Goebaidoelina tovert tussen toon en ruis

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Valery Gergjev, m.m.v. Jacques Zoon, fluit. Werken van Goebaidoelina, Sjostakowitsj. Gehoord 16/12 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending Radio 4 Avro 30/12.

Het was een ongewoon gezicht zaterdagavond op het Première-Concert in het Amsterdamse Concertgebouw: Jacques Zoon die de lange trap afdaalde met meerdere fluiten in de hand, gevolgd door dirigent Valery Gergjev, die behulpzaam de basdwarsfluit met zich meetorste. En toen Zoon vervolgens nog een piccolo uit zijn binnenzak toverde, duurde het een hele tijd voordat de hilariteit was weggeëbd.

Dat was allemaal nodig voor Sofia Goebaidoelina's Muziek voor fluiten, strijkers en slagwerk uit 1994, op 18 februari van dat jaar in Parijs in première gebracht door Jean-Yves Artaud, aan wie het is opgedragen. Aanvankelijk noemde Goebaidoelina haar compositie niet 'Muziek', maar 'Concert', inderdaad ongelukkig gekozen daar de inzet van het instrumentarium die titel allerminst rechtvaardigt. Van een opgewekte concertante muziek is geen sprake, binnen een vijfdelige opzet streeft ze naar de hoogste graad van versmelting, toverend in het grensgebied tussen toon en ruis. Het spannendst zijn de klagende kreten van de lotusfluit (trombone-schuiftechniek) in een onthechte blazersklank. Want daar is het Goebaidoelina om te doen, niet zozeer instrumenten hoor je, dan wel klanken-sec.

Dat doel bereikt ze door de zestig strijkers in twee groepen te splitsen, de rechter groep een kwarttoon lager gestemd. Meestal kleurt één van de vele fluiten de 'gewone' lichte strijkersgroep, maar soms daalt zo'n fluit als het ware naar de Hades af en voegt zich bij de een kwart toon lagere 'schaduw'-strijkers. Prachtig zoals een majeur- en een mineur-drieklank elkaar zoekende aftasten, een derde, meer onbestemde samenklank vormt de brug naar de volledige ruismassa.

Die tegenstellingen werken niet zozeer schrijnend, dan wel melancholiek schurend, het blijft een esthetisch spel, totdat een ritmisch fel paukenmotief je wakker schudt, de kiemcel tevens voor een later scherzo als typische virtuoze 'open ogen' muziek.

De droomwereld bevalt mij beter, al duurt de net iets te filmische slotscène te lang. Wel is de combinatie van multiphonics in de basdwarsfluit met de schorre klank van een met een kartonnen beker bewerkt bekken op zijn minst wonderbaarlijk te noemen - een vondst! Dergelijke boventoonverkenningen zijn meer dan een effect, want kleur en vorm vallen bij Goebaidoelina vrijwel altijd naadloos samen, sterker: kleur bepaalt de vorm.

Solist en orkest musiceerden op het scherpst van de snede en verrichtten ware wonderen, en die zijn schaars, zoals bekend. Op 13 januari, in de Matinee, is er weer de volgende Goebaidoelina-première te verwachten: Und: Das Fest ist in vollem Gang, gevolgd op 18 mei door Zeitgestalten.