Toneelgroep Trust verrast met beeldschone Tsjechov

Voorstelling: Drie Zusters van Anton Tsjechov door Trust. Regie/vertaling: Theu Boermans; decor/licht: Guus van Geffen; kostuums: Catherine Cuykens; spel: Myranda Jongeling, Dirk Roofthooft, Anneke Blok, Sylvia Poorta, Jaap Spijkers. Gezien: 16/12, Wenck Studio's Westergasfabriek, Amsterdam. Aldaar t/m 10/2. Aanvang 20.00u, matinee 14.00u: 26/12, 28/1 en 1/2. Inl. 020-6810660.

Pas als er kaarsen ontstoken worden gloeien langzaam de toneellichten aan, er weerklinken geluiden met hun echo's in het bos, de wind loeit gedurig door de schoorsteen, een draad snot hangt uit de neus van degene die verdriet heeft om het afscheid en de dialoog van het moment wordt vaak begeleid door het gemurmel van andere aanwezige personages op de achtergrond. Gebeurt het laatste dan heeft men de neiging 'sssst!' te roepen, men wil immers horen wat er gezegd wordt. Toch? Ja, maar in het echt gaat het zo niet. In het jaar 1900, waarin Tsjechovs Drie Zusters speelt is licht er pas als de kaarsen aangaan en een gezelschap veroorzaakt geroezemoes, ook als de schrijver slechts twee personages laat praten.

Regisseur Theu Boermans en zijn voor het moment thuisloze gezelschap Trust plaatsen Drie Zusters nadrukkelijk in de traditie, het naturalisme, waartoe het stuk behoort. Op hun tijdelijke speelplek, de Wenckstudio's op het Westergasfabriekterrein in Amsterdam, bereiden ze het publiek daarmee een dubbele verrassing. Niet alleen komen ze met deze natuurgetrouwe Tsjechov na een uitzinnige, extreem 'kunstmatige' Faust (van Gustav Ernst), ook het zwarte nihilisme van de laatste voorstelling is geweken. De uitgesproken thematische lijn in het repertoire van Trust deed je vrezen dat de volgende stap collectieve zelfmoord zou zijn, zo nauw verbonden is het gedachtengoed van de groep met wat zij speelt. Ik ben dus nu alweer benieuwd wat hierna komt. Want Tsjechov is weliswaar treurig en melancholiek, maar de helft van melancholie is hoop en verlangen. Van Ernst, het diepste punt van het dal, krabbelt Trust naar glorend licht, wie weet brengt het gezelschap nog eens een vrolijke musical uit.

In plaats van de afgrijselijke keukenuitzet die Gerardjan Rijnders in zijn versie van Drie Zusters (1983) liet aanrukken, wordt bij Boermans gewoon de samovar opgebracht. De tijden veranderen, de landadelijke jachtbroek is ook weer terug. De historische uiterlijkheden doen je vreemd genoeg eens temeer beseffen hoe modern Tsjechov is. Hij toont een tranche de vie, flarden uit levens, als in een wat tegenwoordig montagevoorstelling heet, en geen hecht doortimmerd drama, waarin iedere komma zwanger is van betekenis en het noodlot naderbij brengt. Zijn personages zijn geen tragische opponenten, maar onderling nauwverbonden slachtoffers die afwisselend elkaars geluk en ongeluk veroorzaken, op de kleinst mogelijke wijze, in een ritme van sferen en gemoedsstemmingen. Je kunt je naar believen herkennen maar ook denken dat ze zeuren, er is hoe dan ook geen beklemmende onontkoombaarheid. Die Masja (Myranda Jongeling) - ze hoeft maar van haar divan te komen, iets vrolijkers aan te trekken dan dat pathetische zwart van haar, haar man te verlaten en de wereld ligt aan haar voeten. In Moskou, of waar dan ook.

De vrijblijvende lethargie van haar en de anderen is, heel traditioneel, de drijvende kracht in Boermans' enscenering, maar tegelijkertijd laat hij andere opties open. Zijn figuren zijn tot op grote hoogte invulbaar en niet ingevuld, zijn spelers en hij hebben zich ontworsteld, als ik het zo zeggen mag, aan rolinterpretatie. Niemand is uitgesproken lui of vals (met uitzondering, misschien, van de schizofrene Natasja van Marisa van Eyle), egocentrisch of hartelijk, neurotisch of apathisch - er zijn wisselende accenten, en buien, een en hetzelfde personage kan zich overgeven aan bokkepruiken en -sprongen. Hoe mooi dat is en waarachtig valt nauwelijks uit te leggen, het is een kabbelende kwaliteit van het spel en de enscenering die zich niet vangen laat in beschrijvingen.

De voorstelling kabbelt en knaagt, even rustgevend als verontrustend. Onder het ragfijne kant en de subtiliteit van het spel en het pastorale leven dat Boermans zich zo kalm en slaperig laat voltrekken in het schitterende door hout overheerste decor van Guus van Geffen, broeit het. De ontladingen van de vulkaan zijn slechts stuiptrekkinkjes, nietig in het licht der eeuwigheid. Ik kijk naar de heuse tranen van Jongeling die zich in het laatste bedrijf in Van Geffens realistische herfstbladeren wentelt en ik heb met haar te doen en ook met mezelf, omdat wij beiden het leven zo stompzinnig uitstellen, maar tegelijkertijd denk ik: kop op, we kunnen er morgen alsnog aan beginnen. De echo van de jacht of van het duel, waarin de minnaar van Irina de andere minnaar van Irina doodt, weerklinkt in de bossen rondom het landhuis en ja, zo is het: anderen hebben hun eigen moeilijke momenten. We kunnen net zo goed of zelfs liever met z'n allen onze waardigheid bewaren en het geloof in eigen tragiek belijden zonder anderen lastig te vallen.

Het is erg, maar zo erg is het ook weer niet, lijkt de boodschap van deze maatgevende, schitterende en beeldschone voorstelling van Trust. En zo is het - ook als het niet zo is - louter en alleen omdat het gezelschap die boodschap zo overtuigend brengt. Wie had dat gedacht van die tot op heden bijna groteskuitpakkende zwartkijkers: naturalistisch getuigen van betrekkelijkheid en dat dan zo esthetisch, zo mooi, zo meeslepend.