Van eerlijk ruziën over kunst tot smachtend witte dijbenen

Het Noord Nederlands Toneel. Voorstellingen: *Kunst, van Yasmina Reza, vertaling: Carl Ridders, regie: Albert Lubbers, spel: Rob Beumer, Patrick Deleu en Christo van Klaveren, decor: Michel Bouma; *De lerares belooft de negerin hetere tranen, van Jürg Laederach, vertaling: Peter H. Propstra, regie: Evert de Jager, spel: Fabiënne Meershoek, decor: Daniëlle Diemel. Gezien: 16/12 De Machinefabriek, Groningen. T/m 23/12 aldaar. Inl 050-5711612.

Wie over smaak begint te twisten moet er rekening mee houden dat de ruzie stevig uit de hand loopt. Niets is pijnlijker dan het bezit van een vriend die zijn neus ophaalt voor een kunstwerk dat jij prachtig vindt, of vice versa.

In de voorstelling Kunst komt de vriendschap tussen de mannen Serge en Marc onder hoogspanning te staan door een schilderij dat extreme emoties losmaakt. Marc beschrijft het zojuist door Serge aangeschafte object als volgt: 'Het is een doek van ongeveer één meter zestig bij één meter twintig, dat wit geschilderd is.'Zeventigduizend gulden heeft dat doek gekost. Geen cent te veel', vindt Serge. Maar Marc zou die bullshit niet eens cadeau willen krijgen. Volgens hem heeft zijn vriend zich laten oplichten door een gewiekste zakenman die zichzelf ten onrechte kunstenaar noemt. Dat Serge koploos achter de laatste trends aanholt, dat kan Marc niet aanzien. Serge op zijn beurt raakt over zijn toeren door Marcs grenzeloze arrogantie.

Kunst gaat over de vraag: wat is kunst? Is een creatie kunst wanneer de maker het kunst noemt? Is een schilderij, zoals Marc eist, pas een kunstwerk wanneer je kunt vertellen wat de afbeelding voorstelt? Maar de Franse schrijfster Yasmina Reza snijdt in haar stuk nog een ander probleem aan, het probleem van eerlijkheid onder vrienden. Hartstochtelijke oprechtheid kan hard, heel hard aankomen. Tactisch gedraai en gelieg echter is ook niet alles, want zo leer je elkaar nooit echt kennen.

Kunst is ook een gewiekste komedie waarin de spelers ongebreideld met hun eloquentie kunnen schitteren. En dat doen ze dan ook, bij het Noord Nederlands Toneel. De jonge acteurs Christo van Klaveren (Serge), Rob Beumer (Marc) en Patrick Deleu (Yvan, de derde man van het vriendenclubje) leggen een verbazingwekkende virtuositeit aan de dag. Marc met zijn messcherpe verstand, Yvan met zijn sentimentele verzoenerspose en Serge, kunstluis en kunstliefhebber - ze zijn levensecht en tegelijkertijd ook weer niet.

Regisseur Albert Lubbers koos voor een speelstijl die het midden houdt tussen naturalisme en tegennatuurlijke retoriek. Op gezette tijden richt een van de personages zich rechtstreeks tot het publiek om dat met zijn welgekozen argumenten in te palmen. Michel Bouma, nog studerend aan de kunstacademie, zorgde voor een simpel maar effectief decor van drie gele panelen met drie felblauwe deurtjes. Daarmee vergeleken maakt het decor van De lerares belooft de negerin hetere tranen, de voorstelling die men na Kunst en na een maaltijd in de Groningse Machinefabriek kan zien, een barokke en overdadige indruk.

Brandende fakkels en uitgebeende karkassen, kerkbanken behangen met spinrag en roosvensters waarachter rookwolken drijven roepen de sfeer op van een spookachtige burcht maar ook van een sombere kathedraal. Vanuit de hoogte vallen een paar diffuse lichtbundels op een vrouw die achter een katheder zit. Ze is lerares, maken we op uit haar monoloog, en masochiste is ze ook: steeds praat ze over slaag met bamboestokjes. Een rood mantelpakje draagt ze en tussen de zoom van haar rok en de rand van haar zwarte kousen komen smachtend-witte dijbenen tevoorschijn. Soms gaat er een extatische rilling door haar lichaam, soms kokhalst de vrouw en krimpt ze van pijn ineen.

Haar drang tot zelfkastijding vindt kennelijk, als we een blik op het decor werpen, zijn oorsprong in het rooms-katholieke geloof. De tekst zelf echter geeft daarover geen uitsluitsel: De lerares... van de Zwitser Jürg Laederach is zo gesloten als een oester. En regisseur Evert de Jager doet weinig pogingen om die oester open te breken. Hoe subtiel het spel van Fabiënne Meershoek ook mag zijn, toch weet ze nauwelijks belangstelling voor haar personage te wekken. Jammer, want de avond, gevuld met twee Nederlandse premières, begon zo fris en inspirerend.