Hervormer van Oekraïense economie volgt kronkelweg

DEN HAAG, 18 DEC. De hervomingsgezinde econoom Viktor Pynzenyk is in de regering van Oekraïne een soort weermannetje, dat beurtelings verdwijnt en weer opduikt. De vice-premier voor economische hervormingen trad in 1993 af, omdat noodzakelijke ingrepen in de volgens hem 'rampzalige' economie uitbleven. Een jaar later was hij terug op zijn post, maar in juli van dit jaar werd hij door president Koetsjma verwijderd omdat het door communisten gedomineerde parlement zijn radicale voorstellen niet slikte. In augustus kwam hij al weer terug, nu in een nieuwe regering onder leiding van premier Martsjoek.

Na deze verdwijn-en-verschijn-trucs is het de vraag hoe vast de hervormer Pynzenyk in het zadel zit. Daar komt nog bij dat hij zijn bevoegdheden moet delen met minister Sphek (economische zaken), die geldt als een minder vooruitstrevende hervormer. “De dubbele bezetting van allerlei functies is een restant van vroeger en geeft een rare situatie. Het liefst was ik daarom vice-premier en minister van financiën geworden. Over mijn invloed op het beleid ben ik niettemin tevreden. U moet bedenken dat ik de eerste regeringsfunctionaris in de geschiedenis van Oekraïne ben die ooit vrijwillig is afgetreden. Dat ik hier nu zit betekent dat ik goede hoop heb voor de toekomst”, zegt Pynzenyk.

Pynzenyk is een energieke dertiger, die in zijn optreden niet zo verkrampt is als regeringsfunctionarissen in zijn land vaak zijn. In de salon van het Haagse hotel Des Indes praat hij vlot, met af en toe een grap. Pynzenyk is met een zakenvriend op een informeel werkbezoek in Nederland, het land dat Oekraïne vertegenwoordigt bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Hij heeft onder meer bij het ministerie van financiën enige inlichtingen gekregen over monetaire kwesties.

Sinds zijn eerste aantreden begin 1993 geldt Pynzenyk als architect van de economische hervormingen en als goeroe van de vrije markt. Destijds formuleerde hij als doel van de hervormingen het brengen van stabiliteit en het scheppen van voorwaarden voor economische groei. Nu zegt hij daarover: “De doelstellingen zijn hetzelfde gebleven. Een directeur van een staatsonderneming zei mij onlangs dat financiële stabiliteit de belangrijkste voorwaarde is om omzet te kunnen genereren, en zo is het ook.”

Financiële stabiliteit betekent vooral dat de hoge inflatie moet worden beteugeld. Het IMF heeft Oekraïne een inflatiecijfer van 1 tot 2 procent per maand opgelegd als voorwaarde voor belangrijke leningen. Daarmee kan de energierekening aan Rusland worden betaald voor de winter.

Vorige maand lag de inflatie op 6,2 procent en in december op 3,5 procent. Dat zijn heel behoorlijke scores, in aanmerking genomen dat de inflatie voor heel 1995 op 180 procent uitkomt en dat dit cijfer volgens Pynzenyk “voor Oekraïne niet slecht” is. “De financiële stabiliteit begint de laatste maanden gelukkig vorm te krijgen”, concludeert Pynzenyk.

Hoe kunt u spreken van financiële stabiliteit met zulke inflatiecijfers?

“Er wordt nu eindelijk een strak monetair beleid wordt gevoerd, waarbij de geldhoeveelheid in toom wordt gehouden. Subsidies worden nauwelijks nog verstrekt, alleen voor stimulering van de woningbouw. De regering heeft zelfs niet betaald voor het binnenhalen van de oogst; ze organiseerde veilingen waar het graan voor 140 dollar per ton wordt verhandeld. Voor het eerst heeft de voorjaarszon geen effect op de inflatiecijfers in de winter. De huidige hoge inflatiecijfers komen dan ook voort uit inflatieverwachtingen.”

Pynzenyk doelt met inflatieverwachting op de langverbeide harde nieuwe munt die in oktober de huidige coupons had moeten vervangen, maar waarvan de introductie is uitgesteld: “Een derde deel van de geldhoeveelheid gaat buiten de banken om in de vorm van contanten. Uit nervositeit over de vervanging van hun munt zijn de mensen hun contante geld in coupons massaal gaan uitgeven met als gevolg prijsstijgingen. Door de verzwakking van de coupon tegenover buitenlandse valuta's, vluchten mensen weer in dollars en marken. Dus: koersdaling coupon. Wat voor nieuwe munt er ook komt maakt me niet uit. Als het maar snel gebeurt en als die munt maar hard is.”

Wanneer verwacht u aan de IMF-criteria te kunnen voldoen?

“In de begroting voor 1996 wordt uitgegaan van 30 procent over het hele jaar. In januari zal de inflatie nog behoorlijk zijn, doordat de huren en energieprijzen fors worden verhoogd. In de loop van het jaar moet het cijfer dus flink dalen om op 30 procent uit te komen. Die 30 procent vind ik trouwens nog te veel.”

De begroting over 1996, die de regering in oktober presenteerde, grossiert ook in andere opzichten niet in schoonheidsprijzen. Premier Martsjoek noemde de voorstellen een goede basis voor hervormingen, maar trapte tegelijkertijd op de rem door privatiseringen “niet een doel op zichzelf” te noemen. Voor het parlement is de begroting desondanks te radicaal: de parlementaire goedkeuring moet nog komen.

De begrotingsperikelen tonen hoe moeizaam de hervormingen kunnen worden doorgevoerd in Oekraïne. Begin dit jaar zijn achtduizend grote en middelgrote staatsondernemingen op de lijst gezet voor privatisering en werden eigendomscertificaten uitgereikt aan burgers die daarmee op veilingen inkopen konden doen. Tot op heden verloopt de privatiseringsoperatie teleurstellend.

Hoe komt het dat het transitieproces in uw land zo veel moeizamer verloopt dan elders in de regio?

“Het land heeft een relatief onderontwikkelde banksector en kijkt te veel naar Rusland, in plaats van naar Armenië, Georgië of Moldavië - zoals ik zou willen. Overigens geldt de achterstand eigenlijk alleen voor het privatiseringsproces, maar dat is natuurlijk wel belangrijk.”

Hoeveel bedrijven zijn aan het einde van dit jaar geprivatiseerd?

“Niet achtduizend, maar iets meer dan de helft, denk ik. Belangrijker is dat het proces de laatste maanden weer goed op gang is gekomen en dat nu ook buitenlandse kapitaal wordt geïnvesteerd.”

Buitenlandse ondernemers beklagen zich er anders over dat er zoveel blokkades zijn. De nieuwe burgemeester van Kiev heeft bijvoorbeeld de bouwvergunningen voor een project weer ingetrokken. Wat is daar aan te doen?

“Dat probleem is niet met een pennestreek verdwenen. Dat verdwijnt pas mettertijd als ondernemingen door privatisering onder controle komen van beleggers en als bestuurders van de oude stempel hun posten hebben verlaten. Veel bestuurders houden vast aan oude gewoonten. Dat is hun natuur, een natuur die ik verder niet zal omschrijven.

Een ander probleem: de corruptie onder fabrieksdirecteuren en bestuurders.

“Dat is geen ander probleem, dat is hetzelfde probleem.”

Begin dit jaar kondigde president Koetsjma aan dat verliesgevende staatsbedrijven zouden worden gesloten. De sanering is echter nog niet echt begonnen. Wanneer gebeurt dat wel?

“De faillissementswet is dit jaar aangenomen. Een majeure operatie heeft volgend jaar plaats in de mijnbouw, heel belangrijk in ons land, waarbij 25 procent van alle kolenmijnen wordt gesloten. Dit betekent niet dat alle bedrijven zomaar gesloten moeten worden. Bedrijven kunnen ook worden geherstructureerd.”

In Oekraïne circuleert daarvoor het voorstel om sommige industriële bedrijven onder te brengen bij financiële instellingen, 'industriële-financiële groepen' genaamd. Dat idee is ook in trek in Rusland. Het voorstel tekent tegelijk het pragmatisme van Pynzenyk, die ooit zei dat een kronkelige weg sneller kan zijn dan een rechte, zolang bureaucratie wordt vermeden. Anderzijds heeft Pynzenyk eerder ook principieel zijn functie neergelegd.

Blijft u doorgaan op de kronkelige weg?

“Het gaat om politieke haalbaarheid van goede plannen. Toen ik deze zomer weg moest, was het mijn eigen schuld: ik had mijn plan niet goed politiek voorbereid. Ik heb er met mijn Russische collega Gajdar vaak over gepraat wanneer je moet aftreden. Hij is ooit opgestapt en nu worden veel van zijn radicale plannen uitgevoerd door de veel gematigdere Tsjoebais. Dat houd ik altijd in het achterhoofd.”

    • Karel Berkhout