Madrid, Bonn, Parijs

DE EURO, de gemeenschappelijke Europese munt, komt er als Duitsland het wil en als Frankrijk het kan. Op de top van Europese regeringsleiders in Madrid zijn de laatste twijfels weggenomen dat het menens is. De Economische en Monetaire Unie (EMU) ligt op schema voor 1999 en de resterende technische details, inclusief de naam, het moment van selectie van de landen die mogen deelnemen en de begrotingsdiscipline van de toekomstige deelnemers, zijn vastgelegd. Daarmee komt een Europese monetaire zone gemodelleerd naar Duitse snit in zicht.

De standvastigheid van Duitsland is begrijpelijk. De Duitsers offeren hun gekoesterde D-mark op en hebben met recht harde eisen gesteld aan de landen die zeggenschap zullen krijgen over het monetaire beleid voor de Europese munt. Op nagenoeg alle punten hebben de Duitsers hun zin gekregen - en zelfs meer dan dat: het stabiliteitspact (een begrotingstekort van gemiddeld één procent voor de Euro-landen) dat zal worden uitgewerkt, staat niet in het Verdrag van Maastricht.

FRANKRIJK BLIJFT volop meedoen, al is het door het oog van de naald gekropen. De Franse stakingen zijn na drie weken voorbij en de vakbonden roepen victorie. Maar premier Juppé, hoewel aangeslagen, heeft niet al zijn bezuinigingen ingeleverd. Daarmee heeft hij de kans behouden dat Frankrijk, met het nodige geluk, begin 1998 nèt door de poort van de criteria van het Verdrag van Maastricht zal kruipen. Waarbij moet worden bedacht dat Frankrijk slechts aan één criterium niet voldoet: het financieringstekort. En dat Frankrijk in 1991, toen president Mitterrand de onderhandelingen over deze criteria in Maastricht voerde, nog ruimschoots binnen de marge van een tekort van drie procent zat. Daarna heeft de vorige regering de zaak laten versukkelen en nu is Juppé met de saneringsproblemen opgescheept. Overigens: de omvang van de bezuinigingen op de Franse sociale zekerheid is te vergelijken met die van de 'Tussenbalans' in Nederland van 1991. Ook dat gaf gedonder, maar het kàn wel.

AAN DE OOSTEUROPESE landen die zich hebben gemeld voor aansluiting bij de Europese Unie, is in Madrid te verstaan gegeven dat ze vooral geduld moeten hebben. Hier stuitte de Duitse wens om met een beperkt aantal landen (Polen, Tsjechië, Hongarije en Slovenië) haast te maken, op effectief Frans verzet. De deur van de Europese Unie staat op een kier, maar eerst zal de Unie zelf orde op zaken gaan stellen.

Een grondig onderzoek naar de contouren van de Europese Unie van de toekomst is dringend gewenst. In Madrid werd een officiële foto van de 'Groep van 26' gemaakt: de leiders van de vijftien EU-landen plus elf Oosteuropese aspirant-leden. Nog veel minder dan de huidige Unie laat een dergelijk uitgebreid 'Europa' zich organiseren langs de weg van gelijkwaardigheid van de lidstaten zoals vastgelegd in het Verdrag van Rome. Geleidelijk maar onmiskenbaar begint zich een profilering voor te doen van clubs van landen: de landen met een euro-munt als toekomstige nieuwe harde kern, de groep van Unie-landen die wel tot de gemeenschappelijke markt maar (nog) niet tot de monetaire unie behoren, en ten slotte een ruime groep landen die met een lange aanloopperiode en omvangrijke overgangsregelingen tot de Unie zullen toetreden. Zonder het expliciet zo te noemen is dit Europese plateau-landschap van de toekomst in Madrid bekrachtigd.