Justitie kruist degens met misdaadjournalisten

AMSTERDAM, 18 DEC. Het zal een niet-alledaags beeld opleveren. Het boegbeeld van de crime reporters, Peter R. de Vries, schuift morgen aan in het beklaagdenbankje. Verdachte 'De V.' staat samen met zijn collega Feike Salverda terecht voor de Amsterdamse rechtbank omdat ze volgens het openbaar ministerie hand- en spandiensten verleenden aan criminelen. Door in hun berichtgeving vorig jaar gebruik te maken van bij justitie gestolen materiaal is er volgens de aanklacht onder andere sprake van heling.

De raadslieden van de twee verslaggevers voorspellen een volledige vrijspraak omdat het OM bezig is met een zwakke zaak. “Justitie zoekt een bliksemafleider voor het eigen falen”, zegt de advocaat van De Vries, C. Korvinus. “Mijn cliënt wort gepakt omdat hij de boodschapper was van slecht nieuws over de misdaadbestrijding”.

En de andere raadsman, G. Kemper, zegt dat de officier van justitie, L. Dun, hem heeft verteld dat het toch “leuk” is om een debat te voeren over de grenzen van het journalistieke vak. “Maar ik vind de rechtszaal niet de meest geschikte plaats voor een lange discussie over journalistieke methodes”.

Die werkwijze bestond er bij deze twee verdachten uit dat ze vorig jaar in tv-uitzendingen gebruik maakten van door criminelen afgeluisterde telefoongesprekken van de Amsterdamse politie. Tevens maakten ze bij justitie gestolen computerschijfjes en documenten openbaar. Via hun programma's, die morgen in de rechtszaal worden getoond, wilden de journalisten naar eigen zeggen misstanden aan de orde stellen bij justitie. De informatie - zoals onder andere gestolen in de woning van officier van justitie Valente - moest aantonen dat opsporingsambtenaren in hun gevecht op leven en dood met hasjhandelaar Charles Z. juridische spelregels aan hun laars lappen. In het laatste nummer van het vakblad De Journalist claimt De Vries zelfs dat zijn “onthullingen over de Valente-floppy's” mede geleid hebben tot de parlementaire enquête over de misdaadbestrijding.

Dat daarvoor welbewust gestolen spullen werden gebruikt, was volgens de journalisten onvermijdelijk. Voor hun belangrijke werk mocht geen middel onbenut blijven. In die opvatting kregen ze eerder deze maand welkome steun van de Raad voor de Journalistiek. Dit beroepscollege keurde het openbaar maken van gestolen informatie onder een aantal strenge voorwaarden goed. Deze handelwijze is geoorloofd, zo vindt de Raad, “als de belangen die gediend zijn bij publikatie in ruime mate opwegen tegen de onrechtmatigheid van de wijze waarop de informatie is verkregen”.

Met die mening is het Amsterdamse openbaar ministerie het niet per definitie oneens. Justitie vindt evenwel dat De Vries en Salverda hun martelaarsrol overdrijven. De twee free lancers zijn gewoon handelaars in lekker nieuws en een vereiste zorgvuldige afweging is door beiden niet gemaakt, aldus het OM.

Het beste bewijs voor die stelling is naar de mening van het openbaar ministerie het arrest dat het Amsterdamse gerechtshof wees in de strafzaak tegen Z. Het hof oordeelde dat politie en justitie volgens de regelen der kunst hebben geopereerd en veroordeelde Z. tot vijf jaar. Ook de advocaat-generaal bij de Hoge Raad, A. van Dorst, sprak zijn goedkeuring uit over het opsporingsonderzoek.

De officier van justitie zal morgen ook het zogeheten rijbewijsarrest, dat het hoogste rechtscollege in juni van dit jaar wees, aanroepen als steunpilaar voor de vervolging. Deze uitspraak ging over een journalist van het Algemeen Dagblad. Hij werd veroordeeld omdat hij in 1992 valse gegevens had opgegeven in een poging rijbewijzen te verkrijgen op naam van iemand anders. De redacteur deed dit naar eigen zeggen om aan te tonen dat de controle op de afgifte van deze documenten niet deugde.

Het hof keurde die journalistieke handelwijze af. “Bij de uitvoering van haar belangrijke taak in onze democratische samenleving om het publiek in te lichten omtrent misstanden bij de uitvoering van overheidstaken dient de pers, ook indien zij anders niet of slechts moeizaam de door haar begeerde informatie kan verkrijgen, de door de strafwet getrokken grenzen in acht te nemen.” Die mening werd door de Hoge Raad onderschreven.

Korvinus meent evenwel dat dit arrest betrekking heeft “op een heel andere feitencomplex” en dus niet van toepassing is. Hij herinnert eraan dat de topman van het openbaar ministerie, A. Docters van Leeuwen, al een paar keer heeft aangekondigd de pers harder te zullen aanpakken. “Deze strafzaak is het bewijs daarvan”.

Hoe hard justitie zich “forceert” om de journalisten te kunnen vervolgen, bewijst volgens Korvinus de tenlastelegging dat De Vries ook inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van Valente. Het openbaar miisterie verwijt de journalist op de man te hebben gespeeld door privé-gegevens over Valente te vermelden. In het tv-programma werd een foto van Valente getoond en werd vermeld dat hij in Lissabon was geboren. “Dit verwijt is de grootst mogelijke flauwekul”, aldus Korvinus.

De raadsman noemt nog een reden die de ijver verklaart waarmee justitie bezig is journalisten aan te pakken. De huiszoeking die eerder in de woning van De Vries is uitgevoerd, diende volgens Korvinus alleen maar om materiaal te verzamelen dat de politie op het spoor kan zetten van de criminelen die inbreken bij justitie. “Dit is de enige nuttige methode om inlichtingen te krijgen van een journalist die zich immers altijd zal beroepen op het beschermen van zijn bronnen”.