Simons verstaat nog de socialistische kunst van in slaap praten

Ze komen uit die oude PvdA-school, waar de kunst om tegenspelers in slaap te praten nog in aanzien staat. Ex-minister Alders was daar bijvoorbeeld een meester in. Stelde je een vraag, dan praatte hij net zo lang in monotome toon door tot je een kwartier later wakker schrok om te ontdekken dat je vergeten was welke vraag je had gesteld.

Wethouder Hans Simons verstaat die kunst, wethouder Hans Kombrink is er een meester in. Afgelopen week mocht Kombrink zijn niet geringe talenten aanboren om de nieuwe lijn van het college van b en w omtrent vliegveld Zestienhoven te verklaren. Het ging niet om “digitale keuzes tussen economie en milieu”, zoals het probleem in het verleden al te vaak was voorgesteld. Nee, met de huidige lijn hoopte het college “overbruggend te werken” en “niet alleen politiek maar ook maatschappelijk een breed draagvlak te creeëren.” Er waren binnen het college “stevige discussies” geweest, waarbij gelukkig iedereen bereid bleek “de historische posities ter discussie te stellen”.

Zo zakte de persconferentie weg in een sociaaldemocratische woordenbrij. Terwijl het eigenlijk simpel is. Het college heeft besloten de luchthaven gewoon te laten liggen waar hij ligt. Er wordt iets gedaan aan die sport-, les- en reclamevliegtuigjes, die zoveel overlast veroorzaken in de omgeving. 's Nachts tussen elf en zes uur zal de luchthaven gesloten worden, terwijl het aantal 'vliegbewegingen' aan een plafond van twintigduizend wordt gebonden. Schiphol, dat de exploitatie van Zestienhoven ook in de toekomst blijft doen, zal daar best mee kunnen leven. De mogelijkheden van Zestienhoven zijn beperkt, maar het vliegveld draait nu met winst en het blijft handig een uitwijkbaan voor Schiphol te houden.

De gemeenteraad zal wel met het collegebesluit kunnen instemmen. Terwijl dit nu juist de uitkomst is die alle partijen een paar jaar geleden wilden vermijden. In 1992 legde de vorige raad immers vast dat de luchthaven op de huidige positie in elk geval dichtmoest, of er nou een nieuw vliegveld voor in de plaats kwam of niet.

Op dat moment ging Rotterdam nog uit van een grotere regionale luchthaven in de noordelijke polder Schieveen, gecombineerd met woonwijken, bedrijfsterreinen, een knoop van openbaar vervoers-voorzieningen en een nieuwe snelweg. Dat was een gunstiger uitkomst geweest dan de huidige luchthaven in de Zestienhoven-polder, die een obstakel voor de woningbouw vormt en zo dicht op de woonwijken ligt dat het de bewoners van Schiebroek en Hillegersberg ook in de eenentwintigste eeuw nog wel uit hun slaap zal houden.

Daar is weinig tegen te doen. De gemeente kan om sluiting verzoeken, maar het Rijk zal zo'n aanvraag niet honoreren. Rotterdam kan de luchthaven de strop aantrekken, maar zal dan geen exploitant kunnen vinden, zelf het complex moeten onderhouden en de exploitatie-verliezen moeten dragen. Die situatie kent Rotterdam nog uit de jaren zeventig, toen men jaarlijks miljoenen moest betalen voor een luchthaven die men wel wilde, maar niet kon sluiten. Zo is een nieuwe ronde Zestienhoven-rumoer afgesloten met de conclusie dat alles bij het oude blijft, en heeft weer een Rotterdams college van b en w moeten erkennen daar niets aan te kunnen doen.

    • Coen van Zwol
    • Peter de Greef