Kritiek op Santer

ER STEEKT EEN HOOG onwerkelijkheidsgehalte in de kritiek die kanselier Kohl dit weekeinde op de Madrileense top heeft uitgestort over de voorzitter van de Europese Commissie, de Luxemburgse oud-premier Santer. Niet alleen behoort de kanselier tot het kiescollege van regeringsleiders dat Santer uitverkoos, een van de commissarissen op wiens gedrag de voorzitter werd aangesproken, Bangemann, is nota bene door de bondsregering zelf naar voren geschoven. Bovendien heeft Santer de voorkeur gekregen omdat na al het getwist over kleurrijkere persoonlijkheden als Dehaene en Lubbers er behoefte was ontstaan aan een niet al te markante compromisfiguur.

De ruimte die de Commissie-voorzitter zich voor eigen beleid kan verwerven, is formeel zeer beperkt. Maar een man als Delors heeft laten zien dat als de omstandigheden meewerken, de voorzitter een grote invloed kan uitoefenen op de vaststelling van de prioriteiten binnen het communautaire beleid. Zonder Delors was de impuls voor monetaire integratie aanmerkelijk zwakker geweest. In een tijdsgewricht waarin het minder gaat om de keuze van de te volgen route en meer om het zoveel mogelijk bijeenhouden van het reisgezelschap, is er evenwel behoefte aan een voorzitter die geen onnodige spanningen oproept. Aan die voorwaarde voldoet Santer.

DE VOORZITTER HEEFT overigens handig van de kritiek gebruikgemaakt om de aandacht te vestigen op zijn wens medezeggenschap te verkrijgen bij de aanstelling van leden van de Commissie. Als hij op het personeelsbeleid wordt aangesproken, zoals in Madrid het geval was, dan is dat een terecht verlangen. Het opleggen van verantwoordelijkheid zonder bevoegdheden die verantwoordelijkheid waar te maken, is inderdaad te veel gevraagd. Wat niet wegneemt dat Santer krachtdadiger had kunnen reageren op de 'misfits' in zijn team. Maar dat hij daar de man niet naar is, had voor de regeringsleiders geen verrassing mogen zijn.