'Huur kamer wordt te duur voor student'

AMSTERDAM, 18 DEC. Op kamers wonen dreigt onbetaalbaar te worden voor beursstudenten. Hun woonlasten zijn de afgelopen jaren veel sneller gestegen dan die van hun niet-studerende leeftijdgenoten.

Dit concludeert het Gemeenschappelijk overleg studentenhuisvesting (GOS) op basis van een onderzoek dat is uitgevoerd door de Nationale Woningraad. Studenten geven dit jaar tussen de 24,5 en 34,7 procent van hun budget voor levensonderhoud uit aan de huur. Voor een 23-jarige met minimumloon is dat percentage tweemaal zo laag: 12 tot 17 procent. Een 20-jarige met bijstand is tussen de 21,4 en 30,4 procent van zijn inkomen aan huur kwijt.

Corporaties die studentenkamers verhuren “ontvangen steeds meer signalen die erop duiden dat het uitwonen met alleen het genormeerde maandbudget bijna onmogelijk wordt”, aldus het rapport. Van de basisbeurs voor uitwonende studenten is maandelijks 335 gulden bestemd voor de woonlasten. Dat bedrag is sinds 1992 niet meer aangepast. Sinds dat jaar zijn de kale huren voor studenten bij vier onderzochte stichtingen voor studentenhuisvesting gestegen met zo'n 23 procent, gedwongen door het rijk voorgeschreven huurverhogingen.

Uitwonende jongeren met een bijstandsuitkering krijgen wel jaarlijks een hoger bedrag om tegemoet te komen aan de stijgende woonkosten. Het reële inkomen van studenten is tussen 1990 en nu met 34 procent gedaald. Per 1 januari 1996 gaat de basisbeurs nog eens terug van 470 naar 425 gulden.

Tweede-Kamerlid B. Bakker (D66) “weet zo gauw niet wat je eraan moet doen”. Het budget voor levensonderhoud is “puur uit financiële nood bevroren”, zegt hij. “Er is willens en wetens tot een verschuiving besloten van overheidsbijdragen naar eigen financiering, zoals bijbaantjes, de ouderbijdrage of leningen bij de bank.”

“Er moet ooit een einde aan komen”, zegt Bakker over de bezuinigingen op de beurs. Toch zal de Kamer deze week naar verwachting instemmen met nieuwe voorstellen van minister Ritzen. Het gaat met name om de 'presatiebeurs', die studenten tot een snellere studietijd moet dwingen.

Studenten hebben door de bank genomen toch al hogere woonlasten, omdat zij meestal op kamers wonen en niet in zelfstandige woonruimte. Zo kan een kamerhuurder niet om kwijtschelding vragen van de onroerende-zaakbelasting in zijn of haar gemeente. Hetzelfde geldt voor de verontreinigingsheffing. Deze belastingen worden namelijk opgelegd niet opgelegd aan alle individuele huurders, zoals gebruikelijk, maar aan de verhuurder van de kamers, vaak een corporatie, die niet voor kwijtschelding in aanmerking komt. Op grond van hun inkomen zouden studenten “een reële kans op kwijtschelding” hebben, aldus het GOS.