Tussen staat en markt is meer dan Koks politiek

“Er is onmiskenbaar een groeiende behoefte de samenleving een gevoel van richting, van zingeving mee te geven.” Wim Kok, in zijn Den Uyl-lezing op zoek naar een verbindingslijn tussen de tradities van het democratisch socialisme en huidig pragmatisme, sprak hier zeker een waar woord. Het is echter de vraag of dit inzicht genoeg heeft bijgedragen aan de gedachtengang van zijn lezing. Daarin staat immers niet de inspiratie van en in de samenleving centraal, maar de politiek. “De sociaal-democratie is bij uitstek (...) een beweging die bestaande maatschappelijke verhoudingen heeft willen veranderen en ook daadwerkelijk heeft veranderd”, zo viel te horen: de sociaal-democratie was niet alleen die beweging, maar wil dat dus ook nu zijn, ook al regeert zij vandaag de dag met politici die de overheid principieel juist het recht ontzeggen in de handelingsvrijheid van mensen in te grijpen omdat de politiek het beter denkt te weten.

De politiek staat centraal in het denken van Wim Koks Den Uyl-lezing, de politiek die wordt opgevat als 'hervormingsarbeid' om vorm te geven aan de samenleving, ook al worden die mogelijkheden bescheidener opgevat dan tien, vijftien jaar geleden. En hoewel veel van Koks aanbevelingen, zoals die over een symbiose van economische ontwikkeling en milieuzorg, infrastructuur en de verhouding tussen stad en land, wonderwel aansluiten bij de voorstellen in het christen-democratische strategierapport 'Nieuwe wegen, vaste waarden', vaart hij niet op het kompas van een geïnspireerde samenleving, maar van de politiek die “de samenbindende elementen in de samenleving (zal) moeten herdefiniëren.”

Het zijn de worstelingen van een politocentrisch, een de politiek centraal stellend denken die in deze toespraak tot uiting komen. De tegenspeler van zulk denken is het liberalisme, zodat de politieke discussie door Wim Kok wordt gereduceerd tot een tweestrijd tussen een verlangen naar een 'minimale staat' en het verlangen naar “een actieve publieke sector”. Zo'n eendimensionale visie op de politieke discussie ziet over het hoofd dat staat en markt hun waarde of onwaarde altijd moeten bewijzen ten opzichte van een samenleving die meer is dan een samenraapsel van individuen, maar haar eigen tradities, oriëntaties en inspiraties herbergt. Het gaat niet alleen om de as 'staat versus markt', maar eerst en vooral om het functioneren van de samenleving.

Wat zich in de Nederlandse en, ruimer, de Europese samenleving ontwikkelt, is zo geschakeerd dat het een fatale versimpeling zou zijn politiek voor te stellen als een dilemma tussen overheidssturing en marktwerking. De maatschappelijke realiteit stoort zich alleen nog maar voor een aantal publieke functies aan nationale staatsgrenzen. Daarom kan men niet langer uitgaan van een primaat van de politiek “die grote invloed uitoefent”. Zeker, in zijn wezenlijke functies moet een staat kracht kunnen ontwikkelen, om te voorkomen dat de samenleving in de greep van geweld of geld haar vrijheid verliest. Maar intussen blijkt de samenleving en haar functioneren zich steeds minder te storen aan de tussen staten getrokken grenzen, en komt de dynamiek niet van het Binnenhof, maar uit het land.Staat en staatslieden moeten zich dan ook herscholen: het is niet de politiek die de samenbindende elementen in de samenleving herdefinieert (zoals Wim Kok zegt) maar de samenleving die zich heroriënteert en voor bepaalde wezenlijke taken de politiek nodig heeft. Een sociocentrisch politiek denken is nodig.

Een eendimensionaal politiek debat tussen “twee visies”, de liberale en sociaal-democratische, schiet wezenlijk tekort. Het gaat niet alleen om overheid en markt. Beide hebben een afgeleide functie ten opzichte van die mensen in een samenleving en de veelheid van rollen en functies die de moderne mens ontwikkelt. Die samenleving is een fascinerend netwerk dat door de overheid wordt beschermd maar niet door haar georganiseerd, en dat de markt gebruikt voor bepaalde transacties, maar dat niet de markt is. De mens is toch meer dan zijn of haar produktievermogen! Vandaar dat in Nieuwe wegen, vaste waarden de veelheid en verscheidenheid van mensen voorop wordt gesteld, ook op de voorplaat van ons rapport. In die samenleving zijn zeer tegenstrijdige tendensen te zien, op allerlei terrein. Bij voorbeeld de jeugd, waar naast het uit en te na besproken probleem van drop-outs die zich uitgesloten voelen, er velen opvallen door hartverwarmende en inspirerende vormen van engagement voor anderen, pioniersgeest en eerlijkheid in onderlinge relaties. Bij voorbeeld in de internationale verhoudingen, waar na het eind van de titanenstrijd tussen de machtsblokken een reeks bloedige onofficiële, “etnische” conflicten is opgelaaid, maar ook nieuwe wegen worden ingeslagen ter vestiging van een echte internationale rechtsorde. Of in de verscheidenheid van participatiemogelijkheden die mensen hebben, als je kijkt naar hun veelheid van levenstaken, in gezin, vriendschap en werk, terwijl tegelijkertijd het sociaal-economische systeem ieder in zijn of haar eigen categorie drukt. Bij al deze, vaak tegengestelde tendensen kan een politieke beweging die zich op de samenleving richt, partij kiezen voor wat perspectieven opent met over een langere tijdspanne gespreide opleidingsfasen die werk kunnen afwisselen - een steun in de rug voor jeugdige pioniersgeest, met een afzweren van cynisch egocentrisme in de verhoudingen tot Oost-Europa en Afrika; met een doorbreken van de schotten die ons sociaal-economisch bestel hebben doen verstarren. Op al deze punten zijn nieuwe wegen te vinden voor wie daadwerkelijk de groeiende behoefte in de samenleving aan een gevoel van richting, van zingeving onderkent.

Eendimensionaal denken over “overheid” versus “markt” leidt in de verhoudingen tussen politieke partijen tot een opstelling, soortgelijk aan die van de twee ijscomannen op het strand: met een over en weer slechts één concurrent in hun eendimensionale marketing stonden zij ten slotte - zij aan zij - in het midden van dat strand hun gelijksoortige waar te verkopen. Dat lot roept de eendimensionale benadering van de politiek door Wim Kok over zich af; hij veroordeelt zich, de lof voor de overheid en de inzet voor modernisering van de publieke sector ten spijt, in de praktijk tot een van idealen ontdaan midden. Als de politiek zo functioneert, zal de samenleving haar steeds minder inspirerend vinden; daarvan zijn helaas tekenen te over. Politiek moet zich niet als het acceptabele midden tussen overheid en markt verstaan, maar als richtpunt van idealen. De eerste voorwaarde daarvoor is een goed verstaan van wat in de samenleving van waarde, en wat van onwaarde is, en wie dat doet kan - op grond van de waardering die voortkomt uit zijn of haar overtuiging - partij kiezen voor wat in de samenleving hoop geeft. Samenleving meer dan samenraapsel van individuen Kok vaart niet op kompas van de samenleving