West Invest kocht zwijgen dwarsligger

AMSTERDAM, 18 DEC. Het vastgoedfonds West Invest Fortress heeft aandeelhouder J. Brink 27.500 gulden betaald om een proces tegen het fonds te staken en zich rustig te gedragen op volgende aandeelhoudersvergaderingen. Dat blijkt uit een brief van directeur drs. L. Verhelst van het vastgoedfonds aan directeur drs. P. de Vries van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) die uitgebreid geciteerd wordt in het VEB-maandblad Effect.

De brief was een reactie op een eerder artikel in Effect, waarin De Vries een afkoopregeling onthulde die West Invest Fortress “naar verluidt” had betaald aan twee vaste bezoekers van de aandeelhoudersvergadering: Brink en Rademaker.

In een reactie daarop legt West Invest Fortress uit dat Brink in 1986 een juridische procedure was begonnen tegen Westhaven Amsterdam, een vastgoedmaatschappij die na wat wisselingen van grootaandeelhouders en directies West Invest Fortress werd. Omdat Brink de vergaderingen van aandeelhouders gebruikte als platform om zijn procedure aan de orde te stellen besloot één van de commissarissen in 1991 een gesprek aan te gaan.

De toenmalige top van West Invest had naar eigen zeggen niets van doen met de procedure uit 1986. De uitkomst was dat Brink 27.500 gulden kreeg als vergoeding voor zijn advocaatskosten (het geld werd overgemaakt naar zijn advocaat) plus het verzoek zich voortaan rustig te gedragen op aandeelhoudersvergaderingen. Brink is sindsdien niet meer aanwezig geweest op vergaderingen. Inmiddels is het fonds omgedoopt in Pays Bas Property Fund.

“Dit is een slecht precedent”, vindt De Vries. Bedrijven moeten aandeelhouders niet betalen om kritische opmerkingen niet meer uit te spreken. Hij ziet ook geen enkele relatie tussen de “oprotpremie” voor Brink en de rechtszaak. “Hij is betaald wegens het lawaai dat hij maakte, niet wegens de kracht van zijn argumenten in de procedure. Die worden in de brief niet genoemd.”

De directie van Pays Bas Property Fund was vanmiddag niet bereikbaar voor commentaar.