Haïti blijft wachten op betere tijden

Niet meer dan dertig procent van de stemgerechtigde Haïtianen heeft gisteren gestemd voor een nieuwe president. De definitieve uitslag wordt later verwacht: naar alle waarschijnlijkheid een overwinning voor Aristide-aanhanger René Préval. Frictie tussen Haïti en de VS, en de economische problemen bepalen het klimaat.

PORT-AU-PRINCE, 18 DEC. In een gang van het Haïtiaanse ministerie van openbare gezondheidszorg wacht verveeld een groepje mensen. Maria Yolande (27), moeder van drie kinderen, is hier elke dag te vinden, voor de twee kantoren van waaruit het Nationale Migratiebureau (ONM) tracht te functioneren.

“Ik ben in september 1991, na de coup, gevlucht naar de Dominicaanse Republiek”, zegt ze. “Toen president Aristide vorig jaar oktober terugkwam, werden wij teruggestuurd naar Haïti. Maar er is geen werk en hier hebben ze me nog niet kunnen helpen.” Maria's verhaal is als dat van vele duizenden Haïtianen die na Aristide's thuiskomst zijn teruggekeerd naar Haïti. Sommigen vrijwillig, de meesten gedwongen door de autoriteiten in de Dominicaanse Republiek, waarmee Haïti het eiland deelt, of door de Amerikaanse kustwacht.

In een van de ONM-kantoortjes heft algemeen coördinator Wilfrid Suprena de handen ten hemel. “Er zijn 150.000 repatrianten en nog eens 300.000 binnenlandse ontheemden, maar we hebben nauwelijks geld om iets voor hen te doen”, zegt Suprena, een activist van Aristide's Lavalas-beweging. Met het opzetten van varkensfokkerijen en pindaboerderijen wil het OMN de teruggekeerden werk en inkomsten verschaffen.

Maar het is vechten tegen de bierkaai. Het aantal Haïtianen dat de verslechterende economische situatie in het land probeert te ontvluchten, neemt toe. Na de wrakke, houten zeilbootjes met dertig tot veertig opvarenden proberen nu kustvaarders, soms met meer dan vijfhonderd mensen in het ruim, de kust van Florida te bereiken. “Ze weten dat ze de Verenigde Staten zo goed als zeker niet zullen halen en worden teruggestuurd”, zegt Stanley Schrager, woordvoerder van de Amerikaanse ambassade in Port-au-Prince. “Dan proberen ze het opnieuw. Maar er zijn er wel onlangs 47 verdronken. We vinden dat heel zorgelijk. Maar we weten nog niet of het om een trend gaat.”

President Aristide erkent dat de nieuwe golf bootvluchtelingen nu een economische en minder een humanitaire achtergrond heeft. “Het is een waarschuwingssignaal. De mensen hebben honger en zijn wanhopig”, zei de president onlangs. “De regering doet haar best, maar we kunnen ze alleen maar voeden met woorden.” Maar “de Haïtianen zijn geduldig”, zei Aristide. Ook dat is een waarschuwing, ditmaal aan het adres van de Amerikaanse regering; het is geen geheim dat Aristide eerder het omgekeerde vindt.

De relaties tussen de Haïtiaanse en Amerikaanse regering verslechteren snel. Een Europese diplomaat spreekt van een “slijtageslag” tussen de Haïtianen en de VS na de “overwinningsroes” bij Aristide's terugkeer. “Aristide heeft een enorm ego”, zegt Schrager. “Macht doet rare dingen met mensen.” En een hoge functionaris van de Verenigde Naties in Port-au-Prince valt uit: “Aristide begint raar tegen ons te doen. Hij heeft daar verdomme het recht niet toe!”

Begin vorige maand, na de moord op een parlements- en tevens familielid, haalde Aristide in een grafrede in de kathedraal fel uit naar de Amerikaanse ambassadeur William Swing en naar de speciale VN-afgezant Lakhdar Brahimi. “Er is maar één president in dit land”, zei Aristide.

Een andere Haïtiaanse ergernis betreft de 60.000 pagina's documenten die Amerikaanse militairen bij hun interventie vorig jaar in Haïti hebben meegenomen. De Haïtianen willen de documenten terug omdat die, zeggen zij, van nut kunnen zijn bij de gerechtelijke vervolging van leden van (para-)militaire groeperingen, zoals de FRAPH, die zich onder de junta schuldig hebben gemaakt aan schendingen van mensenrechten. Eerder deze maand hebben de VS toegezegd de documenten te zullen retourneren. Informatie die schadelijk is voor Amerikaanse individuen zal uit de documenten worden verwijderd.

Dat de documenten zulke informatie bevatten staat volgens Haïtiaanse functionarissen vast. Zo zou blijken in welke mate de Amerikaanse inlichtingendienst CIA het militaire regime op Haïti heeft gesteund. Emmanuel 'Toto' Constant, FRAPH-leider en inmiddels in VS gevangengezet wegens overtreding van de immigratiewet, heeft onlangs gezegd dat hij door de CIA werd betaald. De CIA heeft ontkend, maar minister Christopher van buitenlandse zaken heeft wel toegegeven dat de Amerikanen inlichtingen hebben ingewonnen via “figuren” met wie ze “anderszins niets te maken zouden willen hebben”.

De VS hebben zich op hun beurt geërgerd toen Aristide zijn aanhang suggereerde eigenhandig voormalige sympathisanten van het militaire bewind te ontwapenen, een taak die officieel de VN-macht heeft. Aanhangers van Lavalas wierpen na de toespraak van de president wegversperringen op, hielden huiszoekingen en fouilleerden passanten. De incidenten die daarbij ontstonden enaan zeker tien mensen het leven kostten, riepen bij sommigen herinneringen op aan de chaotische laatste maanden voor de coup van september 1991.

Intussen zijn ook de privatiseringen stil komen te liggen. Een ruzie tussen de behoudende Aristide en premier Michel, een voorstander van privatisering, leidde in oktober tot vertrek van de laatste. De VS, de Wereldbank en het IMF hebben wegens de stagnerende economische hervorming een deel van hun hulp bevroren. Dat is het laatste wat de bevolking van Haïti kan gebruiken.

De werkloosheid wordt nu op zo'n tachtig procent van de beroepsbevolking geschat. Voor iemand als Fritz-Jean (36), elektrotechnicus en vader van twee kinderen, is nu geen uitzicht op werk. Bij het migratiekantoor verzucht deze teruggekeerde vluchteling: “Ze zeggen ons dat we hier elke dag moeten komen, dus dat doen we. Ze schrijven je naam op, maar verder gebeurt er niets. We moeten wachten.”