Anfield Road

Het is al weer een paar dagen geleden, maar als het u gaat als mij, dan denken we allemaal nog graag even terug aan de woensdag van Anfield Road Liverpool.

Natuurlijk kleurde de overwinning en de plaatsing de hemel boven Engeland in een oranjetint, maar wat mij minstens zo nadrukkelijk trof was de sfeer rondom de beslissende match. Geen verwilderde vechtjassen, geen ruitintrappers, geen stenengooiers, geen massale bezetting van de grasmat, die toch zeer gemakkelijk te betreden viel. Kortom: een fantastische sportavond. En die Ieren! Stonden hun groenwitte helden met 2-0 achter en nog slechts enkele minuten te spelen en wat zingen de duizenden? “You'll never walk alone.” Ik heb dat lied ooit in Londen voor het eerst gehoord en wist niet wat me overkwam. Het was op White Hart Lane, het stadion van Tottenham Hotspur en de Spurs stonden met 2-1 achter en hadden zojuist een geweldig slotoffensief ingezet. Ineens klonk het uit vijftigduizend kelen: niet mooi, maar hoogst indrukwekkend.

Drie dagen later hield een dominee van een kerk in Noord-Londen een sermoen. Hij riep die voetbalzangers ter verantwoording, want ze hadden iets gedaan dat volgens deze Engelse zieleherder niet kon. “You'll never walk alone” bleek oorspronkelijk voor geestelijke doeleinden te zijn geschreven en of die sportmensen er maar vanaf wilden blijven met hun heidense tengels. Dat heeft die pastor heel wat klandizie gekost, want was het in feite niet juist bijzonder christelijk om zo achter je ploeg te staan zoals in dit lied wordt uitgebeeld.

Mensen die zich geruime tijd geleden van stadionbezoek hebben afgekeerd om de bekende redenen, vroegen zich vanuit hun woonvertrek die dertiende december verwonderd af waarom het niet altijd zo kon: sportief voetbal, inzet, wilskracht, tegenstanders van elkaar maar geen vijanden en direct na afloop de grote verbroedering. Ik geloof niet dat je er diep voor in de historie hoeft te duiken, want waarom zouden Ieren en Nederlanders een speciale band met elkaar moeten hebben? En het is juist eerder omdat er niet zoveel gebeurd is tussen beide landen dat er ook geen echte of bedachte redenen zijn om oud zeer op te rakelen. Waar niets is, valt er niets op te rakelen. Maar het kan ook simpel een kwestie zijn van elkaar als mensentype aardig vinden.

En dan was er Jack Charlton. Geen Ier, maar een Engelsman en oud-stopperspil van Leeds United en het Engelse nationale elftal dat in 1966 wereldkampioen werd. Hij heet officieel geen Jack, maar John. Net zoals Kick Smit geen Kick heette, maar Jaap, al noemde geen mens hem zo. Jack Charlton is ook in Nederland populair. Goed gebekt, net dat beetje ruwe in de mond dat het volk wel aanspreekt. En weinigen schijnen te (willen) weten dat hij als speler een eerste klas rouwdouwer was. Geen wonder dat hij en Rinus Israel elkaar in Liverpool met iets dat richting ontroering ging, de hand schudden.

Het enige dat mij aangaande Ierland-Nederland niet beviel - ik ben een Nederlander en dus van nature enigszins klaagziek - waren sommige commentaren in de Britse pers, die Oranje meteen maar bombardeerden tot de vermoedelijke aanstaande kampioen van Europa. Een paar maanden geleden nog voor uitschakeling behoed door dwerg Luxemburg, zouden we nu meteen al de sterkste van ons oude werelddeel zijn: laten we normaal blijven doen!