Bizarre verhalen met aplomb gespeeld

Voorstelling: De Dwazen door Theatergroep Tevengebroed, naar Locos en Chromos van Felipe Alfau. Regie: Bart Klever; decor: Catharina Scholten; spel: Daniël Boissevain, Casper Gimbrère, Ruben Lürsen, Martijn Nieuwerf. Gitaar: Jacob Hin. Gezien: 15/12 Frascati Amsterdam. Aldaar t/m 22/12, tournee: 4 t/m 15/1.

Met Tevengebroed, een voorstelling naar de gelijknamige roman van de Hongaarse schrijfster Agota Kristof, maakte Theatergroep Tevengebroed vorig jaar een opvallend debuut. Deze afstudeerproduktie van vier ex-leerlingen van de Amsterdamse Toneelschool was, mede dank zij de dynamische enscenering van Bart Klever, overrompelend en aanstekelijk.

Hun tweede produktie De Dwazen, andermaal geregisseerd door Bart Klever, wordt gekenmerkt door eenzelfde bravoure en intensiteit in het spel die in hun eerste voorstelling verrasten. Er zijn meer overeenkomsten: de snelle opeenvolging van scènes, spelers die nu eens vertellend dan weer acterend een rol vertolken, de filmische beelden en de plaats die is ingeruimd voor a capella zang. Deze keer komen er ook een aantal instrumenten aan te pas en in het nachtclubachtige decor, een podium met een blauw glittergordijn, tokkelt een gitarist een deuntje.

De sfeer is wonderlijk en onwerkelijk, alsof alles zich afspeelt in een gat in de realiteit. Het is de magische wereld van Felipe Alfau, de in 1902 in het Spaanse Guernica geboren schrijver van slechts twee boeken, Locos (1928) en Chromos (1948), die gaan over de absurde problemen van immigranten in de Verenigde Staten, waar ook Alfau was gaan wonen. De verhalen, die indertijd nauwelijks werden opgemerkt en pas recent waardering oogsten, zijn bizar en worden bevolkt door vreemde types als Meneer Dinges die zelfmoord wil plegen om een nieuwe identiteit te kunnen aannemen, een persoon genaamd Neus, Maanvlekje, de commissaris, de dokter en een krankzinnige filosoof die verliefd is op de lente.

Tevengebroed heeft de boeken bewerkt en presenteert in een springerig gestructureerde voorstelling met detective-achtige scènes die worden afgewisseld met tal van absurde, poëtische, surrealistische, swingende en romantische momenten. De Dwazen is nu eens komisch, dan weer weemoedig, soms leuk en soms vermoeiend, maar nooit eentonig of traag.

Of de acteurs, met witte gezichten en in donkere pakken, nu een karikaturale mannenwereld tonen waarin ze zich opwerken tot kerels met gebronsde stemmen die elkaar wijdbeens en met handen in de zakken ontmoeten in cafés en nachtclubs, zich transformeren tot een weerloze lispelende tomaat, dan wel een muzikaal intermezzo presenteren - ze doen alles met een directheid en een aplomb waarvoor je wel door de knieën moet gaan. Deze tweede voorstelling maakt opnieuw duidelijk dat hun kracht vooral schuilt in dit zelfverzekerde optreden.

    • Noor Hellmann