Koerden durven voor hun eigen partij uit te komen

Mede wegens de benarde toestand van de Koerden is het Europarlement vorige week tegenstribbelend akkoord gegaan met een douane-unie met Turkije. Maar hoe gering de politieke speelruimte in Turkije ook nog is, op 24 december nemen de Koerden voor het eerst met een geheel eigen partij deel aan de parlementsverkiezingen.

DIYARBAKIR, 18 DEC. Het kantoor van de Democratische Volkspartij, de HADEP, in Diyarbakir, de grootste stad in het Koerdische zuidoosten van Turkije, zit stampvol mannen en vrouwen. Ondanks de open ramen ziet het er blauw van de rook. De sfeer is ontspannen. In elke kamer van de tot partijkantoor omgebouwde flat in de meest luxe wijk van Diyarbakir, ontspinnen zich geanimeerde gesprekken.

In weerwil van de staatsrepressie die nog steeds deel is van het dagelijks leven van de Koerden, is de angst om voor hun mening en hun identiteit uit te komen aan het vervagen. De Koerden glippen niet langer zo onopgemerkt mogelijk het partijkantoor binnen, ze komen er steeds openlijker voor uit HADEP te steunen. De partij is inmiddels uitgegroeid tot de belangrijkste stem van de Koerden in Turkije, zowel die in het zuidoosten als de miljoenen die in de afgelopen jaren naar het westen en het zuiden van Turkije zijn uitgeweken.

Verscheidene kandidaten hebben een directe band met de talloze vermoorde voorvechters van de Koerdische zaak in de regio: Veysi Aydin is de broer van Veydat Aydin, een voormalige DEP (de ontbonden HADEP-voorganger die op de lijst van de sociaal-democraten aan de verkiezingen deelnam)-bestuurder en mensenrechtenactivist, die werd ontvoerd en vervolgens dood werd teruggevonden. Selma Tanrikuru is de vrouw van een medicus die in het stadje Silvan werd vermoord. Cihan Sincar was getrouwd met Mehmet Sincar, een DEP-parlementariër uit Mardin die werd doodgeschoten. Allemaal dragen ze dezelfde boodschap uit: laat de geweren nu uiteindelijk eens zwijgen en geef de Koerden in Zuidoost-Turkije een menswaardig bestaan.

De veiligheid in de Koerdische regio is tot op vrij grote hoogte teruggekeerd. De bevolking keert zich meer en meer af van de gewapende strijdmethoden van de PKK, die sinds 1984 een guerrilla-oorlog voert in Zuidoost-Turkije. Maar dat betekent nog niet dat er een band is ontstaan tussen de Koerden en de Turkse staat, zoals premier Çiller claimt. Laat staan dat er zoiets als wederzijds vertrouwen is gegroeid. De Koerdische identeit wordt in Turkije immers nog steeds niet erkend. Het bezoek vorige week van Çiller aan Diyarbakir maakte dat nog eens duidelijk: slechts zo'n 2.000 mensen kwamen naar haar verkiezingstoespraak luisteren, terwijl Diyarbakir inmiddels meer dan een miljoen inwoners telt.

Onder leiding van Çiller raasde het leger de afgelopen twee jaar als een bulldozer door het gebied. Miljoenen Koerden werden gedwongen naar de meer stedelijke gebieden te vertrekken, bijna 2.500 dorpen werden geheel of gedeeltelijk verwoest, duizenden mensen vermoord, gemarteld, gearresteerd en gevangen gezet. Er is vrijwel geen dorp meer in Zuidoost-Turkije zonder tirannieke dorpswachters, die samen met de staat de strijd tegen de PKK aanbinden. Aan de andere kant voerde ook de PKK de guerrilla-oorlog verder op. Niet alleen in de vorm van directe confrontaties met het Turkse leger, maar ook van gewapende overvallen op dorpen met dorpswachters, waarbij vrouwen en kinderen niet werden gespaard. Tevens werden op grote schaal onderwijzers en andere regionale ambtenaren doodgeschoten.

De Koerdische bevolking is uitgeput door deze jarenlange strijd van twee kanten. Tegelijkertijd wint de gedachte terrein dat al het bloed niet voor niets mag zijn gevloeid. En de HADEP is het symbool van dat bewustzijn. De bevolking is daardoor bezig om zich te ontworstelen aan de knellende banden van de PKK. Deze gaf lange tijd gezicht aan de Koerdische nationale beweging in Turkije, maar het lijkt er nu op dat de Koerden autonomer zijn geworden en de PKK daardoor zelfs aan het ontstijgen zijn. De drie letters PKK, die voorheen elk politiek debat in Zuidoost-Turkije beheersten, hebben in de afgelopen weken plaatsgemaakt voor het woord HADEP. Dat is de nieuwe identiteit van de Koerden.

Vrijwel niemand in Zuidoost-Turkije twijfelt eraan dat HADEP hier bij de verkiezingen ten minste 40 tot 50 procent van de stemmen zal vergaren. Haar populariteit wordt mede in de hand gewerkt door de afbrokkelende aanhang van de moslim-fundamentalistische Welvaartspartij. Over de rode vlaggen met embleem, aan de gevel van het partijkantoor van de Welvaartspartij in Diyarbakir, hangen zwarte linten. De plaatselijke achterban protesteert hiermee tegen de autoritaire manier waarop de centrale partijleiding in Ankara haar eigen kandidaten naar voren heeft geschoven voor de verkiezingen. Het zijn weliswaar mannen met gezag, maar ze worden - op een uitzondering na - niet direct geassocieerd met de Koerdische problematiek. Zij beroepen zich op de gedachte van de 'islamitische broederschap', die uiteindelijk ook de Koerden de zo fel begeerde vrijheid en gelijkheid zal verschaffen.

Ook in andere provincies wordt onder de Koerdische aanhang van de Welvaartspartij gemord over de kandidatenlijsten. “Het masker van de Welvaartspartij is hierdoor gevallen”, waarschuwt Abdulbaki Erdogmus, die het hart vormt van de protestbeweging in Diyarbakir. Partijleider Necmettin Erbakan zou er welbewust voor hebben gekozen om zich te distantiëren van de eis van de Koerdische bevolking voor culturele en politieke vrijheden om zo de Turkse staat niet tegen zich in het harnas te jagen. “De partij wordt door de Koerden dan ook niet langer gezien als een alternatief voor de gevestigde politieke partijen die de problematiek in Zuidoost-Turkije afdoen als een kwestie van terreur”, meent Erdogmus. De voormalige mufti uit Hani, ten noorden van Diyarbakir, is razend populair. Hij had, als het aan de plaatselijke bevolking had gelegen, als eerste op de kandidatenlijst van de Welvaartspartij voor het district Diyarbakir moeten prijken. Om de gemoederen niet verder te verhitten laat hij zich al geruime tijd niet meer op straat zien. “Natuurlijk heb ik al jarenlang problemen met de ondemocratische manier waarop de Welvaartspartij wordt bestuurd”, zegt hij in een gesprek bij hem thuis, “maar de brute ontkenning dat de missie van de partij, het brengen van gerechtigheid in Turkije, zich niet tot de Koerden uitstrekt, heeft me wel heel erg geraakt.”

Volgens Cem Boyner, een voormalige zakenman uit een rijke familie in Istanbul die nu aan het hoofd staat van de door hem zelf opgerichte Nieuwe Democratische Beweging, staat de HADEP evenwel ook niet voor oplossingen, maar ontleent de partij haar ontstaan juist aan al het bloed en de tranen die in de afgelopen decennia in Zuidoost-Turkije zijn gevloeid. “Kijk maar naar de kandidatenlijsten”, zegt hij kritisch. Boyner beschikt over enig krediet onder de Koerden. Het is deels aan hem te danken dat het vaak mensonterende optreden van het Turkse veiligheidsleger in Zuidoost-Turkije nu vaker wordt gekritiseerd. Maar hij gruwt van de nationalistische tendenzen die zich onder de Koerden aftekenen. “Dat is net zo verwerpelijk als het Turkse nationalisme”, zegt hij tijdens een gesprek in Diyarbakir.

Boyner vreest bovendien dat de HADEP zich door de Turkse staat heeft laten gebruiken om in het licht van de discussie over de douaneunie tussen Ankara en Brussel, waartoe het Europarlement woensdag besloot, het democratische imago van Turkije op te poetsen. “Ik weet niet”, zegt hij nadenkend, “of de HADEP nu Turkije het vrijhandelsakkoord binnen heeft, ook nog zo vrij kan operen in Zuidoost-Turkije.” Sedat Yurttas, een voormalige DEP-parlementariër die aanvankelijk tot 7,5 jaar celstraf werd veroordeeld maar die recentelijk in hoger beroep op vrije voeten werd gesteld, heeft zelfs een uitdrukking voor deze angst: het 13-december-symdroom, daarmee verwijzend naar de dag waarop het Europarlement het vrijhandelsakkoord ratificeerde. Hij weet uit contacten met Europolitici van voornamelijk de Groene en de socialistische fracties hoe deze hebben geworsteld met hun keus, juist wegens de militaire strijd in Zuidoost-Turkije. Hij hoopt in ieder geval dat hun verantwoordelijkheid voor de democratische ontwikkelingen in Turkije nu niet stopt.

De uitdaging waar de HADEP voor staat is niet gering. De partij moet de landelijke kiesdrempel van 10 procent halen om afgevaardigden in het Turkse parlement te krijgen. “Maar het is een foute gedachte dat de stemmen op de HADEP verloren gaan als we dat percentage niet halen”, onderstreept Firat Anli, voorzitter van de HADEP in Diyarbakir. “De boodschap is duidelijk: een belangrijk deel van het Turkse electoraat staat een politieke oplossing van het Koerdenvraagstuk voor. Dat biedt openingen voor de toekomst.”

Een ander probleem vormen de dorpen. Hier is de greep van de dorpswachters en het leger groot, die de Koerdische bevolking er onder bedreiging van vergeldingsmaatregelen toe dwingen om op de gevestigde partijen te stemmen. “Druppelgewijs”, aldus Yurttas, “bereiken ons hierover berichten.” De organisatie voor de rechten van de mens in Diyarbakir wijst op nog een andere tactiek: “In plaats van zoals in de afgelopen jaren mensen op mysterieuze wijze te vermoorden”, zegt voorzitter Mahmut Sakar, “worden ze nu geruisloos gearresteerd om daarna spoorloos te verdwijnen. Dat brengt minder tumult onder de bevolking teweeg, maar het effect is hetzelfde.”

    • Froukje Santing