Requiem

Requiem of Reconciliation (Hänssler Classic, 98.931)

Het was groots opgezet, het Requiem van de verzoening dat in augustus van dit jaar voor het eerst werd uitgevoerd in Stuttgart. De Bachakademie had veertien componisten uit Oost en West, of moet je in dit geval zeggen uit Duitsland en daarbuiten, gevraagd een deel van het Latijnse Requiem te toonzetten, ter herinnering aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Er waren een paar grote namen bij. De Italiaan Luciano Berio schreef een proloog, de Pool Krzysztof Penderecki het Agnus Dei, de Duitser Wolfgang Rihm een deel van de Communio, de Rus Schnittke (samen met Rosjdestvenski) deed hetzelfde en de Hongaar György Kurtág componeerde ten slotte een epiloog. Maar er zaten ook enkele minder goden tussen, zoals de Amerikaan John Harbison, de Fransman Marc-André Dalbavie, de Engelsman Bernard Rands en de Japanner Joji Yuasa.

De opname van dit werk biedt een merkwaardige staalkaart van het moderne componeren: eenvoud en complexiteit, subtiele klankuitbeeldingen en extreme muzikale gebaren wisselen elkaar af. Als eenheid houdt het werk geen stand - al is de samenhang voor zulke uiteenlopende componisten toch nog verrassend groot.

De uitvoering is uitstekend, zeker omdat het de eerste keer is dat dit omvangrijk (ruim één uur en drie kwartier) en ingewikkelde nieuw werk werd gespeeld. Een Duitse cantorij, een kamerkoor uit Krakow, het Philharmonisch Orkest uit Israel en een handvol solisten worden geleid door dirigent Helmuth Rilling.

In de uitgebreide toelichting ontbreekt een verantwoording voor de totstandkoming van het werk en voor de motivatie van de componisten voor de keuze van hun aandeel.