Veel humor maar ook echte serieuze tragiek in Il Turco in Italia

Voorstelling: Il Turco in Italia van G. Rossini door de Nationale Opera Brussel o.l.v. Ivan Fischer. Gezien: 16/12 Muntschouwburg Brussel. Herhalingen t/m 7/1 met wisselende bezettingen.

Na de Amsterdamse voorstellingen van Schönbergs Moses und Aron, waarvoor hij het zinderend-hete woestijndecor ontwierp, toog Karl-Ernst Herrmann naar Brussel voor Rossini's Il Turco in Italia, die zaterdag in première ging. Herrmann ontwierp het alweer technisch zeer inventieve decor, de kostuums en de belichting en regisseerde samen met zijn echtgenote Ursel deze briljante en speelse voorstelling, waarin de Italiaanse sopraan Tiziana Fabbricini triomfen viert als een opzienbarende Fiorilla.

De Herrmanns zijn nauw verbonden met het succes van de Brusselse Opera in het decennium-Mortier: zij ensceneerden de inmiddels legendarische Mozartvoorstellingen van La clemenza di Tito, Don Giovanni, La finta giardiniera, Die Entführung aus dem Serail en Die Zauberflöte, verder: Orfeo ed Eurydice en La Traviata.

Karl-Ernst Herrmann is een decorontwerper met een uitzonderlijk technisch gevoel. Hij bedacht ook het eindeloos verschuivende achterdoek dat met een steeds donkerder wolkenlucht de door Luc Bondy geregisseerde Così fan tutte een zeldzame tragiek verleende. Ook nu, in de vrolijke Il Turco in Italia, komt af en toe zwart onheil in zicht, als een rokende Vesuvius zich dreigend bij Napels verheft en vervaarlijk dichtbij komt.

De sfeer van deze Turco, geplaatst in de jaren '20 en '30 van deze eeuw, doet telkens denken aan de fantasierijke voorstellingen die Dario Fo creëerde in zijn twee Amsterdamse Rossini-ensceneringen: Il barbiere di Siviglia en L'Italiana in Algeri. Ook in deze zeer gedetailleerde Hermann-voorstelling gebeurt vaak heel veel tegelijk en wordt voor elke scène een nieuw decor gecreëerd.

Maar wat Herrmann in Rossini onderscheidt van Fo is het tragische complement van de vrolijkheid - een typisch Mozartiaans element. Fiorilla is - zeker in de spectaculaire uitbeelding van Tiziana Fabbricini - het karikaturale prototype van de Italiaanse vrouw: slim en capricieus, verleidelijk en temperamentvol, een geboren actrice die superieur poseert, maar ook een klein hartje heeft.

Tegen het slot, als blijkt dat Fiorilla de nederlaag heeft geleden in de heftige en ordinaire strijd met haar rivale Zaida om de liefde van de Turk Selim, is haar tragiek niet meer van het gespeelde soort, maar werkelijk hartverscheurend. Ze lijkt zowel op Monica Vitti in Antonioni's Deserto rosso als op Lili Marleen, en eenzaam naast een lantaarn meet ze haar leed zeer breed uit.

Tiziana Fabbricini, die enkele jaren geleden in de Milanese Scala in La Traviata als eerste sopraan het kon opnemen tegen de herinnering aan Maria Callas, bewijst haar enorme theatrale capaciteiten - ze heeft geweldige mimische gaven - zowel acterend als zingend. Haar stemgeluid is niet speciaal mooi - net als bij Callas - maar ze weet haar zingen en haar coloraturen geheel te integreren in de ontwikkeling van het personage Fiorilla.

Naast die dramatische verschuiving tegen de achtergrond van de vulkaanverschijningen, is ook in het horizontale vlak van dit Herrmann-decor sprake van verschuivingen. In het podium bevinden zich twee 'tapis roulants', die van alles en nog wat (beesten, stoelen, zangers, een fiets, een auto en het balletje van dames in rokkostuum èn tutu) telkens heen en weer en tegen elkaar in doet bewegen. Het geeft een soortgelijk dubbelzinnig effect als de twee ronddraaiende schijven in Moses und Aron, waarop de twee titelpersonages ondanks al hun geloop elkaar ontliepen.

Al die prachtige theatertechniek en de fraaie decorstukken zijn uiteindelijk slechts de basis voor deze verbazingwekkende voorstelling die vol zit met verwijzingen naar vooroorlogse filmbeelden, en die verder uitblinkt in een genuanceerde en gevarieerde muzikale en vocale uitbeelding onder leiding van Ivan Fischer.

Voor de hedendaagse dramaturgie zorgden Rossini en zijn librettoschrijver Felice Romani al, door de figuur van de 'poeta', de theaterschrijver, die op zoek is naar fel-realistisch drama en de gebeurtenissen in de 'realiteit' op scherp zet om ze in extremen te laten eindigen. Het is een prachtige rol voor Dale Duesing, die hier met zijn fornuis optreedt als een chef die voor de lekkerbek Rossini wat opera bekokstooft.

Ook de meeste andere rollen zijn uitstekend bezet en opvallend getypeerd. De Belgische bariton José van Dam - als acteur vaak wat saai - speelt de Turk Selim met onvermoede komische gaven. Livia Budaï is een wulpse Zaide en Barry Banks is de Italiaanse neef van Kuifje.