'OM wordt steeds meer verlengstuk van politiek'; Officier Drenth over proefproces euthanasie

GRONINGEN, 18 DEC. De Groningse officier van justitie R. Drenth vindt dat de politiek in toenemende mate het strafrecht stuurt. Drenth heeft in het proefproces tegen een huisarts die het leven heeft beëindigd van een ernstig gehandicapte baby, niet-ontvankelijkheid van het OM gevorderd. “Het was altijd zo dat het openbaar ministerie tussen de politiek en de rechter stond, maar het OM wordt steeds meer een verlengstuk van de politiek. De officieren van justitie verliezen daardoor het krediet bij de rechter”, aldus Drenth.

De zaak was juist voor de rechter gebracht na een persoonlijke aanwijzing van minister Sorgdrager, die jurisprudentie wil inzake euthanasie op wilsonbekwamen. Drenth vorderde echter niet-ontvankelijkheid van het OM in het proefproces tegen de huisarts G. Kadijk omdat de meldingsprocedure voor artsen bij euthanasiegevallen in strijd is met het principe dat niemand aan zijn eigen veroordeling hoeft mee te werken; het nemo-tenetur-beginsel.

Drenth hangt een schriftelijke berisping boven het hoofd, zo maakte procureur-generaal D. Steenhuis afgelopen vrijdag bekend. Eerder kreeg Drenth te horen dat hij geen euthanasiezaken meer mag doen. Steenhuis en de Groningse hoofdofficier R. Daverschot adviseren minister Sorgdrager om de Groningse officier te berispen omdat hij een aanwijzing van haar zou hebben ontkracht. Drenth overweegt naar de ambtenarenrechter te stappen als hij daadwerkelijk wordt berispt.

De rechtbank ging overigens niet op de eis van Drenth in, omdat de thans geldende meldingsplicht in april 1994, toen huisarts Kadijk het leven van de baby beëindigde, nog niet in werking was getreden. Eerder behandelde Drenth de zaak tegen psychiater B. Chabot, die in 1991 het leven beëindigde van een ernstig depressieve vrouw.

U wordt verweten de aanwijzing van Sorgdrager te hebben ontkracht. Vindt u dat u aan de aanwijzing hebt voldaan?

“De aanwijzing luidde dat ik strafvervolging moest instellen. Dat heb ik gedaan. In de disciplinaire procedure tegen mij gaat het er om of ik de aanwijzing heb ontkracht. Daar zit een principiële kant aan: betekent een aanwijzing dan alleen dat je een schuldig-verklaring kan eisen? Stel je voor dat er geen enkel bewijs is. Het zou interessant zijn als een arts wel een onnatuurlijke dood meldt, maar zich vervolgens op zijn zwijgrecht en zijn medisch beroepsgeheim beroept. Een rechter kan de meldingsplicht dan altijd nog eens onwettig verklaren. Bij dit proefproces wilde ik deze vraag hebben gesteld.”

U kwam tot de opzienbarende vordering van niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Had u dat niet aan procureur-generaal Steenhuis en hoofdofficier Daverschot moeten melden?

“Niet-ontvankelijkheid was de enige logische conclusie. Ik heb de meldingsprocedure al in de zaak tegen psychiater Chabot ook aan de orde gesteld. In de vergadering van de procureurs-generaal zijn ook vraagtekens bij de meldingsprocedure gezet. In al mijn onnozelheid heb ik in de zaak-Chabot de plicht zonder vordering aan de orde gesteld. De rechter beantwoordde toen mijn vraag niet, anders hadden we al deze commotie drie jaar geleden gehad.

Ik heb overigens aldoor gemeend dat mij de zaak-Kadijk is toegeschoven omdat ik Chabot had gedaan. Als je bepaalde vragen niet aan de orde wilt stellen, ben je niet met een strafproces bezig, maar met politiek. Dan hadden ze de zaak door iemand anders moeten laten doen. Ik had volledige 'vrijheid van requisitoir'. In de zaak-Chabot kreeg ik indirect van minister Hirsch Ballin te horen dat hij het niet zou accepteren als ik een niet-schuldig-verklaring zou vorderen. Ik was dat toen ook niet van plan, maar ik wilde voorkomen dat dit nog een keer zou gebeuren.''

Is de meldingsprocedure het geëigende middel om de problemen rond euthanasie aan te pakken?

“Je moet wat, als je niks anders kunt bedenken. Maar steeds minder artsen melden zich. Overigens vind ik het aardig dat Steenhuis zegt dat hij zich ook niet zou melden, als hij weet dat hij een straf krijgt. Ik zou er best vrede mee hebben als een rechter zegt dat de meldingsplicht wel kan, maar de juridische argumenten zijn niet sterk. De arts wordt verplicht een onnatuurlijke dood te melden. Daarentegen verbiedt het strafrecht een moordenaar gedwongen mee te werken aan zijn eigen veroordeling. In deze gevallen is de arts en de moordenaar dezelfde persoon, al klinkt dat wat cru.”

Steenhuis zegt dat de heldenverering van u in de media hem de keel begint uit te hangen. Hij voelt zich ook “persoonlijk bedrogen”.

“Daar moet ik maar niet op reageren. Aan emotionele reacties hebben we niets. Ik had liever gehad dat deze kwestie niet zo op straat werd uitgevochten. Maar ik mag reageren als het over mijn persoon gaat. Ik heb veel reacties gehad, ook van mensen die het niet met me eens waren. Zij vonden wel dat het terecht was dat ik deze vraag aan de orde heb gesteld.”

Tweede Kamerlid Van der Burg (CDA) noemde u een “buitengewoon eigengereid persoon” die niet in een strak geleid openbaar ministerie past.

“Als officier van justitie word je geselecteerd op een gezond portie eigenwijsheid en op goede juridische argumenten voor je mening. Als Den Haag mij aangeeft wat ik moet zeggen, is het de vraag of mijn juridische argumenten daar wel bij passen. De enige manier voor de politiek om iets te bereiken is wetten maken. En in zaken van levensbeëindiging lukt dat maar steeds niet.”