wat zijn of haar toestemming of weigering inhoudt. Immers de betreffende persoon verkeert in een afhankelijke en onzekere situatie, in een omgeving die voor hem of haar totaal vreemd is. Het enige wat hij of zij op dat moment wil is toegelaten worden. Hij of zij zal zich dan ook (te) gemakkelijk gewillig tonen ten aanzien van welke procedure dan ook. Justitie stelt met deze vorm van medicalisering van de (juridische) asielprocedure, de gezondheidszorg voor een 'interessant' medisch-technisch en medisch-ethisch probleem. Aangezien het aangekondigde beleid volgens recente berichtgeving van hulpverleners reeds enige tijd praktijk is, mogen artsen, die aan het onderzoek meewerken zich nog wel eens beraden of zij in dit kader medische handelingen willen verrichten bij een niet-medische probleemstelling.