Het 'nieuwe werk' van Beethoven is wat flets, maar wel een aanwinst

Concert: Ludwig van Beethoven: Vierde pianoconcert in een bewerking voor piano en strijkkwintet (wereldpremière). Withold Reichardt (piano) en strijkkwintet o.l.v. Edmond Saveniers. Gehoord: 17/12, Katholieke Universiteit Brabant, Tilburg.

Op de 225ste doopdag van Ludwig van Beethoven (zijn geboortedatum is niet met zekerheid te achterhalen) werd in de Katholieke Universiteit Brabant een 'nieuw werk' van de reeds lang verscheiden componist ten doop gehouden. Na een op schetsen gebaseerde Tiende symfonie en een via spiritistische stralen tot ons gekomen Elfde is opnieuw een onbekend muziekstuk van de grote Wener punt van discussie. De wereldpremière betrof een bewerking van het Vierde pianoconcert voor piano en strijkkwintet, die begin dit jaar is gereconstrueerd door Hans-Werner Küthen, medewerker aan het Beethoven-Archiv in Bonn en mede verantwoordelijk voor de kritische uitgaven van het oeuvre van de componist.

Waar de noviteit vooral om draait zijn de 131 maten in de klavierpartij van het Vierde pianoconcert die de componist, in een voor derden nagenoeg onleesbaar handschrift, noteerde in de partituurkopie waarop Beethoven-vorsers zich sinds jaar en dag baseren. Gustav Nottebohm meende al in de negentiende eeuw dat deze schetsen bestemd waren voor Beethovens eigen gebruik. Küthen suggereert nu, na een nieuwe archiefvondst, dat deze aangepaste partij behoort tot een - door de componist geautoriseerde - adaptatie van het concert voor twee violen, twee altviolen en cello, mogelijk van de hand van Beethovens tijdgenoot Franz Alexander Pössinger. Deze versie zou in 1807, enkele maanden na de première van het Pianoconcert, voor het eerst zijn uitgevoerd.

De pianopartij wijkt vooral in detail af van het origineel, en is door haar bredere spectrum zeer geschikt voor een kamermuziekbezetting, die van nature minder orkestraal is. Verder zijn er zijn ritenuto's aangebracht en een hoeveelheid extra trillers. Desondanks kan deze bewerking moeiteloos worden gevolgd met de partituur van het origineel in de hand. De orkestbegeleiding is eenvoudigweg gereduceerd tot een strijkkwintet.

De met spoed georganiseerde presentatie - naar verluidt lag een Engelse première op de loer - van deze vergeten bewerking werd voortvarend ter hand genomen door de Belgische dirigent Edmond Saveniers, die hiertoe zijn Tilburgse vastgoed- en golfclubvrinden mobiliseerde.

Saveniers is een aimabele dirigent met een soms wat naïeve kijk op de muziekgeschiedenis die in de architectonische Gulden snede-verhouding niet alleen de ideale afmetingen voor zijn woonkamer ziet, maar deze ook direct relateert aan het grote-sext-interval en, met een synesthetisch gevoel, aan de kleur oranje. Via deze associatieve weg claimt hij, weinig overtuigend, tot een nieuw inzicht te zijn gekomen in de heikele kwestie rondom het tempo waarin Beethovens werken moeten worden gespeeld.

Saveniers interpretatie klinkt in de beide hoekdelen enkele graden langzamer en in het middendeel een tikje sneller dan gewoonlijk, maar de beloofde tijdsduurverhouding van 1=2+3 werd geenszins gehaald. Bovendien leidde zijn aanvechtbare trouvaille te veel af van de werkelijke vondst.

De bewerking van het Vierde pianoconcert klinkt alsof je naar een fletse fotocopie van een schilderij van Rembrandt kijkt. De instrumentatie mist enerzijds de kleurenrijkdom van de orkestversie en anderzijds de brille van een strijkkwintet als opus 104. Maar het concert komt hiermee wel binnen handbereik van een grote groep kamermusici. Om die reden zal het ooit geschreven zijn, en in die zin is het dan ook een verrijking van het repertoire.

    • Emile Wennekes